Kamerplanten en de lucht in huis
Kamerplanten worden verkocht als luchtzuiveraars, met lijstjes van soorten die schadelijke stoffen uit je woonkamer zouden halen. Die lijstjes gaan allemaal terug op één reeks onderzoeken, en het is nuttig te weten wat daarin is gemeten voordat je een plant koopt om te ademen.
Wat het onderzoek werkelijk aantoonde
Het bekende onderzoek werd gedaan in het kader van de vraag hoe je lucht schoon houdt in een afgesloten ruimtevaartuig. Planten werden in kleine, luchtdichte kamers gezet, waarin een bekende hoeveelheid van een vluchtige stof werd gebracht, en daarna werd gemeten hoe snel die stof verdween. Dat gebeurde inderdaad, en niet alleen door het blad maar vooral door de aarde en de micro-organismen daarin.
Het probleem is de overstap naar een woning. Een kamer is niet luchtdicht: er komt voortdurend lucht binnen door kieren, deuren en ventilatie. Wie de gemeten snelheden omrekent naar een normale woonkamer, komt op een aantal planten dat een woonkamer tot een oerwoud maakt — de berekeningen daarover komen uit op orden van grootte die in de praktijk niet haalbaar zijn.
Latere metingen in echte woningen en kantoren vonden dan ook geen aantoonbaar effect van planten op de concentratie van vluchtige stoffen. De conclusie in de vakliteratuur is inmiddels: het effect bestaat, en het is in een gewone ruimte verwaarloosbaar naast ventilatie.
Zeven planten die het toch waard zijn
Niet om de lucht, wel omdat ze weinig vragen en veel geven. De graflelie, met witte schutbladen, verdraagt schaduw en laat duidelijk zien wanneer ze water wil. De vrouwentong of sansevieria, die wekenlang vergeten kan worden en die 's nachts een deel van haar gaswisseling omkeert. De goudkleurige klimplant met hartvormig blad, die in elke lichtsituatie doorgroeit en die je eindeloos kunt stekken.
Verder de graslelie, die uitlopers maakt waarmee je nieuwe plantjes wegzet en die goed is voor kinderen die iets willen verzorgen. De areca- of goudpalm, die volume geeft en veel water vraagt. De drakenbloedboom, die lang meegaat en die met een stam en een bos blad hoogte in een kamer brengt. En de varen, mooi en veeleisend: die wil vocht en geen droge verwarmingslucht, en hij is de eerste die het opgeeft.
Let op als er huisdieren of jonge kinderen zijn: verschillende van deze soorten zijn bij het opeten van blad giftig of irriterend, in het bijzonder de graflelie en de drakenbloedboom. Zet ze buiten bereik of kies anders.
Wat planten wel doen
Ze verhogen de luchtvochtigheid, wat in een woning met vloerverwarming of een warmtepomp in de winter prettig is voor luchtwegen en huid — en tegelijk de reden dat te veel potten in een slecht geventileerde ruimte schimmel kunnen bevorderen.
Ze dempen geluid een beetje, en dan vooral grote potten met veel blad tegen harde vlakken.
En ze doen aantoonbaar iets met mensen: in onderzoek naar werkplekken en wachtruimten met en zonder groen komen consequent verschillen naar voren in ervaren welbevinden, concentratie en herstel van stress. Dat is het beste onderbouwde argument voor een kamerplant, en het staat nooit op het kaartje.
Wat er echt helpt tegen slechte binnenlucht
Ventileren. Een raam of rooster open, ook in de winter, en dwarsventilatie een paar keer per dag. Dat is met een grote afstand het effectiefste middel, en het kost niets.
De bron aanpakken. Slechte binnenlucht komt van koken zonder afzuiging, van roken, van kaarsen en wierook, van schoonmaakmiddelen met veel geur, van nieuwe meubels van plaatmateriaal en van vocht. Een bron die je wegneemt, verslaat elke zuivering.
Afzuigen bij de bron: een goede kap boven het fornuis en een werkende ventilator in de badkamer, en die dan ook lang genoeg laten draaien.
En als er een aanwijsbaar probleem is — fijnstof bij een drukke weg, allergie voor huisstofmijt — een luchtreiniger met een goed deeltjesfilter, in de kamer waar je het meest bent. Dat werkt gemeten wel, en het is een apparaat en geen plant.
Koop de plant dus omdat je hem mooi vindt en omdat je er beter van wordt. Dat is een eerlijke reden en het is meer dan genoeg.
