Het Paaseiland en zijn mysterieuze beelden
Paaseiland is een van de meest afgelegen bewoonde plekken op aarde: een driehoekig stuk vulkanisch land in de Stille Oceaan, duizenden kilometers van het vasteland en van de dichtstbijzijnde bewoonde eilanden. Wat het beroemd maakt, zijn de honderden stenen beelden die er staan, en de vragen die ze oproepen zijn een eeuw lang bron geweest van zowel serieus onderzoek als de wildste theorieën.
Wie ze maakte
De beelden, in de eigen taal moai genoemd, zijn gemaakt door de Polynesische bewoners van het eiland. Dat is geen open vraag meer: taal, archeologisch materiaal, gewassen, gereedschap en erfelijk onderzoek wijzen alle in dezelfde richting, namelijk een bevolking die over zee uit Polynesië kwam en het eiland eeuwen voor de eerste Europese bezoekers bewoonde.
De moai stellen voorouders voor, geen goden en geen bezoekers uit de ruimte. Ze staan op stenen platformen, de ahu, en ze kijken vrijwel zonder uitzondering het binnenland in, naar de dorpen — niet naar de zee. Dat gegeven alleen al maakt van het bekendste raadsel een familiezaak: het zijn waakposten van voorouders over hun eigen nageslacht.
Ze hadden ogen van witte koraal met een pupil van obsidiaan of rode steen, die werden ingezet bij de wijding. De beelden die je nu ziet, missen die ogen, en dat verandert hun uitdrukking volledig.
Hoe ze zijn gemaakt en verplaatst
Bijna alle moai komen uit één steengroeve, op de hellingen van een vulkaan. Daar zijn ze uit het betrekkelijk zachte tufsteen gehouwen met stenen bijltjes, liggend op hun rug in de rotswand, en pas daarna losgemaakt.
In de groeve staan nog tientallen onvoltooide beelden, sommige half uit de rots, en dat is voor onderzoekers het waardevolste bewijs dat er is: je ziet het werk in elke fase stilstaan. Een van de grootste, nooit losgemaakte beelden zou bij voltooiing veel groter zijn geweest dan alles wat er is opgericht.
Het verplaatsen is de vraag die het meest tot de verbeelding spreekt. Er zijn twee soorten voorstellen die met proeven zijn getoetst: liggend vervoer op een slee over houten rollen of rails, en rechtopstaand lopen door het beeld met touwen heen en weer te laten kantelen. Beide zijn met nagemaakte beelden uitgevoerd en beide werken. De overlevering van het eiland zelf zegt dat de beelden liepen, wat de tweede uitleg steun geeft.
Voor het oprichten op het platform werd hoogstwaarschijnlijk met stenen en hefbomen gewerkt, waarbij het beeld millimeter voor millimeter werd opgehoogd — een techniek die op andere plaatsen in de wereld ook bij zwaar steenwerk is gebruikt.
De ondergang: wat er bekend is
Het bekende verhaal luidt dat de bewoners hun eigen bos hebben opgestookt voor het vervoeren van beelden, waarna de bodem uitspoelde, de voedselvoorziening instortte en de samenleving in oorlog ten onder ging. Dat verhaal is aantrekkelijk omdat het een les bevat, en het wordt door recenter onderzoek sterk genuanceerd.
Vast staat dat het bos is verdwenen, en dat de palmen die het eiland bedekten grotendeels zijn opgeruimd door mensen — en ook door ratten die met de eerste kano's meekwamen en de zaden opaten. Vast staat ook dat de bewoners hun landbouw aanpasten met steenmulch, waarmee ze de bodem beschermden en vocht vasthielden: dat is het tegendeel van onnadenkende uitputting.
Waar het echt misging, is duidelijker: contact met Europa. Ziekten waartegen de bevolking geen weerstand had, en later het wegvoeren van eilandbewoners als slaven naar het vasteland, hebben de bevolking tot een fractie teruggebracht en de kennis van de beeldhouwtraditie vernietigd.
Wat je vandaag op het eiland ziet, is dus geen mysterie van een verdwenen volk. De nakomelingen van de bouwers wonen er nog, de taal wordt nog gesproken, en het eiland is een beschermd gebied waar wordt gewerkt aan het herstellen van beelden die eeuwen geleden zijn omgeduwd — vermoedelijk door de eilandbewoners zelf, tijdens de omwenteling waarin de voorouderverering plaatsmaakte voor een andere.
