Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Oudermishandeling door jongeren

Huiselijk geweld wordt vrijwel altijd voorgesteld als iets wat van boven naar beneden gaat: van partner naar partner, van ouder naar kind. Er is een vorm die daar niet in past en daardoor nauwelijks in beeld komt — een kind of jongere die zijn eigen ouders slaat, bedreigt, bestelt en beheerst. Het komt vaker voor dan mensen aannemen, en het blijft opvallend stil.

Wat het is

Het gaat om herhaald gedrag waarmee een kind macht uitoefent over een ouder. Dat kan fysiek zijn, maar even vaak niet: schreeuwen en bedreigen, spullen kapotmaken, geld afpakken, deuren intrappen, de ouder isoleren van familie en vrienden, of met zelfbeschadiging dreigen om iets te krijgen.

Het is iets anders dan een driftig kind of een puber die ruzie maakt. Het onderscheid zit in het patroon en in de uitkomst: de ouder past zijn leven aan om een uitbarsting te voorkomen, loopt op eieren in zijn eigen huis en is bang voor zijn kind.

Slachtoffers zijn vaker moeders dan vaders, en vaker alleenstaande ouders — niet omdat zij het uitlokken, maar omdat er niemand tussen staat.

Hoe het ontstaat

Er is geen enkele oorzaak; er zijn combinaties. Vaak spelen er problemen bij het kind: een ontwikkelingsstoornis, een gedragsstoornis, een trauma, of middelengebruik dat de rem eraf haalt. Soms is het kind zelf getuige of slachtoffer geweest van geweld en heeft het geleerd dat conflicten zo worden beslecht.

Aan de kant van het gezin spelen andere dingen mee: een gezagsverhouding die is weggevallen, een ouder die na een scheiding of een ziekte zwak staat, of een geschiedenis waarin grenzen jarenlang zijn verschoven om de vrede te bewaren. Die laatste ontstaat zelden uit onmacht alleen — meestal uit liefde en uit de hoop dat het overgaat.

Waarom er niet over gepraat wordt

Omdat er geen rol is waarin een ouder dit kan vertellen. Wie zegt dat hij bang is voor zijn eigen kind, verwacht als antwoord dat hij te weinig grenzen heeft gesteld, en die verwachting is vaak niet eens onjuist: het is precies wat er gezegd wordt.

Daar komt het beschermingsinstinct bij. Een ouder die vertelt wat er gebeurt, verklikt zijn eigen kind, en hij vreest dat er dan iets in beweging komt wat hij niet kan stoppen — hulpverlening, politie, een dossier. Veel ouders houden daarom jaren stil en vragen pas hulp als er iets gebeurt wat niet meer te verbergen is.

Wat helpt

Erover praten met iemand die ernaar kan handelen: de huisarts, de school, of een van de landelijke punten voor huiselijk geweld, waar je ook anoniem advies kunt vragen. Zulke punten zijn er uitdrukkelijk ook voor deze vorm, al weten weinig mensen dat.

In de hulp werkt zelden de aanpak waarin alleen het kind wordt behandeld. Wat wel resultaat geeft, zijn gezinsgerichte vormen waarin ouder en kind samen worden begeleid: de ouder krijgt hulp bij het opnieuw neerzetten van grenzen zonder escalatie, en het kind hulp bij wat eronder zit. Bij middelengebruik of een psychiatrisch probleem hoort daar behandeling bij.

En één ding geldt altijd, ook al voelt het als verraad: bij dreigend gevaar is een melding of het bellen van de politie de juiste stap. Niet om een kind af te schrijven, maar omdat een situatie die niemand van buiten ziet, uit zichzelf vrijwel nooit beter wordt.