Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Hoe is Amsterdam ontstaan?

Amsterdam begint met iets heel gewoons: een dam in een riviertje. De Amstel liep door een veengebied naar het IJ, en op de plek waar men het water met een dam afsloot om het achterland tegen zout water te beschermen, ontstond een nederzetting. De naam zegt het letterlijk: de dam in de Amstel.

De eerste nederzetting

Wat er ontstond, was geen stad maar een dorp van vissers en boeren op een drassige plek. Twee dingen maakten die plek bruikbaar. Bij een dam moet alles wat verder wil, worden overgeladen, en overladen betekent handel. En achter de dam lag beschut water waar schepen veilig konden liggen.

De nederzetting kreeg stadsrechten en daarmee het recht op tol, markt en eigen bestuur. Even belangrijk was een vrijstelling van tol die de stad kreeg voor de handel over de Zuiderzee: daardoor werd het goedkoper om via Amsterdam te varen dan langs de concurrentie.

Bouwen op veen

De ondergrond is de rode draad van de hele stadsgeschiedenis. Veen zakt in als je het ontwatert, en het draagt geen zware gebouwen. De oplossing was heien: lange houten palen door het veen en de slappe klei tot in de vaste zandlaag, en daarop de fundering.

Dat verklaart de vorm van de binnenstad. Smalle, hoge huizen, omdat de breedte van een perceel bepaalde wat je aan palen kwijt was. Trapgevels en later klokgevels met een hijsbalk, omdat goederen op zolder werden bewaard en de trappen te steil waren. En scheve huizen, omdat palen ongelijk zakken — veel gevels hellen bovendien met opzet naar voren, zodat hijsen langs de gevel ging.

De grachtengordel

De grote uitbreiding kwam in de periode waarin de stad rijk werd van de overzeese handel. De bevolking groeide sneller dan de muren konden bijhouden, en men koos voor iets wat nergens anders op die schaal is gedaan: een geplande uitbreiding in halve ringen van grachten om de oude stad heen.

De gordel deed vier dingen tegelijk. De grachten voerden water af, dienden als transportweg naar de pakhuizen, leverden het zand en de grond op waarmee de kades werden aangelegd, en verdeelden het gebied in verkoopbare percelen. Aan de voornaamste grachten kwamen de woonhuizen van kooplieden, in de dwarsstraten de werkplaatsen, en verderop de wijk voor arbeiders en ambachten.

Die opzet is de reden dat de binnenstad eeuwen later nog werkt, en dat ze op de werelderfgoedlijst staat.

Van handelsstad tot vandaag

Na de bloeiperiode volgde een lange tijd van stilstand, waarin er weinig werd gesloopt — een van de redenen dat er zoveel bewaard bleef. In de negentiende eeuw kwamen de spoorlijnen, het Centraal Station op een kunstmatig eiland in het IJ, en het kanaal dat de haven weer met de Noordzee verbond.

Wat door al die lagen heen zichtbaar bleef, is het begin: een stad die niet op een heuvel of bij een burcht ligt, maar op de plek waar water moest worden tegengehouden en goederen moesten worden overgeladen.