Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Urbex-fotografie in de praktijk

Urbex — kort voor urban exploration — is het bezoeken en vastleggen van plekken die zijn achtergelaten: fabrieken, boerderijen, forten, sanatoria, kerkjes en huizen waar de post nog op de mat ligt. Wat het fotografisch interessant maakt, is niet het verval zelf maar wat het zichtbaar maakt: een plek die halverwege is gestopt.

Plekken vinden

De meeste vindplaatsen komen niet van lijstjes op internet. Zodra een locatie ergens met naam en adres verschijnt, komt er binnen weken bezoek dat niet komt fotograferen, en daarna gaat de plek op slot of tegen de grond. Dat is de reden dat de mensen die dit lang doen, adressen niet delen.

Wat wel werkt: oude kaarten en luchtfoto's vergelijken met recente, letten op leegstand langs wegen die je toch al rijdt, en kijken naar wat er in een streek is verdwenen — een industrie, een kloosterorde, een zorginstelling. Verder kranten- en gemeentearchieven over panden waarvoor sloopplannen liggen.

En de nuttigste weg is de minst spannende: aanbellen. Bij veel panden is er een eigenaar, een beheerder of een stichting, en verrassend vaak mag je erin als je het vraagt en uitlegt wat je doet. Dat levert bovendien betere omstandigheden op — tijd, licht en geen haast.

Wat juridisch geldt

Een verlaten gebouw is niet van niemand. Naar binnen gaan zonder toestemming is huisvredebreuk of erfvredebreuk, en dat blijft zo ook als een deur open staat en er niemand is. Iets forceren maakt het ernstiger, en meenemen van voorwerpen is diefstal — dat laatste is bovendien precies waarom eigenaren geen bezoek meer toelaten.

De gewoonte in deze hoek is dan ook een korte gedragslijn: niets meenemen, niets achterlaten, niets veranderen, niets openbreken, en geen adres publiceren. Wie dat aanhoudt, houdt de plek in stand voor wie erna komt.

Apparatuur en techniek

Binnen is het altijd donkerder dan het lijkt, en dat bepaalt alles. Een stevig statief is het belangrijkste stuk uitrusting, belangrijker dan de camera: met lange sluitertijden werk je op lage lichtgevoeligheid en houd je de ruis eruit.

Verder een groothoeklens, omdat ruimtes klein zijn en je niet altijd achteruit kunt. Handig zijn een afstandsbediening of de zelfontspanner, een zaklamp, en extra accu's — koude, vochtige gebouwen kosten accu's sneller dan verwacht.

Technisch: fotografeer in het ruwe bestandsformaat, want het verschil tussen een fel raam en een donkere hoek is groter dan één opname kan vatten. Maak reeksen met verschillende belichting en voeg die samen, en let op dat je het samenvoegen rustig houdt — het overdreven bewerkte resultaat is het handelsmerk van dit genre geworden en het maakt een sterke plek zwak.

Wat foto's onderscheidt: lijnen en licht in plaats van rommel. Zoek de plek waar daglicht naar binnen valt, gebruik deuropeningen en gangen als kader, en fotografeer ook details — een agenda, een schoen, een kalender die is blijven staan zegt meer dan de zoveelste vervallen zaal.

Veiligheid

Dit is geen bijzaak. Vloeren in leegstaande panden zijn rot, zeker bij trappen en bij waterschade, en asbest is in oude industrie en zorggebouwen eerder regel dan uitzondering. Verder: kelders met water, gaten onder een laag bladeren, loshangend plafond, scherp metaal en oude installaties waar nog spanning op kan staan.

De regels zijn eenvoudig. Nooit alleen. Iemand thuis weet waar je bent en wanneer je terug bent. Schoenen met stevige zool, handschoenen, een stofmasker en een lamp per persoon. Loop op balken en langs de wand, niet in het midden van een aangetaste vloer. Ga niet in een pand waar wordt gesloopt, en ga niet naar beneden als je niet weet hoe je er weer uitkomt.

En stop als het niet goed voelt. Elke plek is het waard om niet te fotograferen.