Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Een positieve instelling opbouwen

Over positief denken bestaat veel onzin en iets wat werkelijk klopt, en die twee liggen dicht bij elkaar. De onzin is dat je met de juiste gedachten uitkomsten kunt veranderen. Wat klopt, is dat je kunt veranderen waar je aandacht naartoe gaat en welke uitleg je aan gebeurtenissen geeft — en dat maakt in de praktijk veel uit.

Wat een instelling eigenlijk is

Geen gevoel, maar een gewoonte in uitleggen. Twee mensen die hetzelfde overkomt, komen met verschillende verklaringen: de een denkt dat dit altijd zo gaat en dat het aan hem ligt, de ander dat het deze keer misging en dat er iets aan te doen is.

Die tweede manier van uitleggen is de kern van wat men optimisme noemt, en het is geen aangeboren gesteldheid maar een patroon dat te verschuiven is. Drie dingen doen ertoe: hoe blijvend je het acht, hoe algemeen je het maakt, en hoe persoonlijk je het opvat. Wie een misser tijdelijk, beperkt en niet als bewijs over zichzelf opvat, komt sneller in beweging.

Gedachten toetsen in plaats van vervangen

Positieve uitspraken over jezelf herhalen die je niet gelooft, werkt niet en kan zelfs tegenwerken: het hoofd komt met tegenbewijs. Wat wel werkt, is de negatieve gedachte behandelen als een bewering en er vragen bij stellen.

Is het waar? Wat pleit ertegen? Wat zou ik tegen iemand anders zeggen die dit dacht? Wat is een uitleg die ook past bij de feiten? Dat is de kern van wat in de psychologische behandeling van somberheid wordt gedaan, en het is zonder therapeut in eenvoudige vorm te doen: gedachte opschrijven, tegenbewijs erbij, een gematigder formulering eronder.

Let daarbij op de woorden altijd, nooit, iedereen en niets. Die verschijnen bijna uitsluitend in gedachten die bij nader inzien niet kloppen.

Aandacht als gewoonte

Het hoofd onthoudt onaangename dingen beter dan aangename; dat is ingebouwd en nuttig geweest. Het gevolg is dat een dag met negen goede en één slecht moment als een slechte dag wordt opgeslagen.

Daar is een tegenwicht voor dat eenvoudig is en waarvan het effect meermalen is gemeten: elke dag een paar concrete dingen opschrijven die goed waren. Concreet is het sleutelwoord — niet mijn gezondheid, maar het gesprek van vanmiddag, het weer om vier uur, dat iemand terugbelde.

Wat er dan gebeurt, is niet dat je positiever gaat denken maar dat je die dingen gaat opmerken terwijl ze gebeuren, omdat je weet dat je ze straks opschrijft. Dat is het werkelijke mechanisme.

Wat je omgeving doet

Stemming is aanstekelijk, en dat is in groepen aantoonbaar. Wie dagelijks doorbrengt met mensen die alles slecht vinden, gaat zo kijken; wie mensen om zich heen heeft die dingen ondernemen, onderneemt meer.

Daar hoort ook de informatiestroom bij. Een tijdlijn is geselecteerd op wat aandacht trekt, en dat is stelselmatig het alarmerende. Dat betekent niet dat je je moet afsluiten, wel dat het verstandig is te kiezen wanneer en hoe lang je nieuws leest in plaats van het de hele dag te laten binnenkomen.

Waarom geforceerd positief schaadt

Tot slot de grens, en die is belangrijk. Er bestaat een vorm van positiviteit die geen ruimte laat voor iets anders: alles heeft een reden, blijf lachen, denk niet negatief. Wie in een moeilijke periode zit, wordt daar niet door geholpen maar door stilgezet — er komt bij het verdriet een verwijt dat hij het verkeerd doet.

Een instelling die werkt, sluit somberheid, angst en woede niet uit. Ze erkent wat er is en gaat over naar de vraag wat de volgende stap is. En ze heeft een grens die hardop genoemd moet worden: langdurige somberheid, aanhoudende lusteloosheid en het gevoel dat niets nog iets uitmaakt, zijn geen instellingsprobleem. Daarvoor is hulp, en die vragen is de meest constructieve handeling die er in dat geval bestaat.