Voor- en nacalculatie berekenen op havo en vwo
Voor- en nacalculatie is een van die onderdelen van bedrijfseconomie waarbij de formules eenvoudig zijn en de verwarring groot. Dat komt doordat drie begrippen door elkaar lopen: wat je vooraf begrootte, wat er werkelijk gebeurde, en het verschil daartussen opgesplitst naar oorzaak. Wie die drie scheidt, heeft het onderdeel in de hand.
Wat voorcalculatie is
Voorcalculatie is de begroting vooraf. Je bepaalt de verwachte kosten en de verwachte productie of afzet, en daaruit volgt de kostprijs die je gaat gebruiken. De standaardopbouw: de variabele kosten per eenheid, plus de constante kosten gedeeld door de normale productie.
Die noemer is het lastige begrip. De normale productie is wat je op langere termijn gemiddeld verwacht te maken, niet wat je dit jaar denkt te halen. Daardoor is de kostprijs stabiel en schommelt hij niet mee met een goed of slecht jaar.
Wat nacalculatie is
Nacalculatie is dezelfde berekening met de werkelijke cijfers achteraf: de werkelijke kosten en de werkelijke productie. Het doel is niet de kostprijs opnieuw vaststellen, maar vaststellen waar het verschil met de voorcalculatie zit — en vooral waardoor.
De twee resultaten
Hier zit de kern van de opgaven. Het verschil tussen begroot en werkelijk wordt gesplitst in twee delen.
Het bezettingsresultaat komt uit de productie. Als je meer maakt dan de normale productie, verdeel je de constante kosten over meer eenheden dan waarmee je rekende, en dan reken je in totaal meer constante kosten door dan je hebt: dat is een voordelig bezettingsresultaat. Maak je minder, dan blijft een deel van de constante kosten onbedekt en is het resultaat nadelig. De formule: het verschil tussen werkelijke en normale productie, maal de constante kosten per eenheid.
Het budgetresultaat komt uit de kosten zelf. Het is het verschil tussen de kosten die je bij de werkelijke productie had mogen verwachten — het budget — en de kosten die het werkelijk waren. Lagere werkelijke kosten dan begroot geven een voordelig budgetresultaat.
Samen verklaren die twee het volledige verschil. Als ze dat niet doen, zit er een rekenfout in, en dat is de snelste controle die je op een opgave kunt uitvoeren.
De fouten die het vaakst worden gemaakt
Ten eerste: de werkelijke productie in de noemer zetten bij het berekenen van de kostprijs. Dat mag niet — de kostprijs staat vooraf vast en gebruikt de normale productie.
Ten tweede: bezettings- en budgetresultaat verwisselen, meestal doordat het budget niet bij de werkelijke productie wordt bepaald maar bij de begrote. Het budget beweegt mee met de werkelijke productie; dat is het hele idee erachter.
Ten derde: het teken. Voordelig of nadelig is bij examenvragen een apart punt, en een juiste uitkomst met het verkeerde woord erbij levert niets op. Toets het inhoudelijk: meer produceren dan normaal is voordelig, minder produceren is nadelig.
En ten slotte: variabele en constante kosten niet consequent scheiden. Doe dat als eerste stap, nog voor je iets berekent, en schrijf beide apart op. Bijna elke fout in dit onderdeel begint daar.
