Herrie op de fiets: sirenes en bellen
Kinderen maken graag herrie op de fiets, en er is een lange traditie van fietsen met een kaart tussen de spaken, een toeter, een bel met dubbele klank of iets wat op een sirene lijkt. Rond luilak en andere dagen waarop het mag, wordt dat volwassen geleid en aangemoedigd. Toch is niet alles toegestaan, en het is de moeite waard te weten waar de grens ligt.
Wat verplicht is
Een fiets moet een bel hebben — of preciezer: hij moet een geluidssignaal kunnen geven dat op voldoende afstand hoorbaar is. Een bel is daarvoor de gebruikelijke oplossing, en een toeter of hoorn mag ook, zolang het geluid geschikt is om andere weggebruikers te waarschuwen.
Wat er verder verplicht is aan een fiets: licht voor en achter, rode reflectie achter, reflectie in de zijkant van de wielen of op de pedalen, en twee remmen die onafhankelijk werken. Op de bel wordt zelden gecontroleerd; op licht wel, en dat is bij het handhaven in het donker de meest beboete tekortkoming.
Wat niet mag
Het nabootsen van hulpdiensten. Een blauw zwaailicht en een twee- of drietonige sirene zijn voorbehouden aan voertuigen die daarvoor zijn aangewezen, en het gebruik daarvan op een gewone fiets of bromfiets is verboden — ook als het speelgoed is. Wie ermee over straat gaat, kan het kwijtraken en een boete krijgen, en de reden is niet kinderachtig: mensen die een sirene horen, kijken en wijken, en dat is precies het gedrag dat je niet wil uitlokken met een nagemaakt geluid.
Verder mag een geluidssignaal niet voor iets anders worden gebruikt dan voor waarschuwen. Bellen om iemand te pesten, toeteren naar mensen op de stoep of aanhoudend geluid maken zonder verkeersreden valt daarbuiten, en bij herhaling kan dat als hinder worden aangepakt.
En dan is er de plaatselijke kant: gemeenten hebben regels over geluidhinder, en die bepalen wat er in de openbare ruimte mag en op welke tijden. Voor een traditie op een vastgestelde dag wordt vaak ruimte gelaten, en dat is een besluit van de gemeente en geen recht. Wie met een groep de straat op wil met veel geluid, doet er goed aan vooraf te kijken wat de gemeente daarover heeft gepubliceerd.
Waarom een sirene op een fiets niet helpt
De gedachte achter de zelfgemaakte fietssirene is meestal: opvallen in het verkeer. In de praktijk werkt het slecht, en het is nuttig te weten waarom.
Automobilisten kijken naar beweging en naar licht, en ze horen in een gesloten auto met de radio aan vrijwel niets van buiten. Een geluid dat op een sirene lijkt, geeft bovendien verwarring over de richting: de bestuurder gaat zoeken naar een voertuig met zwaailicht en kijkt precies niet naar de fietser naast hem.
Wat werkelijk werkt om op te vallen: licht dat aanstaat, ook in de schemer en bij regen; reflectie op de plaatsen die bewegen, dus in de wielen en op de hielen; kleding met contrast; en positie op de weg. Een fietser die duidelijk zichtbaar op zijn plek rijdt in plaats van langs de goot, wordt aantoonbaar beter gezien.
En voor het waarschuwen van voetgangers, die wel iets horen: een bel met een heldere, korte klank op ruime afstand, en daarna snelheid minderen. Dat laatste is het deel dat de meeste fietsers overslaan.
Wat wel mag en leuk is
Een bel met een afwijkende klank, een fietstoeter met een bal, een claxon met een eigen geluid, geluidsmakers tussen de spaken, slingers en lichtjes in de wielen. Dat valt onder versiering en onder het gewone signaal, en daar is niets tegen.
Voor een optocht of een buurtactie geldt: even bij de gemeente nakijken of er een melding of vergunning nodig is, vooral als er een route en een groep bij komen. Dat is doorgaans een kort formulier en het voorkomt dat het feest halverwege wordt beëindigd.
En bij kinderen die zelf iets willen bouwen: laat ze het geluid maken en houd het los van alles wat op een hulpdienst lijkt. Een fietstoeter van een fietspomp, een trommel op de bagagedrager of een rammelaar in de mand geeft dezelfde herrie en levert geen gesprek met iemand in uniform op.
