Illegale handel in oudheden

Door Wendy Kuppens gepubliceerd op Friday 13 November 17:34

Het belangrijkste probleem met de illegale handel in oudheden is, en dat klinkt vast erg afgezaagd, dat deze niet legaal is. Het begin en het einde van deze vorm van handel is weliswaar bekend, maar de periode er tussenin is doorgaans niet bekend. Aan het begin staan immers de archeologische sites die zijn leeggeroofd en ook de schade, die is aangericht is in musea (de afgelopen tijd in landen als Egypte, Irak, Libië en Syrië, zijn eveneens duidelijk. Verder is het einde bekend: op het ogenblik dat de illegaal opgegraven objecten op de markt terechtkomen.

 

Tussen roof en verkoop

Veel minder bekend is de periode tussen het roven en de verkoop van de oudheden. Dit betekent overigens niet dat de tussenhandel helemaal niet zichtbaar is want iedereen kan deze waarnemen op diverse verkoopwebsites. Daar worden regelmatig oudheden aangeboden of vragen gesteld over objecten die toevallig ergens zijn gevonden. Voor de Arabische Lente werden vooral objecten uit Turkije en Iran te koop aangeboden, daarna waren dit voornamelijk voorwerpen uit Egypte. Maar ook keerde Turkije later terug met oudheden waarvan deskundigen vermoeden dat deze afkomstig zijn Syrië of Irak. Ook de politie ziet geregeld glimpen dan deze tussenhandel, maar feitelijk is niemand echt op de hoogte van wat er tussen de plunderingen en de verkopen gebeurt.

 

Veel objecten gaan verloren

Zeker is dat voor ieder object dat een gewetenloze verzamelaar koopt op de illegale markt zullen er tien verloren gaan in het traject tussen de plunderingen en de verkoop. Dat is overigens niet echt vreemd omdat het roven van deze objecten niet op klaarlichte dag gebeurt en de rovers snel te werk dienen te gaan. Als gevolg zullen er dingen blijven liggen en zal er een haastig en slechts georganiseerd transport plaatsvinden naar een opslagplaats. Pas daar zal gekeken worden wat de buit is. De objecten die al te erg zijn beschadigd, worden daar al direct weggegooid. Hoe de voorwerpen vervolgens bij de handelaren terechtkomen en wat zij ermee doen, is niet erg goed bekend, maar het maken van veel illusies is echter niet aan de orde. Bij elke arrestatie van een handelaar door de politie blijken de objecten verstopt te zijn op plaatsen zonder de nodigde klimaattechniek, zoals die in musea wel aanwezig is. Zo zijn onder andere de fragmenten van het Judas-evangelie meer beschadigd in de koelkast waar deze enige tijd in hebben gelegen dan in de zeventien of achttien eeuwen die hieraan vooraf zijn gegaan.

 

Bij iedere stap gaan dus objecten en de broodnodige informatie verloren: bij de opgravingen, bij het vervoer, in de opslagruimte, onderweg naar de kunsthandelaar, en waarschijnlijk eveneens op het moment dat de politie de criminelen te dicht op de hielen zit en het voor hen meer nut lijkt te hebben om de oudheden te vernietigen. Deze zullen anders alleen maar als bewijsmateriaal tegen hen kunnen dienen. De tien oudheden die verloren gaan, zijn echter een schatting. Dit kunnen er even goed twee of twintig zijn voor ieder illegaal verkocht object.

 

Er is echter ook een schade die niet in cijfers uitgedrukt kan worden die aan is gericht doordat de objecten aan zijn getroffen buiten hun context. Er dient dan zelfs een onderscheidt te worden gemaakt tussen objecten die makkelijk te vervoeren zijn en voorwerpen die eerder schade oplopen tijdens het transport. Maar ook tussen de eenvoudig te verhandelen objecten en de voorwerpen die wat lastiger van eigenaar kunnen wisselen. Bij zilveren en gouden voorwerpen zal dan ook vaak minder verloren gaan tussen de plundering en de verkoop dan bij aardewerk het geval zal zijn.

Er zijn inmiddels aanwijzingen dat de schade die op dit moment in het Midden-Oosten toe wordt gebracht aan het bodemarchief, veel hoger is dan de waarde van wat uiteindelijk op de markt terechtkomt. Deskundigen schatten deze schade zelfs in miljarden euro’s, het aanbod is relatief klein, waardoor er veel geld voor betaald zal worden, maar de schade tevens enorm zal blijven. Voor ieder antiek voorwerp dat wordt verhandeld, komen er een bepaald deel dus niet op de markt.

 

Vraag en aanbod

Om die reden is het niet verstandig om geen oudheden op de zwarte markt te kopen. De vraag zal het aanbod namelijk stimuleren. Wanneer er immers een bepaald aantal objecten per jaar worden gekocht, zullen plunderaars weer aan het werk gaan om een gelijk aantal voorwerpen opnieuw te kunnen leveren. Bij deze plunderingen zal dan eveneens een bepaald aantal voorwerpen verloren gaan. Als koper van deze objecten ben je dus ook niet alleen een heler maar eveneens schuldig aan vandalisme van archeologische sites.

 

Het is om die reden dan ook onbegrijpelijk dat bepaalde geleerden de aankopen van illegale oudheden goedpraten met het argument dat er op deze manier weer waardevolle informatie gered is. Gelukkig zijn er steeds meer reisleiders in het Midden-Oosten die toeristen uitleggen waarom het kopen van illegale oudheden domweg niet in orde is. Illegaal is immers illegaal, ook voor oudheidkundige objecten.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.