De Man bij de Kade

Door Bas Van Dijk gepubliceerd op Wednesday 29 January 19:11

Ik moet nu vertellen over de man,

die elke ochtend voor zijn werk,

Even stilstond bij de rand van het kanaal.

Het was een volstrekt zinloze bezigheid.

Beter kon hij alvast gaan werken,

of nog even blijven liggen.

 

En toch kwam hij hier elke ochtend.

 

Er werd hem wel eens gevraagd,

waarom hij dit nu deed.

"De zeelucht is goed voor mijn longen", zei hij dan.

Of als hij in een poëtische bui was, vertelde hij over de weerspiegeling van de zonsopkomst in het water.

En over hoe de oude Egyptenaren geloofden dat de zon elke avond werd opgeslokt en dat het elke ochtend weer een wonder was dat de zon opnieuw geboren werd.

De echte reden voor zijn bezoek was natuurlijk niets van dit alles.

 

De stad waarin de man woonde werd al een jaar belegerd door vijandelijke troepen.

Voorlopig was er nog geen teken dat een van beide partijen zich snel over zou geven.

En dus moesten de miljoenen bewoners volhouden.

 

Het grootste nadeel van deze situatie was noch het gebrek aan eten,

vond de man,

noch de vele ziekten die er woedden,

maar simpelweg dat er geen plek was in de godganse stad, waar geen mensen waren.

Ze waren overal, alsof ze zich als bacteriën exponentieel hadden voortgeplant in het afgelopen jaar.

Er was geen ontsnappen aan en na een maand van belegering wenste hij dat zijn stadsgenoten toch alstjeblieft zo snel mogelijk aan een vrezelijke ziekte zouden overlijden, opdat hij tenminste wat ruimte had.

 

Maar op een ochtend deed een veel vredigere oplossing zich voor.

Lopend door de drukke straten van de stad, zag hij in de verte het kanaal liggen.

Hij wist dat het kanaal - zo open en bloot als het erbij lag - verboden terrein was.

Er was haast geen makkelijker doelwit te bedenken voor de vijandige troepen.

Toch liep de man naar het kanaal.

 

Het viel hem op dat naarmate hij dichterbij het kanaal kwam,

er steeds minder mensen om hem heen waren.

Maar het waren er nog steeds godsgruwelijk veel, als je het hem vroeg.

 

Het kanaal was slordig afgesloten met een hek en prikkeldraad.

Maar de man zag niet wat er was, hij zag wat er niet was.

Mensen.

Er was geen mens te bekennen aan de rand van het kanaal.

Daar moest hij zien te komen.

De man was vastbesloten, de volgende ochtend zou hij terugkeren met een touw.

Aan het kanaal wilde hij staan. En geen hek zou hem tegenhouden.

 

En zo geschiedde. De volgende ochtend klom de man over het hek.

Hij trotseerde het prikkeldraad en de pijnlijke val.

Het kon hem niet schelen, hij was erover.

Hij legde het touw neer en ging zitten langs het kanaal.

In de verte zag hij de vijandelijke linie, maar schonk er geen aandacht aan.

Hij keek alleen naar het water en de zon.

En als hij om zich heen keek waren er geen mensen, er was enkel rust.

Op dat moment wist de man dat hij hier elke ochtend terugkeren zou, ongeacht het gevaar waarmee dat gepaard ging.

 

Wonderbaarlijk genoeg hield de man het een jaar vol zonder kleerscheuren op te lopen.

Hij sloeg geen dag over en ook deze keer ging hij weer vroeg op om te genieten van de rust van de kade.

Het was die dag uitzonderlijk warm, zelfs zo vroeg in de ochtend.

Op weg naar de kade kwam de man allerlei mensen tegen met rode hoofden, zwetend als otters.

Hij walgde ervan. Hij keek viel liever naar het heldere water dan naar het parelende zweet van zijn medemensen.

Zoals elke dag klom hij over het hek en ging zitten aan de rand van het kanaal.

Het was zo benauwd warm dat de man besloot te gaan zwemmen.

Nog nooit eerder had hij dat geprobeerd, maar het was dan ook nog nooit zo warm geweest het afgelopen jaar.

 

De man trok al zijn kleren uit en sprong het overheerlijk koude water in.

Wat een genot, dacht hij.

Een gevoel van vrijheid nam bezit van hem en hij begon steeds verder en verder van de kade te zwemmen.

Hij was de vijandelijke troepen aan de andere kant van de oever helemaal vergeten.

Maar zij waren hem niet vergeten.

 

Al die dagen hadden ze hem gespaard, want was toch maar een onschuldige burger, dachten ze.

Maar nu leek het alsof hij wilde ontsnappen.

 

Hoewel de eerste reeks schoten hun doel misten, troffen 3 kogels de man fataal in zijn nek.

Hij kon alleen maar denken, in die laatste ogenblikken, aan de oude Egyptenaren en hoe voor hem de zon voorgoed opgeslokt werd en nooit meer op zou komen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.