Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Fascisme en nationaalsocialisme vergeleken

In het dagelijks taalgebruik worden fascisme en nationaalsocialisme vaak als synoniemen gebruikt. Historisch is dat onnauwkeurig: het nationaalsocialisme wordt meestal als een variant binnen de bredere fascistische familie beschreven, met één element dat het fundamenteel apart zet.

Wat ze delen

Een aanzienlijke lijst. Afwijzing van de parlementaire democratie en van het liberalisme. De natie of het volk als hoogste waarde, waaraan het individu ondergeschikt is. Een leidersbeginsel met een onbetwistbare leider. Verheerlijking van strijd, discipline en mannelijkheid. Eén partij, met paramilitaire organisaties, uniformen, massabijeenkomsten en symbolen.

Ook economisch is er verwantschap: geen afschaffing van privébezit, maar ondergeschikt maken van het bedrijfsleven aan de doelen van de staat. En beide bewegingen kwamen voort uit de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, met de combinatie van economische crisis, angst voor revolutie en het gevoel tekortgedaan te zijn.

Waarin ze wezenlijk verschillen

Het onderscheidende punt is de rassenleer. Het Italiaanse fascisme stelde de staat centraal: wie zich onderwierp aan de staat en de natie, hoorde erbij, en nationaliteit was in beginsel een politieke categorie. Het nationaalsocialisme stelde de veronderstelde biologische volksgemeenschap centraal, met een hiërarchie van rassen en een antisemitisme dat de kern van de ideologie vormde, niet een bijkomstigheid.

Dat verschil heeft praktische gevolgen. In de Italiaanse variant was de staat het doel; in de Duitse was de staat een middel ten dienste van het ras. Het is deze tweede opvatting die leidde tot vervolging en uiteindelijk tot de systematische moord op miljoenen mensen.

Een tweede verschil zit in de verhouding tot bestaande instituties. Het fascisme in Italië sloot compromissen met monarchie, kerk en leger, die grotendeels bleven bestaan. In Duitsland werden instituties veel verdergaand ondergeschikt gemaakt aan partij en leider.

Hoe historici het onderscheid maken

Door te kijken naar de kernideeën in plaats van naar uiterlijke kenmerken. Uniformen, groeten en massaspektakel zijn gedeelde vormen en zeggen weinig; de vraag wie tot de gemeenschap behoort en op welke grond, zegt alles.

Daarom spreken historici van fascisme als verzamelbegrip voor een reeks bewegingen in het Europa van het interbellum, met per land eigen kenmerken, en van nationaalsocialisme als de Duitse variant waarin de rassenleer bepalend was.

Waarom de nauwkeurigheid telt

Omdat het begrip vandaag als scheldwoord dient en daardoor betekenis verliest. Wie het onderscheid kent, kan preciezer benoemen waar een beweging op lijkt en waar niet — en dat is bruikbaarder dan een term die op alles past en daarom niets meer aanwijst.