Moederkoek om op te eten
Na een bevalling komt de placenta mee, en er zijn ouders die die niet laten weggooien maar bewaren om er iets mee te doen: hem koken, drogen en vermalen tot capsules, verwerken in een smoothie of begraven onder een boom. De gebruiken zijn heel verschillend en de beweringen erover zijn verstrekkend. Het is de moeite waard die twee van elkaar te scheiden.
Wat wordt beweerd
De vaste lijst: minder kans op een depressie na de bevalling, meer energie, sneller herstel, betere melkproductie, minder bloedverlies en een betere hormoonbalans. De onderbouwing die meestal wordt gegeven, is dat bijna alle zoogdieren hun nageboorte opeten, en dat er hormonen en ijzer in zitten.
Wat onderzoek laat zien
Er is naar gekeken, en de uitkomst is eenduidiger dan bij veel andere omstreden onderwerpen: er is geen bewijs voor de gezondheidsvoordelen. In de onderzoeken waarin capsules met placenta zijn vergeleken met capsules zonder, is geen verschil gevonden in stemming, energie, herstel of melkproductie.
Het ijzergehalte blijkt in de praktijk laag; onderzoek naar de ijzerstatus van vrouwen die placentacapsules gebruikten, vond geen verbetering ten opzichte van een nepmiddel. De hormonen die in het weefsel aanwezig zijn, worden bij verhitting en drogen grotendeels afgebroken en bij inname door de spijsvertering verder aangetast.
Wat wel meetbaar is, is het effect van de verwachting. Vrouwen die het doen, rapporteren vaak dat het hen goed heeft gedaan, en dat is echt — het is het effect van het gevoel actief iets aan je herstel te doen, en dat werkt ook bij een middel zonder werkzame stof.
Over het argument van de zoogdieren: dat dieren het doen, is juist, en de verklaringen die daarvoor worden gegeven — het wegwerken van geur die roofdieren aantrekt, het schoon houden van het nest, het aanvullen van voedsel na de geboorte — gaan niet over de situatie van een mens in een verloskamer. Bovendien eten mensen het in vrijwel geen enkele cultuur van oudsher; de praktijk is in het Westen recent opgekomen.
De risico's
Die zijn niet groot in aantal maar wel reëel. Er is een goed gedocumenteerd geval waarin een pasgeborene ziek werd door een bacterie die via de placentacapsules van de moeder werd doorgegeven; het weefsel was niet voldoende verhit om die bacterie te doden. Gezondheidsdiensten hebben op grond daarvan geadviseerd het niet te doen.
Verder: de placenta is een orgaan dat stoffen uit de bloedbaan filtert, en er kunnen zware metalen en andere verontreinigingen in achterblijven. En bij een bevalling met een infectie, met koorts of met een vermoeden van een aandoening van de placenta wordt het weefsel voor onderzoek gebruikt en hoort het niet mee naar huis.
Praktisch: bewaren vraagt koeling binnen korte tijd en een aaneengesloten koudeketen, en het verwerken gebeurt door aanbieders die niet onder toezicht staan zoals een levensmiddelenbedrijf. Dat is een keten waarin je niet kunt nagaan wat er is gebeurd.
Wat wel helpt
Bij bloedarmoede na de bevalling: een bloedonderzoek en, als het nodig is, ijzer in een vorm en dosering die door een arts of verloskundige is bepaald.
Bij stemmingsklachten: weten dat een lichte dip in de eerste dagen bij de meeste vrouwen voorkomt en van zichzelf overgaat, en dat klachten die langer dan een paar weken duren, zwaarder worden of gepaard gaan met angst, slapeloosheid of gedachten over jezelf of je kind, om hulp vragen. Daar is behandeling voor die werkt, en de verloskundige, de kraamzorg en de huisarts zijn daarvoor de ingang.
Bij herstel in het algemeen: slaap, hulp in huis, eten dat klaarstaat zonder dat je het zelf moet maken, en niet te snel weer alles willen. Dat is de weinig spannende maar goed onderbouwde versie van alles wat aan de placenta wordt toegeschreven.
De andere gebruiken
Begraven onder een boom, meegeven aan het ziekenhuis, of het opvangen in een ritueel: dat zijn keuzes rond het afscheid van de zwangerschap, en daar is niets tegen in te brengen. Vraag in het ziekenhuis of de kraamkliniek vooraf wat er mogelijk is, want zonder afspraak wordt de placenta als medisch afval verwerkt.
