De spellenkist: De Kolonisten van Catan
Er zijn bordspellen die je kent van de zolder en bordspellen die de manier waarop er wordt gespeeld hebben veranderd. De Kolonisten van Catan hoort bij de tweede soort. Het spel bracht een hele generatie spelers van bordspellen met dobbelstenen en pech naar spellen met handel, opbouw en onderhandeling, en het is nog altijd het spel waarmee de meeste mensen die stap zetten.
Hoe het werkt
Het speelbord bestaat uit zeshoekige tegels die elke keer anders worden neergelegd: bos, weide, akker, heuvels, bergen en woestijn. Elke tegel levert een grondstof, en elke tegel heeft een getal. Er wordt met twee dobbelstenen gegooid, en wie een nederzetting of stad aan een tegel met dat getal heeft grenzen, krijgt de bijbehorende grondstof.
Met die grondstoffen bouw je wegen, nederzettingen en steden, en koop je ontwikkelingskaarten. Elk gebouw is punten waard, en wie het eerst genoeg punten heeft, wint.
Twee dingen maken het meer dan dobbelen. Het eerste is de handel: je hebt bijna nooit precies wat je nodig hebt, dus je ruilt met de andere spelers, en over de voorwaarden van die ruil wordt onderhandeld. Het tweede is de rover, die bij het gooien van zeven wordt verplaatst en een tegel stillegt — waarmee iedere speler invloed heeft op de opbrengst van de anderen.
Waarom het zo groot werd
Het spel duurt ongeveer een uur en niemand valt af: ook wie achterstaat, blijft meedoen, omdat je nog kunt ruilen en nog kunt bouwen. Dat is het grootste verschil met de klassieke spellen waarin een verliezer vroeg uit is en daarna zit te wachten.
Verder is het bord elke keer anders, dus een uit het hoofd geleerde strategie helpt beperkt. En de regels zijn in een kwartier uit te leggen, terwijl het spel diep genoeg is om honderd keer te spelen.
Wat sterk is
De opening is het belangrijkste deel van het spel, want je eerste twee nederzettingen bepalen je hele economie. Kijk naar twee dingen: de kans dat je getallen worden gegooid, en de spreiding over grondstoffen.
Getallen rond zes, acht, vijf en negen komen vaker dan twee, drie, elf en twaalf, omdat er meer manieren zijn om ze met twee stenen te gooien. Een plek waar drie sterke getallen samenkomen, is meer waard dan een plek met één zeer sterk getal.
Spreiding is de tweede helft. Kom je helemaal zonder een grondstof te zitten, dan ben je afhankelijk van ruil, en de andere spelers weten dat en vragen er een prijs voor. Graan en erts zijn nodig voor steden en ontwikkelingskaarten; hout en steen zijn nodig om vroeg uit te breiden. Wie alleen op uitbreiding zit, loopt aan het einde vast; wie alleen op steden zit, komt te laat van start.
Verder: bouw naar de ruimte die nog vrij is, want plaatsen raken snel op. Neem havens als je een grondstof in overvloed hebt. En vergeet de kleine punten niet — de langste handelsroute en de grootste ridderorde zijn samen zoveel waard als een stel gebouwen, en ze kunnen tijdens het spel van eigenaar wisselen.
De uitbreidingen
Voor wie het basisspel uit heeft: de uitbreiding met steden en ridders voegt een gezamenlijke vijand toe en maakt het spel langer en zwaarder. De uitbreiding met zeevaarders brengt eilanden en scheepvaart, en is de meest gevarieerde. Er is een variant voor twee spelers met kaarten, die eigenlijk een ander spel is en op zichzelf goed werkt.
En er zijn losse edities rond een thema, van historische varianten tot versies met een verhaallijn. Wie met kinderen speelt, heeft aan de eenvoudige juniorversie meer dan aan het basisspel met vereenvoudigde regels.
Eén praktische raad tot slot: speel met een afspraak over de handel. Ruilen mag alleen in je eigen beurt, en toezeggingen over toekomstige beurten zijn niet bindend. Dat staat in de regels, en het is de meest voorkomende oorzaak van ruzie aan tafel.
