De recente staatsgreep in Myanmar

Door Wendy Kuppens gepubliceerd op Thursday 04 February 12:20

Misschien heb je het ergens in het nieuws al iets gelezen of gehoord over de staatsgreep die plaats heeft gevonden op 1 februari 2021 in Myanmar. Op die dag werd door het leger van dat land regeringsleider Aung San Suu Kyi opgepakt, samen met andere belangrijke leden van de Nationale Liga voor Democratie (NLD). Aung San Suu Kyi is een Myanmarese politica, leidster van de beweging voor de mensenrechten en democratie in het land. Bovendien won ze de Nobelprijs voor de Vrede in het jaar 1991 en ontving ze eveneens diverse andere internationale onderscheidingen. De macht in Myanmar is na de staatsgreep overgedragen aan opperbevelhebber Min Aung Hlaing. Maar wat weten we eigenlijk van dit Zuid-Aziatische land?

 

Feiten over Myanmar

  • Myanmar (het voormalige Birma) wordt officieel de Republiek Unie van Myanmar genoemd en telt 56.590.071 inwoners (in 2020).

 

  • De bevolking van het land bestaat uit een heleboel etnische groepen, zoals
    • de Bamar (68 procent),
    • de Shan (9 procent),
    • de Karen (6 procent),
    • de Rakhine (5 procent),
    • de Chinezen (3 procent),
    • de Rohingya (2,5 procent),
    • de Mon (2 procent),
    • de Kachin (1 procent).

 

  • Het Birmaans is de officiële taal in Myanmar (geschreven in het Birmese schrift), al worden er door diverse etnische groepen ook eigen talen gesproken en is het Engels in beperkte mate in gebruik.

 

  • Myanmar kan staatkundig onder worden verdeeld in verschillende administratieve subdivisies:

-    7 staten,

-    7 regio’s,

-    1 Union Territory,

-    5 zones met een eigen bestuur,

-    1 divisie met eigen bestuur.

 

  • Het land ligt tussen 10 en 28 graden noorderbreedte en 92 en 101 graden oosterlengte en het landoppervlak bedraagt 676.577 km² waarvan 3 procent uit water bestaat. Het land heeft dan ook een tropisch- oftewel een moessonklimaat. De neerslag kan echter sterk verschillen in de verschillende delen van het land, zo is er bijvoorbeeld een erg droog centraal gelegen gebied.

 

  • In Myanmar kent men drie seizoenen:
    • het regenseizoen (dat loopt van eind mei tot medio oktober),
    • het koele, droge seizoen (van half oktober tot medio februari),
    • het droge, hete seizoen (van half februari tot eind mei).

 

  • De belangrijkste religies in Myanmar zijn:
    • het Boeddhisme (89 procent),
    • het christendom (4 procent),
    • de islam (4 procent).

Een klein deel van de bevolking van het land is aanhanger van het animistische geloof (1 procent. Maar ook onder het boeddhistische deel van de bevolking is het animistische geloof populair, terwijl de bergvolkeren er diverse sjamanistische stamreligies op nahouden.

 

  • De munteenheid in Myanmar is de Kyat (afgekort tot MMK), Eén kyat is honderd pya. Hoewel officieel munten in gebruik zijn van 1, 5, 10, 25, 50 pya en van 1 kyat, worden deze nagenoeg waargenomen in het dagelijkse betalingsverkeer. Dit geldt echter niet voor de biljetten van 1, 5, 10, 20, 50, 100, 200, 500, 1000, 5000 en 10.000 kyat.

 

  • Sinds 7 november 2005 is de officiële hoofdstad van Myanmar het centraal gelegen Naypyidaw (hoewel de verhuizing pas op die dag echt van start ging). De oude hoofdstad Rangoon, de grootste stad van het land, wordt door verschillende landen, onder andere België en de Verenigde Staten nog altijd als hoofdstad gezien, maar Nederland erkent de nieuwe hoofdstad echter wel.
  • Het land grenst aan de landen:
    • Bangladeshen,
    • India,
    • Volksrepubliek China,
    • Laos,
    • Thailand.

Verder wordt Myanmar begrensd door:

  • de Golf van Bengalen,
  • de Andamanse Zee,
  • de Indische Oceaan.

Andere grenzen worden gevormd door gebergtes in het oosten en westen (dit zijn uitlopers van de Himalaya). De hoogste berg: Hkakabo Razi met een hoogte van 5881 meter is gelegen in de noordelijke punt van het land.

 

  • Geografische indeling van Myanmar:
    • De laagvlakte, die door de rivier de Irrawaddy en andere rivieren wordt gevormd, ligt tussen de gebergtes van Myanmar.
    • Centraal in Myanmar bevindt zich een droog gedeelte met weinig neerslag,
    • In het oosten van het land ligt het Shanplateau.
    • Een andere landstrook de Tenasserimstrook geheten, is gelegen in het zuidoosten op het schiereiland Malakka,
    • Daarnaast liggen er een heleboel eilanden voor de kust.
    • Circa 50 procent van Myanmar is bedekt met bossen: aan de kust vindt men mangrovebossen, terwijl de hoger gelegen gebieden zijn begroeid met eiken- en dennenbossen. De begroeiing in het centraal gelegen deel van Myanmar (waar het relatief droog is) groeien struiken, grassen en cactussen.

 

  • De landbouw in Myanmar biedt 64 procent van de bevolking werk en levensonderhoud, vooral rijst maïs en suikerriet zijn belangrijke landbouwgewassen.

 

  • In Myanmar vindt men weliswaar een heleboel natuurlijke grondstoffen, maar door kapitaalgebrek kunnen deze haast niet geëxploiteerd worden. Hierbij kan worden gedacht aan:
    • veel verschillende edelstenen (maar met name robijnen vanwege diens hoge puurheid).
    • houtkap (voornamelijk het teak).

Een groot aantal van de bedrijven exporteren hun producten via Thailand om op die manier sancties te kunnen ontlopen.

  • aardgas winning, hoewel de binnenlandse gasconsumptie laag is en het gros van het gas naar Thailand en China wordt geëxporteerd.
  • uit het Midden-Oosten afkomstige olie wordt via een olie-importterminal in Myanmar gelost en vandaar naar China gepompt zodat dit land minder afhankelijk wordt van de olieaanvoer via de Straat Malakka.

 

  • De industrie in Myanmar produceert vooral voor de kleinschalige markt in eigen land. Ongeveer 7 procent van de bevolking is werkzaam in de industrie.

 

  • Myanmar wordt vaak betiteld als een land waar het leger een gigantische producent en exporteur is van LSD en opium, al wordt dit stellig ontkend door de overheid. Deze producten worden vaak verkocht aan Thaise- en Chinese handelaren om vervolgens in Azië en Europa te worden verkocht. De overheid zegt overigens wel te kampen te hebben met smokkelaars van de producten. Kennelijk speelt het leger van Myanmar toch een belangrijke rol hierin omdat aangetoond is dat de plantages zich altijd valkbij militaire kampen bevinden.

 

Myanmar door de eeuwen heen

Al ver voor de jaartelling is er vanuit het huidige China of Noordoost India de migratie van start gegaan van de Mon, gevolgd door de Pyu, de Karen, de Chin, de Birmanen, de Shan en de Kachin.

De Mon vestigden zich in het riviergebied van de Irrawaddy, waar ze onder meer de stad Pegu stichten. De Pyu bevolkten daarentegen het centrale deel van Birma, met als hoofdstad Sri Kshetra, (tegenwoordig Prome geheten). In het jaar 832 versloegen de Thai echter de Pyu waarna dit volk weg werd gevoerd. De Birmezen waren ook uit China afkomstig en dit volk woonde in het noorden van Birma. Na 832 zouden ze echter geleidelijk de plaats overnemen van de Pyu en verdreven daarbij zelfs de Mon. In het jaar 849 werd door de Birmezen een rijk gesticht met Pagan als hoofdstad. Deze stad was gelegen aan de rivier de Irrawaddy. Toen in 1044 koning Anawrahta de troon besteeg was het Eerste Birmaanse koninkrijk (1044-1287) een feit.

 

De eerste periode die Birma kende van eenheid en grote bloei werd dan ook bereikt onder de koningen van de Pagan-dynastie. Anawrahta wist de Mon te onderwerpen met als gevolg dat het gehele gebied (dat vandaag de dag Myanmar wordt genoemd) voor de eerste keer echt verenigd was. In Pagan werden bovendien honderden tempels gebouwd. Echter wisten de Mongolen, onder leiding van Koeblai Khan, in 1287 het land binnen te vallen en een einde te maken aan het Birmaanse rijk.

 

Het uiteengevallen rijk bleef voor de duur van enkele eeuwen verdeeld in diverse kleinere staatjes. In het noorden van Birma heersten de Shan. De hoofdstad was eerst Sagaing, vervolgens werd dit in het jaar 1364 Ava (of Inwa), beide steden waren gelegen vlakbij de stad die tegenwoordig Mandalay wordt genoemd. Aan de rivier de Irrawaddy ontstond het Mon-koninkrijk van Pegu, dat lange tijd oorlogen voerde tegen zowel de Thai als de Shan.


In Toungoo, gelegen tussen Ava en Pegu, was een kleine Birmaanse staat gesticht, die juist veel baat had bij de oorlogen tussen de Shan en de Mon. Deze staat wist zelfs beide staten aan zich te onderwierpen door in 1539 Pegu en in 1555 Ava te veroveren. Met deze veroveringen stichtte koning Bayinnaung het Tweede Birmaanse koninkrijk (1539-1752) met Pegu als hoofdstad. Deze koning voerde tevens oorlogen tegen Siam (het huidige Thailand) en wist in het jaar 1569 de hoofdstad Ayutthaya in te nemen. De veroveringen wisten echter niet lang stand te houden. Daarom werd al in 1635 de hoofdstad Ava in plaats van Pegu. In het jaar 1740 kwamen de Mon in opstand waarna ze de Birmanen uit de rivierdelta wisten te verjagen. Dit gebeurde, in het jaar 1752, ook met  Ava zodat er eveneens een einde kwam aan het Tweede Birmaanse koninkrijk.

 

Na korte tijd wisten de Bimanen echter de Mon te verslaan. Dit vond plaats onder leiding van Alaungpaya, die zich vervolgens uitriep tot koning en zo de stichter was van het Derde Birmaanse koninkrijk (1752-1885). Deze koning wist met geweld de Birmese volken te verenigen tot één rijk. Koning Hsinbyushin wist op zijn beurt een Chinese invasie tegen te houden en zelfs in 1767 voor een korte tijd Siam weer te veroveren. Bij deze verovering werd Ayutthaya compleet verwoest. Onder koning Bodawpaya werden daarnaast ook Assam en Arakan onderworpen met spanningen met het Britse Rijk in India tot gevolg. Tijdens het Derde Birmaanse koninkrijk zou de hoofdstad geregeld verplaatst worden:

  • in 1783 van Ava naar Amarapura,
  • in 1813 van Amarapura naar Ava,
  • in 1841 (na een verwoestende aardbeving van drie jaar eerder) van Ava naar Amarapura,
  • in 1861 van Amarapura naar Mandalay.

 

De grens- en handelsconflicten met het Britse Rijk in India resulteerden in een drietal Engels-Birmese oorlogen: in de jaren 1824, 1852 en 1885. Uiteindelijk wisten de Engelsen heel Birma te veroveren en vanaf 1885 vormde het land een onderdeel van het Britse Rijk. Hiermee was dus een einde gekomen aan het Derde Birmaanse koninkrijk. De laatste koning van Birma, Thibaw, werd vervolgens verbannen naar India.

 

Japan wist in 1942 Birma te veroveren en het wilden langs deze weg India binnen gaan vallen. Voor dit doel werd de beruchte Birma-spoorlijn aangelegd. Deze spoorlijn werd immers aangelegd door de dwangarbeid die uitgevoerd werd door geallieerde, Birmaanse, Thaise, Indische en Maleise krijgsgevangenen. Van deze groep zouden ruim 100.000 mensen komen te overlijden als gevolg van uitputting, ziekte en ondervoeding. In de periode van 1943 tot 1945 was Birma officieel een onafhankelijk land onder de naam Staat Birma, maar in de praktijk was het echter een zogenaamde vazalstaat van Japan. De geallieerden wisten in 1945 de Japanners te verdrijven uit Birma.

 

Onafhankelijkheid van Birma

In 1948 werd de Unie van Birma onafhankelijk verklaard, maar was al vanaf het prille begin erg onstabiel als gevolg van diverse opstandige bergvolkeren en nationaliteiten die uit waren op zelfbestuur. Tevens vonden er, als reactie op door de Verenigde Staten en Taiwan gesteunde aanvallen van Kuomintangmilitairen in China, communistische opstanden plaats.

 

 

Toen er in 1962 een militaire coup werd gepleegd, hoef de junta alle democratische bestuursorganen en -middelen op. Birma veranderde dan ook in een militaire dictatuur. Ook de grondwet werd toen van tafel geveegd en kreeg de Burma Socialist Programme Party alle politieke- en bestuurlijke macht. Alle aanwezige productiemiddelen werden door deze partij genationaliseerd en tevens zou de economische beleidsvorming centraal plaatsvinden en werd er een verbod ingesteld op alle onafhankelijke vormen van berichtgeving. In 1974 veranderde het land in een eenpartijstaat. In 1989 werd bovendien de naam gewijzigd van de Unie van Birma naar de Unie van Myanmar.

 

Er vond in Birma een nieuwe coup plaats (na de opstanden van augustus 1988) en dit keer  door een groep militairen die zich eerst SLORC, en vanaf 1997 SPDC (State Peace and Development Council) noemde. Hoewel er in mei 1990 verkiezingen werden gehouden in het land werd de uitslag door de nieuwe junta verworpen. De winnaarwas immers de National League for Democracy.

 

De Birmese regering heeft, onder leiding van Thein Sein, in de periode 2008-2012 democratische hervormingen doorgevoerd en de staat voor een belangrijk deel gedemilitariseerd waardoor er meer vrijheid kwam. Echter resulteerde dit ook tot het tot uiting komen van onderdrukte spanningen tussen de verschillende religieuze groepen van Myanmar die al jaren sluimerden. In juni 2012 brak er in het westen van het land geweld uit tussen de islamitische Rohingya en boeddhisten met enorme rellen tot gevolg. De regering riep hierop de noodtoestand uit voor Rakhine. Tijdens de onlusten vielen er 88 dodelijke slachtoffers en de rellen eind oktober eisten nog eens 80 doden. Zeker 100.000 mensen, voornamelijk Rohingya, zijn daardoor ontheemd geraakt. 

 

In maart 2013 laaide het geweld opnieuw op in de stad Meiktila in het midden van Birma. Er werden diverse moslimwijken door woedende boeddhisten in de as gelegd nadat een moslim een monnik zou hebben gedood. Even daarvoor had er ook al een incident plaatsgevonden tussen een boeddhistische familie en een islamitische juwelier waarna er eveneens in verschillende steden de noodtoestand afgekondigd diende te worden. De dieperliggende oorzaak van deze geweldsuitbarstingen was dat de lokale Mandalayse moslims sympathie hadden getoond voor de maanden eerder vervolgde Rohingya. Dit feit was voor de boeddhisten moeilijk te aanvaarden.

 

Ondanks dat de rellen tot dan nog afgedaan konden worden als een etnisch conflict, diende men dit nu onder de noemer van religieus geweld te scharen. De regering was bang dat de onrust de hoofdstad Rangoon zou weten te bereiken, maar niemand, zelfs Aung San Suu Kyi niet, leek partij te willen kiezen voor de moslims, en dan in het bijzonder de Rohingya. In de nacht van 2 op 3 april 2013 brak er brand uit in een Koranschool in een wijk van Rangoon. Hierbij kwamen 13 kinderen in de leeftijd tussen de 10 en 15 jaar om. De verklaring van de regering dat de brand het gevolg was van kortsluiting werd door vrijwel geen enkele moslim geloofd. Moslims vermoedden dat er geen sprake was van een ongeluk, maar dat de boeddhisten deze brandstichting op hun geweten hadden.

 

In augustus van het jaar 2017 voerde het leger van Myanmar zuiveringsoperaties uit waarbij een groot aantal dorpen van de Rohingya in brand werden gestoken en de aanwezige vrouwen werden verkracht. Duizenden Rohingya vluchtten daarop de grens met Bangladesh over. In slechts enkele maanden werden circa 700.000 Rohingiya uit Myanmar verdreven. Ondanks dat Myanmar in 2015, door de Verenigde Staten en de Europese Unie, een wapenembargo op was gelegd, bleek dat Israël aan de militaire junta wapens leverde sinds die tijd en tevens militaire trainingen verzorgde. De Verenigde Naties stelden dat er sprake zou kunnen zijn van een intentie tot' genocide en het Internationaal Strafhof nam op 18 september 2018 het besluit om een verkennend onderzoek uit te gaan voeren.

 

De huidige situatie in Myanmar

Ongeacht welke naam het bestuur van het land ook draagt, het bestuur van Birma kan sinds de aantreding van de junta’s in het algemeen worden bestempeld als een dictatuur. De machthebbers accepteren immers geen enkele vorm van politiek andersdenkendheid en zullen enkel hun eigen (persoonlijke) economische- en financiële belangen nastreven. Openlijk, (in bepaalde gevallen zelfs massaal opgezet) protest en verzet van de bevolking wordt dan ook altijd neergeslagen. Doorgaans gebeurt dit met harde maatregelen en lichamelijk geweld.

 

De machthebber voeren op internationaal vlak een isolatiepolitiek. Dit betekent onder andere dat de media en mensenrechtenorganisaties de toegang geweigerd wordt en worden afkeuringen en sancties afkomstig van de internationale gemeenschap gewoonweg genegeerd. Alleen maar van een paar buurlanden, zoals China, India en Thailand, mogen zich een beetje bemoeien met de gang van zaken in het land, maar enkel omdat er sprake is van wederzijdse economische belangen.

 

Verzet tegen de machtshebbers in Myanmar

Hoewel de machthebber vaak met enorm veel machtsvertoon de teugels strak tracht te houden, is er echt wel het nodige verzet. In de regel betreft het ondergronds verzet, maar in bepaalde gevallen ook meer expliciet. Zeker in de grensstreek met Thailand is al lange tijd een burgeroorlog gaande: guerrillabewegingen die vooral bestaan uit lokale etnische groepen (de Mon en de Karen) strijden tegen het Birmese leger. Vanaf 1980 is er dan ook al een enorme vluchtelingenstroom waar te nemen naar Thailand: waar de ruim 40.000 vluchtelingen zijn gehuisvest in omvangrijke kampen/ De Thaise overheid erkend deze mensen echter niet officieel vluchteling.

 

Eind september 2007 is er in Myanmar een protestbeweging op hang gekomen en wel van een steeds groter wordende groep boeddhistische monniken. Met hun geweldloze optochten lieten ze duidelijk merken dat ze sterk verlangden naar een democratisch bestuur in hun land. Na een paar dagen zou een alsmaar toenemend aantal burgers zich bij hen aansluiten. Deze mensen stonden niet alleen zij aan zij met de monniken om hun oproep te ondersteunen, maar tevens om hen te beschermen tegen mogelijk geweld door de militairen van de junta. Soms deden tienduizenden mensen mee aan dergelijke protesten. De regering stond zo voor een enorm dilemma omdat monniken in het land een erg hoge, haast heilige status hebben en hun gezag is groot als het gaat om morele waarden. Zonder ingrijpen van de junta zou de actie echter mogelijk kunnen leiden tot enorme, wellicht niet te beheersen, onlusten in heel Myanmar. Maar ook het, met harde hand, neerslaan van de beweging zou een gelijksoortige uitwerking kunnen hebben.

 

De overheid  wist echter niet hoe ze op een gematigde wijze overleg, eventueel leidend tot compromissen, moesten voeren. Op 26 september, op het moment dat de protesterende mensenmassa een poging deed om de Sule Pagode in Yangon te bereiken, greep het leger echter toch in. Het aantal dodelijke slachtoffers die hierbij vielen, is niet duidelijk. De regering sprak toen echter van slechts één dodelijk slachtoffer. Wel is bekend dat er op die dag in Yangon circa 200 monniken en burgers op zijn gepakt. 

 

Op 27 september 2007 werden 's nachts twee kloosters in Rangoon door de veiligheidstroepen bestormd en werden naar schatting tweehonderd monniken gearresteerd. 's Middags waren er negen doden te betreuren, onder hen was de Japanse journalist Nagai Kenji die werkte voor het persbureau AFP.

 

Op 1 oktober werd er bericht dat er duizenden doden waren te betreuren in Myanmar en dat het leger massale executies uit had gevoerd. Volgens gevluchte, overgelopen officieren waren een groot aantal monniken in vrachtwagens gedwongen, om daarna in de jungle geëxecuteerd te worden, maar ook dat andere monniken vastwaren gezet in hun kloosters en dat de universiteit van Rangoon om was gebouwd tot een gevangenis. Bepaalde berichten melden dat er 200 gevangenen op 5 oktober in vrijheid zijn gesteld. De ambassadeur van Myanmar bij de Verenigde Naties, Kyaw Tint Swe, verklaarde voor de Veiligheidsraad dat er echter nog meer vrijlatingen op stapel stonden. Deze verklaring was wellicht bedoeld om een interventie van de Veiligheidsraad te kunnen voorkomen.

 

Ook de oppositionele National League for Democracy voert verzet sinds deze partij in 1990 als winnaar van de "vrije" verkiezingen uit de bus kwam. Toen de overwinning niet erkend werd door de militaire machthebbers zijn er een groot aantal leden van de National League for Democracy gevangen genomen. Zo heeft bijvoorbeeld hun leidster Aung San Suu Kyi, die fel strijd voor vrijheid in haar land, twintig jaar lang huisarrest opgelegd gekregen. Dit huisarrest werd op 13 november 2010 opgeheven.

 

Einde van het militaire bestuur in Myanmar

Op 31 januari 2011 werd er in Myanmar een nieuwe grondwet in werking gesteld, deze zou formeel een einde moeten maken aan het militaire bestuur in het land. Op deze dag vond tevens de eerste bijeenkomst plaats van het nieuw opgerichte parlement. Het betrof een zogenaamd tweekamerparlement met een Lagerhuis (440 zetels) en een Hogerhuis (224 zetels). Op 4 februari 2011 werd Thein Sein tot president van Myanmar verkozen, dit zou het eerste civiele staatshoofd van Myanmar zijn in een tijdspanne van haast een halve eeuw.

 

Waarnemers merken echter al snel op dat er weliswaar formeel geen sprake meer was van een militair bestuur, maar dat desondanks een groot aantal leden van het parlement net zoals de nieuwe president ex-militairen zijn. Zij hadden voor de verkiezingen het leger verlaten om zo putting te kunnen nemen in de 'civiele' regering. Door de internationale gemeenschap worden daarom de nodige vraagtekens geplaatst bij de impact van de staatkundige veranderingen.

 

Rond en na de bestuurswisseling zijn er echter wel bepaalde ontwikkelingen in gang gezet die lijken te wijzen op een toename van de burger- en politieke rechten. Zo werd, in november 2010, Aung San Suu Kyi in vrijheidgesteld, ontvinden vanaf 2011 diverse politieke gevangenen amnestie en werd in januari 2012 een wapenstilstand van kracht tussen de Birmese regering en de KNU (een rebellengroep van de Karen). Dit soort positief ogende gebeurtenissen zijn met enige voorzichtigheid als stap in de goede richting begroet met als gevolgd dat onder andere de Europese Unie een groot deel van de sancties tegen Myanmar een jaar opschortte. Op die manier zou de democratische hervormingen in Myanmar gestimuleerd kunnen worden. Het wapenembargo tegen Myanmar bleef overigens ook na die tijd van kracht.

 

Op 9 november 2015 werd oppositiepartij NLD winnaar van de verkiezingen en koos het parlement in maart 2016 Htin Kyaw als president. In maart 2018 trad deze president echter, om gezondheidsredenen terug.

 

De recente machtsovername in Myanmar

In de nacht van 31 januari op 1 februari 2021 is de macht in Myanmar door de militaire Junta overgenomen. Regeringsleider Aung San Suu Kyi en enkele kabinetsleden werden eveneens opgepakt. Door de militaire opperbevelhebber werd op televisie aangekondigd dat het leger voor de duur van minimaal een jaar de macht over zal nemen in het land. Volgens het leger is er namelijk sprake van verkiezingsfraude die gepleegd zou zijn door de partij van Aung San Suu Kyi in november 2020. Bij deze verkiezingen haalde de NLD 396 van de 476 zetels. De meest belangrijke oppositiepartij USDP (die steun geniet van het leger), wist slechts 25 zetels in de wacht te slepen. Volgens internationale waarnemers is de gang naar de stembus in Myanmar echter correct verlopen en dat staat dus haaks op het standpunt van het leger. Door het leger werd geëist dat de verkiezingsresultaten in konden zien en deze mochten verifiëren, maar de NLD stond dat niet toe.

 

Het leger zegt dat de machtsovername helemaal conform een onderdeel in de grondwet van Myanmar heeft plaatsgevonden. Dit onderdeel zou immers toestaan dat het leger de macht over kan nemen indien er sprake zou zijn van een noodsituatie. Om die reden stelt het leger dat er eigenlijk helemaal niet gesproken kan worden van staatsgreep. Uiteraard betwist de NLD deze uitleg en om die reden heeft de partij via Facebook de bevolking opgeroepen om in protest te komen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.