De gezondheidsvoordelen van lachen
Dat lachen het beste medicijn is, wordt zo vaak gezegd dat niemand meer nagaat wat er aantoonbaar van klopt. Het antwoord is prettig: een deel is werkelijk gemeten, een deel is aannemelijk maar dun onderbouwd, en er is niets waarvoor je iets moet kopen.
Wat er in het lichaam gebeurt
Lachen is een lichamelijke inspanning. De ademhaling gaat in korte stoten, het middenrif en de buikspieren doen mee, de hartslag stijgt en daalt daarna onder het uitgangsniveau. Dat laatste is het best gedocumenteerde effect: na een uitbarsting van lachen treedt een periode van ontspanning op, met een lagere spierspanning en een lagere bloeddruk.
Daarnaast is gemeten dat stresshormonen tijdelijk dalen en dat de pijndrempel stijgt — mensen houden een onaangename prikkel langer vol na gezamenlijk lachen. Dat effect wordt toegeschreven aan lichaamseigen stoffen die bij inspanning en bij sociaal contact vrijkomen.
Voor het hart en de vaten is er onderzoek dat wijst op een betere werking van de vaatwand na lachen en een slechtere na spanning. Die studies zijn klein en kortdurend; van een langetermijneffect op hartziekten is geen bewijs.
Waar het bewijs dun is
Bij de afweer. Er zijn metingen waarin bepaalde cellen en stoffen van het afweersysteem na lachen actiever zijn, en die worden vaak samengevat als zou lachen je minder ziek maken. Dat laatste is niet aangetoond: een tijdelijke verandering in een laboratoriumwaarde is iets anders dan minder infecties.
Hetzelfde geldt voor lachen als behandeling. Er zijn hoopgevende resultaten bij programma's in verpleeghuizen en bij mensen met chronische aandoeningen — minder onrust, minder pijnbeleving, betere stemming — maar de onderzoeken zijn klein en het is moeilijk uit te sluiten dat het effect komt van de aandacht en het gezelschap en niet van het lachen zelf.
Wat overigens niet meteen een bezwaar is. Als aandacht en gezelschap het doen, is dat een prima uitkomst; het betekent alleen dat lachen niet los verkocht kan worden als geneesmiddel.
Het sociale deel is de hoofdzaak
Hier zit de interessantste bevinding. Mensen lachen vele malen vaker in gezelschap dan alleen, en het grootste deel van al het lachen is geen reactie op iets grappigs maar op iets sociaals: een begroeting, een gedeeld ongemak, een gesprek dat goed loopt.
Lachen is dus eerder een signaal dan een grap. Het zegt: wij horen bij elkaar, dit is niet gevaarlijk. Dat verklaart waarom het aanstekelijk is, waarom het spanning in een groep laat zakken en waarom mensen die samen hebben gelachen elkaar daarna aardiger vinden.
En dat is vermoedelijk de reden dat het gezond is. Sociale verbondenheid is een van de sterkst aangetoonde factoren voor gezondheid en levensduur, sterker dan veel dingen waar mensen zich wel zorgen over maken. Lachen is de duidelijkste uiting daarvan.
Hoe je er meer van krijgt
Niet door humor te zoeken maar door gezelschap. Het verschil tussen iemand die veel lacht en iemand die weinig lacht, zit vooral in met hoeveel mensen hij op een dag werkelijk contact heeft.
Verder: kijk of hoor iets samen in plaats van alleen, want in gezelschap lach je er hoorbaar meer om. Houd één of twee mensen in je leven bij wie het altijd komt, en zoek die op als het niet meezit — dat is precies de periode waarin mensen zich terugtrekken en het dus het meest nodig hebben.
Tot slot: het lichaam onderscheidt echt en gespeeld lachen minder scherp dan je denkt. Lachyoga en soortgelijke vormen beginnen met niets en eindigen bij de meeste deelnemers in echt lachen, eenvoudig omdat gespeeld lachen in een groep aanstekelijk is. Wie het gek vindt, heeft gelijk, en het werkt.
