Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

ADD: aandachtsproblemen zonder drukte

Bij aandachtsproblemen denken de meeste mensen aan een druk kind dat niet kan blijven zitten. Er is echter een vorm waarbij precies dat ontbreekt: geen drukte, geen impulsiviteit, maar een aandacht die niet blijft waar hij hoort. Die vorm werd vroeger ADD genoemd en heet in de huidige indeling het overwegend onoplettende type van ADHD.

Waaraan je het herkent

Niet aan verstrooidheid alleen, want dat heeft iedereen. Het gaat om een patroon dat jarenlang bestaat, in verschillende situaties optreedt en werkelijk in de weg zit.

Wat er dan speelt: moeite om aan iets te beginnen, ook als het belangrijk is. Een gedachte kwijtraken halverwege een taak. Details missen in werk dat je wel kunt. Instructies horen en niet vasthouden. Spullen verliezen, afspraken vergeten, tijd verkeerd inschatten. Snel afgeleid raken door geluid of door een eigen gedachte, en tegelijk urenlang niet meer weg te krijgen zijn bij iets wat wel boeit.

Die laatste combinatie verwart mensen het meest, ook betrokkenen zelf: hoe kan iemand die zich niet kan concentreren, zich soms zo extreem concentreren? Het antwoord is dat de aandacht niet zwak is maar slecht te richten — en interesse richt hem wel, wil niet.

Waarom het laat wordt opgemerkt

Omdat het niemand stoort behalve de persoon zelf. Een stil kind dat uit het raam kijkt, levert geen ordeprobleem op, en de omgeving legt het uit als dromerig, lui of ongeïnteresseerd.

Bij kinderen die goed kunnen leren, valt het bovendien lang weg: zolang de stof makkelijk is, compenseert intelligentie het gebrek aan organisatie. Het probleem verschijnt dan pas als de eisen aan planning toenemen — bij de overstap naar een nieuwe school, bij een studie of bij de eerste baan.

Meisjes en vrouwen krijgen de diagnose gemiddeld later dan jongens en mannen, en dit type is daar de belangrijkste verklaring voor.

Hoe de diagnose gaat

Via de huisarts naar een psycholoog of psychiater. Er bestaat geen test die het aanwijst; de diagnose komt uit een uitgebreid gesprek, vragenlijsten, informatie over de kindertijd — vaak met hulp van ouders of oude rapporten — en het uitsluiten van andere oorzaken.

Dat laatste is belangrijk, want concentratieproblemen horen ook bij slaaptekort, depressie, angst, schildklierproblemen, bloedarmoede en langdurige stress. Wie zich hierin herkent, doet er goed aan eerst die mogelijkheden te laten nakijken.

Wat helpt

Structuur van buiten, omdat die van binnen tekortschiet. Alles op één plek opschrijven en nergens anders. Grote taken opsplitsen tot de eerste stap belachelijk klein is. Werken met timers in korte blokken. Vaste plaatsen voor sleutels, tas en telefoon. Meldingen uitzetten, één ding tegelijk op het bureau.

Verder helpen beweging, voldoende slaap en het beperken van onderbrekingen aantoonbaar bij de uitvoerende functies. Psychologische behandeling richt zich op planning, uitstelgedrag en het beeld dat iemand na jaren van kritiek van zichzelf heeft gekregen, en bij een deel van de mensen werkt medicatie goed.

En één inzicht dat mensen vaak het meest oplevert: het is geen kwestie van wil. Wie jarenlang te horen kreeg dat hij zich beter moest concentreren, heeft dat al duizend keer geprobeerd. Wat werkt, is niet harder proberen maar het anders inrichten.