Advocaat van heksen

Door Wendy Kuppens gepubliceerd op Friday 13 November 17:57

Zo'n 500 jaar geleden werd in Grave een gewone baby geboren, die later zou uitgroeien tot een fanatieke tegenstander van de ‘waan ten aanzien van heksen.’ Zijn naam: Johannes (roepnaam Jan) Wier (geboren in het jaar 1515 en gestorven in 1588) sprong namelijk in de bres voor een heleboel arme vrouwen, die anders zeker op de brandstapel zouden zijn gestorven.

Johannes-Wier-1515-1588-de-trots-van-Gra

 

In grave werd voor deze man dit monument opgericht dat liefkozend ook wel Jan wordt genoemd. Jan Wier werd geboren in een belangrijke Graafse familie. Zijn vader handelde met succes in hop. Jan was erg bijdehand en ging al jong in de leer bij humanist Agrippa. In het jaar 1535 promoveerde hij in de medicijnen en drie jaar later werd hij arts in zijn geboorteplaats Grave.

 

Samen met zijn vrouw Judith kreeg Jan Wier vier zonen en één dochter, Sophie. In 1545 werd hij aangesteld als stadsarts in Arnhem om uiteindelijk naar het hof van Willem de Rijke, hertog van Gulik, Kleef en Berg te vertrekken. Hier kreeg Jan Wier alle ruimte om zijn opvattingen over hekserij om te zetten in daden. Hij wilde de geneeskunde zuiveren van verschillende bijgelovige en onwetenschappelijke denkbeelden. In zijn tijd betekende deze revolutionaire ideeen dat hij zich in een geaarlijke positie manouvreerde.

 

Brandstapel

In het jaar 1487 werd de Malleus Maleficarum (de Heksenhamer) gepubliceerd en daarmee werd een tijd van heksenvervolgingen ingeluid. In 1517 maakte Maarten Luther zijn stellingen bekend en begonnen de godsdienstoorlogen. Jan Wier probeerde arme ‘heksen’ te beschermen. Hij ontkende niet dat demonen bestonden (hij was zelfs van mening dat er niet minder dan 7.405.926 duivels rondzwierven), maar hij pleitte eveneens voor medische onderzoeken en behandelingen in plaats van de gruwelijke martelingen en de veroordelingen tot de brandstapel. Deze methoden waren volgens Jan Wier zinloos en wreed. De 'ziekte"waar de'heksen'aan leden was immers al pijnlijk genoeg.

 

Zijn ideeën publiceerde Jan Wier voor de eerste keer in het jaar 1564 in zijn boek ‘De Prestigiis Daemonum’(over duivelse bezetenheid). Ondanks dat het boek door verschillende vorsten werd verboden en in Schotland zelfs op de brandstapel terechtkwam, is Wier zelf nooit op een dergelijke manier aan zijn einde gekomen. Dit lot bleef hem bespaart door zijn goede banden met onder andere hertog Willem.

 

Over het leven van Jan Wier in Grave is niet veel bekend. Wel staat vast dat hij samen met zijn vrouw Judith en dochter Sophie een kleine woning had in Ravenstein. In dat huisje speelde zich ooit een bizar tafereel af:

Er was namelijk een meisje, dat door een boze geest zou zijn bezeten. Om haar hals hing om die reden een leren etuitje, waar een briefje in zat genaaid. Volgens de pastoor zou dit briefje de geest uitdrijven. Judith geloofde dit niet en nam het arme meisje op in huize Wier. Ze vertelde bovendien het meisje dat de woorden van de pastoor klinkklare onzin waren. Het meisje werd aan tafel uitgenodigd en op een bepaald ogenblik trok Judith het etuitje van haar hals af. Iedereen die aanwezig was schrok hevig en verliet de kamer, behalve Judith, Sophie en het betreffende meisje. De drie dames genoten verder rustig van de maaltijd en het meisje was voorgoed verlost van de boze geest. De inhoud van het etuitje bevat overigens geen Bijbelteksten, spreuken of teksten in het Latijn, maar wel een vergeeld, blanco stukje papier. Dit papiertje werd, samen met het etuitje, in het vuur geworpen. Op die manier pakten Jan Wier en zijn vrouw weer een stukje bijgeloof aan. In zijn leven heeft Jan Wier veel onderzoeken gedaan naar bijgeloof, hekserij en het bestaan van uiteenlopende ziekten.Hij stierf uiteindelijk in het jaar 1588 in de Duitse plaats Tecklenburg.

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.