Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Hoe maak je een high key of een low key foto

High key en low key zijn twee manieren om met licht te werken die elkaars tegenpool zijn, en ze zijn beide goed te maken met eenvoudige middelen. High key is een foto die overwegend licht is, met zachte overgangen en bijna zonder diepe schaduw. Low key is een foto die overwegend donker is, waarin het licht slechts een deel van het onderwerp raakt.

Belangrijk om vooraf te weten: dit zijn geen synoniemen voor overbelicht en onderbelicht. In een goede high key-foto is het onderwerp correct belicht en zijn de lichte partijen vol maar niet uitgebeten; in een goede low key-foto zijn de donkere partijen echt donker maar niet dichtgelopen.

High key opzetten

Je hebt veel licht nodig en je moet de schaduw wegwerken. De klassieke opzet is een witte achtergrond die apart wordt uitgelicht, zodat die helderder is dan het onderwerp, en daarvoor een grote, zachte lichtbron voor het onderwerp zelf.

Zacht licht komt van een grote bron dichtbij: een softbox, een paraplu, of thuis een raam met een dunne vitrage. Vul de schaduwzijde aan met een tweede bron of met een reflector — een stuk wit karton werkt — zodat het verschil tussen licht en schaduw klein blijft.

Meet op de lichtste partijen die nog structuur moeten hebben, meestal de huid of het witte kledingstuk. Gebruik de histogramweergave en de knipperende overbelichtingsaanduiding van je camera: de piek mag rechts liggen, hij mag niet tegen de rand aanlopen.

Wat het onderwerp betreft: lichte kleding, lichte achtergrond en een licht vlak onder het onderwerp. Een donker jasje in een high key-opstelling vernietigt het effect.

Low key opzetten

Nu is het omgekeerde het werk: je hebt weinig licht nodig en je moet vooral zorgen dat er geen licht komt waar je het niet wil. Eén kleine lichtbron van de zijkant, en al het overige licht afgeschermd.

Klein en ver weg geeft hard licht met scherpe schaduwranden, en dat past bij deze stijl. Werk in een donkere ruimte, hang een donkere doek op als achtergrond en houd de lichtbron ver van die achtergrond, want elk beetje strooilicht maakt je zwart grijs.

Gebruik afscherming: kleppen op de lamp, een zwart karton naast het onderwerp, een smalle opening. Wie met een raam werkt, doet de gordijnen bijna dicht en laat een streep licht over.

Meet op de lichte partij die je wil laten zien en laat de rest wegvallen. Een lage ISO-waarde is hier belangrijker dan bij high key, want ruis valt in donkere vlakken het meest op.

Instellingen en onderwerp

Werk in handmatige stand, want de automatische meting probeert bij beide stijlen precies het tegenovergestelde te doen van wat je wil: bij een lichte scène belicht hij te donker, bij een donkere scène te licht. Belichtingscompensatie werkt ook, maar handmatig is voorspelbaarder.

Fotografeer in ruw bestandsformaat als je camera dat kan. Bij deze twee stijlen zit alle informatie in de uiterste hoeken van het bereik, en daar heb je in de nabewerking ruimte nodig.

Geschikte onderwerpen: high key voor portretten, baby's, dieren op wit, productfoto's en alles waar je een opgeruimde, zachte indruk wil. Low key voor portretten met karakter, handen, instrumenten, stillevens, rook en alles waar je vorm en structuur wil laten zien.

Nabewerken

Bij high key: de zwartwaarde iets optrekken zodat er geen diep zwart in het beeld zit, het contrast bescheiden houden, en de achtergrond zo nodig met een verloop volledig wit maken. Let op kleurzweem in de lichte partijen; een wit dat naar geel of blauw trekt, verraadt de opstelling.

Bij low key: de zwartwaarde omlaag zodat de donkere partijen dichtlopen waar je niets wil zien, en het licht op het onderwerp juist iets opklaren. Ruisonderdrukking in de donkere vlakken en scherpte alleen op het verlichte deel.

En bij beide geldt hetzelfde eindoordeel: zet de foto naast een gewone, normaal belichte opname van hetzelfde onderwerp. Voegt de stijl iets toe aan wat je wilde vertellen, dan is hij goed; is het alleen lichter of donkerder, dan is het een truc en niet een keuze.