Van stoere pitbull naar gewone hond
Weinig honden hebben zo'n zwaar imago als de pitbull. Wie er een uitlaat, ziet mensen oversteken; wie er een in huis neemt, krijgt vragen over verzekering en wetgeving. Tegelijk zitten er in opvangcentra rijen van deze honden, waarvan er veel met kinderen in een gezin liggen te slapen. Het verschil tussen beeld en dier is bij geen enkele hondensoort zo groot.
Waar het beeld vandaan komt
Het type is ontstaan uit honden die voor gevechten werden gebruikt, en dat is de bron van de reputatie. Bij die selectie is vooral gelet op volhardendheid en op een hoge pijndrempel, en dat zijn eigenschappen die een hond die daadwerkelijk bijt, gevaarlijker maken dan een andere hond van hetzelfde formaat.
Daar komt iets bij wat met de hond weinig te maken heeft: het type is populair geworden bij mensen die een stoere hond willen. Wie een hond kiest om indruk te maken, gaat er vaak anders mee om — minder socialiseren, harder aanpakken, opjutten in plaats van africhten. Het gedrag dat daaruit volgt, wordt daarna aan het ras toegeschreven.
En de berichtgeving versterkt het. Een bijtincident met een grote, gespierde hond haalt de krant en een incident met een kleine hond niet, terwijl beten door kleine honden veel vaker voorkomen.
Wat onderzoek zegt
Drie dingen, en ze nuanceren elkaar. Ten eerste: in gedragstests op agressie komen pitbullachtige honden niet als de agressiefste soort naar voren, en meerdere onderzoeken zetten andere soorten hoger.
Ten tweede: bij ernstige bijtincidenten zijn krachtige honden overtegenwoordigd in de statistieken, en dat is geen tegenspraak met het eerste punt. Wie bijt en veel kracht heeft, doet meer schade. De ernst van het letsel hangt aan formaat en kracht, de kans op bijten aan opvoeding en situatie.
Ten derde: het herkennen van het ras is onbetrouwbaar. In onderzoek waarin medewerkers van opvangcentra honden op uiterlijk moesten benoemen, bleek de aanduiding pitbull vaak niet overeen te komen met de afstamming. Statistieken die op uiterlijk berusten, zijn daarom met voorzichtigheid te lezen.
Wat uit onderzoek consequent naar voren komt als voorspeller van bijtgedrag: een hond die niet is gesocialiseerd, een hond die aan de ketting of in isolatie leeft, een hond die met harde middelen is aangepakt, een niet-gecastreerd mannetje, en de aanwezigheid van een jong kind zonder toezicht. Ras staat in dat rijtje ver onder deze factoren.
Rasverboden en wat ervan kwam
Verschillende landen hebben verboden op bepaalde rassen ingevoerd. Waar die zijn geëvalueerd, is het beeld niet gunstig: het aantal bijtincidenten daalde niet aantoonbaar, de uitvoering liep vast op het identificeren van rassen, en het beleid is in een aantal landen daarom weer verlaten.
In plaats daarvan is het beleid verschoven naar de eigenaar en naar het individuele dier: eisen aan het houden van honden, aanpak van hondengevechten en van broodfok, verplichte cursussen, en maatregelen tegen een hond die daadwerkelijk heeft gebeten, ongeacht het ras.
Wat een hond veilig maakt
Socialisatie in de eerste maanden: mensen, kinderen, andere honden, verkeer, geluiden. Belonend africhten in plaats van straffen, want hard aanpakken levert een hond op die niet minder bijt maar minder waarschuwt.
Voldoende beweging en werk voor de kop, want verveling en opgekropte energie komen ergens uit. Nooit een jong kind alleen bij een hond laten, van welk ras ook. En leren zien wanneer een hond het niet meer prettig vindt: weglopen, wegdraaien, likken langs de lippen, de witte rand van het oog, stijf worden. Dat zijn de waarschuwingen die aan bijna elke beet voorafgaan.
Wie een krachtige hond neemt, neemt daarbij een zwaardere verantwoordelijkheid dan bij een kleine hond. Niet omdat het dier slechter is, maar omdat een fout van de eigenaar ernstiger uitpakt — en dat is de eerlijke samenvatting van deze hele discussie.
