De Selk'nam, ook bekend als de Ona
Aan de zuidpunt van Zuid-Amerika, op het eiland Vuurland, leefde een volk dat door Europese zeevaarders als buitengewoon groot werd beschreven: de Selk'nam, door buitenstaanders ook Ona genoemd. Binnen enkele generaties na de komst van kolonisten was hun samenleving verdwenen. Het is een van de best gedocumenteerde en meest verzwegen geschiedenissen van het continent.
Wie ze waren
De Selk'nam waren jagers te voet die over het noorden en midden van het hoofdeiland trokken. Hun voornaamste wild was de guanaco, een wilde verwant van de lama, en daaraan hing hun hele bestaan: vlees, en huiden voor mantels, schoeisel en beschutting.
Ze leefden in kleine familiegroepen met eigen jachtgebieden, zonder centraal gezag maar met sterke regels over wie waar mocht komen. Hun uitrusting was eenvoudig en effectief: pijl en boog, een mantel met de vacht naar buiten, en een tijdelijk windscherm in plaats van een vaste woning.
Op hetzelfde eiland leefden andere volken met een heel andere manier van bestaan, waaronder groepen die met kano's tussen de kanalen voeren en van zeezoogdieren en schelpdieren leefden.
Waarom ze reuzen werden genoemd
Europese verslagen beschrijven de bewoners van deze streek als opvallend lang, en die verhalen groeiden onderweg. Wat er feitelijk aan de hand was: de Selk'nam waren gemiddeld inderdaad aanzienlijk langer dan de Europeanen van die tijd, die zelf korter waren dan mensen nu.
Daar kwam nog iets bij. Een mantel van guanacovacht met de haren naar buiten maakt iemand breder en groter, en de eerste ontmoetingen waren kort en vaak van een afstand vanaf een schip. Van de naam die Europeanen aan het vasteland ernaast gaven — het land van de grote voeten — komt het idee van een reuzenvolk rechtstreeks.
De ondergang
Die verliep snel en had drie oorzaken. Ten eerste ziekten waartegen het volk geen weerstand had, die zich sneller verspreidden dan de kolonisatie zelf. Ten tweede de schapenteelt: grote gebieden werden omheind, de guanaco verdween of werd verdreven, en jagen op het schaap dat de guanaco verving werd als diefstal behandeld.
Ten derde, en het meest rechtstreeks, geweld. Er werden premies uitgekeerd voor het doden van Selk'nam, en groepen mensen werden gedwongen verplaatst naar missieposten waar ziekten opnieuw toesloegen. Kinderen werden van hun families gescheiden, waarmee het doorgeven van taal en kennis werd afgesneden.
Wat er over is
Aanzienlijk meer dan lang is aangenomen. De grote inwijdingsceremonie waarin ingewijden met witte, rode en zwarte lichaamsbeschildering geesten voorstelden, is uitvoerig gefotografeerd door een missionaris en etnograaf; die beelden zijn wereldwijd bekend geworden en worden nu ook als erfgoed van nabestaanden behandeld.
Belangrijker: de bewering dat het volk volledig is uitgestorven, blijkt onjuist. Er zijn nakomelingen in Chili en Argentinië die zich als Selk'nam beschouwen en zich inzetten voor erkenning, voor het herstel van de taal en voor teruggave van menselijke resten uit museumcollecties.
Dat is de reden om dit verhaal niet in de verleden tijd af te sluiten. Wat verdween, was een manier van leven; wat bleef, zijn mensen — en de vraag wat een samenleving met dat verleden doet.
