Hoe leven de honingberen?
De honingbeer, ook wel Maleise beer genoemd, is de kleinste berensoort die er bestaat: een dier dat je met een grote hond kunt vergelijken en dat zijn naam heeft gekregen door zijn voorliefde voor honing en broed van bijen. Hij leeft in de tropische bossen van Zuidoost-Azië en is een van de minst bekende beren, mede doordat hij zich in dichte bossen ophoudt en veel in bomen zit.
Uiterlijk en bouw
Het meest opvallende kenmerk is de lichte vlek op de borst, die per dier verschilt van vorm en waaraan onderzoekers individuen kunnen onderscheiden. De vacht is kort en donker, wat in een warm en vochtig klimaat logisch is; andere beren hebben een veel dikkere pels.
Verder is hij gebouwd om te klimmen: lange, sterk gekromde klauwen, krachtige voorpoten en voetzolen die naar binnen staan. Daarmee gaat hij een rechte stam op als een ladder, en hij slaapt en rust hoog in de bomen.
Zijn tong is buitengewoon lang, langer dan bij welke andere beer ook. Die tong is precies het gereedschap dat hij nodig heeft: hij haalt er honing, larven en insecten mee uit holtes die hij eerst met zijn klauwen openbreekt.
Wat hij eet
Een honingbeer eet van alles, en insecten vormen een groot deel van het menu. Termieten en bijen staan bovenaan, samen met larven, wormen en kevers. Nesten in dood hout worden opengescheurd, bijenkolonies in holle stammen geplunderd — de dikke huid en de vacht om de kop beschermen hem daarbij tegen steken.
Daarnaast eet hij vruchten, en dat maakt hem belangrijk voor het bos: zaden van vijgen en andere vruchtbomen komen met zijn mest elders terecht. Wie het bos wil behouden, heeft aan dit soort dieren meer dan het lijkt, omdat ze de verspreiding van bomen verzorgen.
Verder is hij een gelegenheidseter: eieren, kleine dieren, jonge palmscheuten en, waar het bos aan landbouw grenst, ook het gewas van boeren. Dat laatste is een bron van conflict en een reden dat beren worden gedood.
Gedrag
Honingberen leven alleen, behalve moeders met jongen. Ze zijn zowel 's nachts als bij daglicht actief, en waar mensen in de buurt komen, verschuift hun activiteit naar de nacht — een patroon dat bij veel bosdieren is vastgesteld.
Ze houden geen winterslaap. In de tropen is daar geen aanleiding voor: er is het hele jaar voedsel, wat ook betekent dat jongen in elke periode geboren kunnen worden. Een worp is klein, doorgaans één of twee jongen, die lang bij de moeder blijven.
Ze zijn schuw en gaan mensen uit de weg. Aanvallen komen voor en gaan vrijwel altijd om een dier dat wordt verrast of een moeder met jongen — bij een ontmoeting is afstand houden en rustig terugtrekken het juiste.
Waarom de soort onder druk staat
Twee oorzaken, en de eerste is de zwaarste: het verdwijnen van laaglandbos. Waar bos wordt gekapt voor hout of omgezet in plantages, verdwijnt de leefomgeving in één keer, en dit is een dier dat bos nodig heeft.
De tweede is jacht en handel. Beren worden gedood voor lichaamsdelen die in traditionele geneesmiddelen worden gebruikt, en jonge dieren worden gevangen om als huisdier of attractie te worden gehouden. Beide zijn in de landen waar de soort voorkomt verboden en gebeuren toch.
Wat eraan wordt gedaan: bescherming van bosgebieden, opvangcentra waar in beslag genomen dieren terechtkomen, en onderzoek waarmee in kaart wordt gebracht waar de soort nog voorkomt. De honingbeer staat op internationale lijsten van bedreigde dieren, en de belangrijkste maatregel blijft dezelfde als voor de meeste bosdieren: het bos laten staan.
