Goedkoop lenen: studenten en starters
Wie studeert of net begint met werken, heeft een lage of onzekere inkomsten en tegelijk de uitgaven die bij een nieuwe fase horen: een kamer inrichten, een laptop, borg, een auto om bij het werk te komen. Dat is precies de combinatie waarop de duurste leenvormen zijn gericht, en het is de moeite de rangorde te kennen voordat je iets ondertekent.
De goedkoopste vormen eerst
Voor studenten is de studielening van de overheid vrijwel altijd de gunstigste optie die er bestaat: de rente is laag en aan de staat gekoppeld, de terugbetaling begint pas na de studie en de maandlast hangt af van wat je dan verdient. Een private lening bij dezelfde behoefte is in bijna alle gevallen duurder en strenger.
Daarnaast bestaan er voorzieningen die geen lening zijn en toch geld opleveren: aanvullende beurzen, toeslagen, studiefondsen van gemeenten en fondsen voor bijzondere situaties. Dat is onoverzichtelijk en het loont om ernaar te zoeken, want geld dat je niet hoeft terug te betalen, verslaat elke rente.
Een lening bij familie is goedkoop en heeft een eigen risico: zet ook daar op papier hoeveel, wanneer en in welke termijnen. Onduidelijkheid daarover kost geen rente en wel verhoudingen.
Waar je bij een lening op let
Niet op de maandlast, want dat is het cijfer waarmee je wordt overgehaald. Een lage maandlast betekent meestal een lange looptijd en daardoor meer rente in totaal.
Kijk naar het jaarlijks kostenpercentage, want daar zitten alle kosten in en dat is het enige getal waarmee aanbieders vergelijkbaar worden. Kijk of de rente vast is of kan veranderen. Kijk naar de looptijd en reken uit wat je in totaal terugbetaalt. En kijk of je zonder boete extra mag aflossen — dat is bij een onzeker inkomen het belangrijkste recht dat je kunt hebben.
Let daarnaast op bijkomende zaken die de kosten opdrijven: een verplichte verzekering, afsluitkosten, en de vraag of het bedrag op een doorlopende rekening staat waar je makkelijk opnieuw in kunt lopen.
Wat je beter niet doet
Een doorlopend krediet of een creditcard gebruiken voor iets wat je in termijnen afbetaalt: de rente daarop is hoog en het bedrag blijft beschikbaar, wat betekent dat het opnieuw wordt gebruikt.
Gespreid betalen bij een webwinkel, zeker de varianten die zonder kosten lijken: die zijn gratis tot het moment dat je een termijn mist, en daarna komen er kosten bij die in verhouding tot het bedrag hoog zijn. Rood staan als vaste toestand. En leningen van aanbieders die geen registratie en geen toets doen — dat is geen service maar het teken dat het risico ergens anders wordt terugverdiend.
Eerst iets anders proberen
Voordat een lening in beeld komt, zijn er vaak alternatieven die minder kosten. Een aankoop uitstellen tot je hem kunt betalen. Tweedehands kopen, wat bij laptops, meubels en auto's het grootste verschil maakt. Een kleine buffer opbouwen, want de meeste leningen bij deze groep gaan niet over grote aankopen maar over een onverwachte rekening.
En als het om een vaste last gaat die niet te dragen is, is een lening de verkeerde oplossing: die verplaatst het probleem naar volgend jaar. Dan is het gesprek met de gemeente, de verhuurder of de schuldhulp de juiste eerste stap, en die is gratis.
Als je al leent
Zet alles op een rij: bedrag, rente, looptijd en maandlast per lening. Los af op de duurste eerst en betaal op de rest het minimum; dat levert wiskundig het meeste op. Meld je bij de aanbieder zodra je een termijn niet gaat halen, want een gemelde achterstand kost minder dan een gemiste betaling. En blijf uit de buurt van een nieuwe lening om een oude af te lossen, tenzij die aantoonbaar goedkoper is en de oude echt wordt gesloten.
