Geloof is geen blinde sprong in het donker

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 22 July 18:22

     In de Metro van vrijdag 20 oktober kwam ik een opmerkelijke column tegen van Nico van Straalen met bovenstaande titel die mij als mormoon erg aansprak. Hij schrijft daarin dat het oog vaak wordt gebruikt in debatten met evolutiebiologen. Het anti-evolutieargument gaat als volgt: Het oog bestaat uit verschillende onderdelen, die allemaal nodig zijn, zoals hoornvlies, lens, iris, glasachtig lichaam en netvlies, maar als er eentje ontbreekt werkt het hele oog niet. Hieruit wordt dan door de anti-evolutionisten geconcludeerd dat het oog ontworpen zou moeten zijn, terwijl de evolutiebioloog vol houdt dat het oog door evolutie is ontstaan. Kennelijk kan de evolutiebioloog niet van de gedachten uitgaan dat elk oog apart, voor welk levend wezen dan ook, ontworpen is. Die antievolutiebioloog verduidelijkt dat de intelligente ontwerper wel een bovennatuurlijke macht moet hebben en zegt: "laten we hem God noemen." 

      Nu blijkt in zijn column dat het oog ook over het kanaaltje van Schlemm beschikt, die nogal belangrijk is voor de functie van het oog. Het oog is namelijk gevuld met vloeistof die continu wordt bijgemaakt met kliertjes die vlak achter de iris liggen en het kanaaltje van Schlemm, wat een verbinding heeft met de bloedvaten, is er voor het afvoeren van de vloeistof en daaruit concludeert hij dat het oog toch door evolutie kan zijn ontstaan want een oog met afvoerkanaal werkt beter dan zonder. Ik wordt hier echt helemaal stil van. Het komt niet in hem op, dat ook een oog met afvoerkanaaltje ontworpen kan zijn.

     Voor velen moet hun persoonlijk wereldbeeld op een bepaalde manier kloppen, terwijl sommigen makkelijk in God geloven. Toen ik iemand hierover sprak zei hij dat hij in zijn binnenste voelt dat hij geloofd in het bestaan van een persoonlijke God maar soms ook situaties tegen komt waardoor hij gaat twijfelen, bijvoorbeeld wanneer God iets doet of laat gebeuren dat hij nooit zou doen. Op dergelijke momenten merkt hij dat redenen en argumenten zeer behulpzaam zijn.

     Ik zei toen tegen hem: "Alles in het universum moet toch een oorzaak hebben? Het heeft toch ook een oorzaak nodig? Zelfs de 'oerknal', als die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, moet toch een oorzaak hebben?"  

     Mijn lichaam is zo complex, de hele wereld is zo complex en de complexiteit die ik in de natuur zie doet mij niet gelóven in het bestaan van een Intelligente Ontwerper, maar zeker wéten dat Hij bestaat en ik nóém Hem God.   

     Kijk naar wat goed is, wat slecht is, het feit dat de meeste mensen zich bewust zijn van goed en kwaad en dat er een moreel besef is buiten sociaal aangeleerd gedrag. Het bestaan van deze morele wet die in onze menselijke natuur is gelegd, wijst op een morele wetgever die ik 'God' noem.

     Het lijkt mij daarom, menselijk gezien, gewoon redelijk om te geloven in het bestaan van een Krachtige Universele Oorzaak, een Intelligente Universele Ontwerper en een Universele Wetgever. Ik noem deze Grote Entiteit 'God'.

     Ik kijk naar de zin van het leven. Het geloof in 'God' is voor mij geen blinde sprong in het donker, want het klopt en daarom is mijn geloof het vertrouwen waard aan alle kanten want het wérkt, is bevrédigend, geeft hóóp te midden van gebrókenheid, zin en richting aan mijn léven, ja, ik ben er zeker van dat het mij een beter mens maakt. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.