De gruwelijkste middeleeuwse marteltuigen
In elk folterkabinet in Europa staan dezelfde stukken: de ijzeren maagd, de pijnbank, de duimschroef, een stoel met punten. De borden ernaast noemen de middeleeuwen, en het publiek gaat huiverend verder. Een deel van wat daar staat, is echter nooit in de middeleeuwen gebruikt, en van enkele beroemde stukken staat vast dat ze eeuwen later zijn gemaakt om te worden tentoongesteld.
Wat werkelijk werd gebruikt
Foltering was in het oude Europese strafrecht een toegestaan middel om een bekentenis te krijgen, en dat is het ongemakkelijke deel: het was geen uitspatting maar een geregelde procedure, met voorschriften over wie het mocht toepassen, in welke gevallen en in welke volgorde.
De veelgebruikte methoden waren betrekkelijk eenvoudig en vroegen weinig apparatuur. Het strekken op een bank of ladder, waarbij armen en benen in tegengestelde richting werden getrokken. Het ophangen aan de achterwaarts gebonden handen, soms met gewichten aan de voeten. Het toedienen van grote hoeveelheden water. Vuur en hete voorwerpen aan de voeten. Duimschroeven en beenschroeven. Slaapgebrek, dat geen enkel instrument nodig heeft en dat in heksenprocessen veel is toegepast.
Daarnaast waren er straffen die openbaar en vernederend waren: de schandpaal, het schandbord, het ijzeren masker, de kooi aan de stadsmuur. Die dienden niet om iets te ontdekken maar om te laten zien, en ze werden in de rechtspraak van veel steden gebruikt.
Wat later is verzonnen
De ijzeren maagd is het bekendste geval. Er is geen middeleeuwse vermelding van, geen afbeelding en geen bewaard exemplaar van voor de nieuwe tijd. Het bekendste exemplaar is in de negentiende eeuw samengesteld uit onderdelen, in een periode waarin belangstelling voor het duistere verleden en betaalde tentoonstellingen samenkwamen.
Hetzelfde geldt voor een aantal andere paradepaardjes: stukken die op naam van een middeleeuwse stadsrechter staan, maar die uit latere eeuwen dateren of alleen bestaan in de vorm van een romantische gravure. Reizende tentoonstellingen hebben ze van elkaar overgenomen, met de bordjes erbij, en zo is de collectie ontstaan die er nu overal staat.
De reden dat het werkte, is dat het publiek wil huiveren en dat een bordje met een oude datum daarbij helpt. Musea met een serieuze inslag hebben hun teksten inmiddels aangepast en vermelden de herkomst van de stukken, en dat is de manier om zo'n tentoonstelling te beoordelen: staat er waar een stuk vandaan komt, of alleen wat het aangeblazen zou hebben gedaan.
Waarom de mythe blijft
Deels omdat het ons vleit. Het beeld van een duister, wreed verleden bevestigt dat wij verlicht zijn geworden, en dat is een aangenaam idee. Latere eeuwen hebben dat beeld ook bewust gecultiveerd om zich van de periode ervoor te onderscheiden.
Deels omdat de werkelijkheid ontnuchterend is in een andere richting. Wat de middeleeuwen van onze tijd scheidt, is niet het bestaan van foltering — dat is in de wereld niet verdwenen, en internationale organisaties documenteren het jaarlijks — maar dat het uit het recht is gehaald en verboden. Dat verbod is een verworvenheid die betrekkelijk jong is.
En deels omdat bijna niemand de bronnen leest. De stadsrechten, de procesverslagen en de rekeningen van scherprechters bestaan en zijn in archieven bewaard. Wie ze bekijkt, vindt er ambtelijke, boekhoudkundige stukken over pijnlijke zaken — en juist die toon maakt meer indruk dan het ijzeren gevaarte in een kelder met rode verlichting.
Als je zo'n museum bezoekt
Kijk bij elk stuk naar de datering en naar de herkomst. Ontbreken die, dan weet je genoeg. Vraag of het een origineel of een reconstructie is; dat laatste is legitiem, mits het erbij staat.
En let op het verschil tussen instrumenten voor het verkrijgen van een bekentenis, instrumenten voor het uitvoeren van een straf en voorwerpen voor openbare vernedering. Dat onderscheid vertelt meer over hoe het recht in die tijd werkte dan de hele verzameling bij elkaar.
