Broodje gezond

Door Leonardo _1 gepubliceerd op Thursday 15 March 19:34

Broodje gezond.

Het zal ongeveer half jaren tachtig van de vorige eeuw zijn geweest toen het verder door mij beschreven  voorval plaats vond. Ik was een week als interimmanager  gestationeerd in het laboratorium van een groot internationaal geofysisch bedrijf. Het bedrijf was gevestigd in Brussel terwijl het laboratorium in de Brusselse deelgemeente Drogenbos was gevestigd. Mijn Belgische collegae hadden de gewoonte om dagelijks, tussen de middag, uitgebreid te gaan eten. Iets wat mij overigens altijd heeft tegengestaan. Maar goed.., omwille van de collegiale samenwerking  deed ik toen ook maar braaf mee.  Omdat het kleine gezellige restaurant van de plaatselijke supermarkt geen tafeltjes vrij had togen we naar een café waarvan de collegae wisten dat men gedurende de middaguren prima belegde pistoletjes van uitstekende kwaliteit klaar maakte die je daar ter plekke kon nuttigen.  Het café was een paar minuten lopen van ons bedrijf en vlak bij een winkelcentrum gelegen.

Toen we aankwamen hadden we geluk dat er net een tafel vrijkwam in de afgeladen volle ruimte zodat we meteen konden gaan zitten zonder eerst te moeten wachten tot er eens een tafel vrij zou komen.  Terwijl ik even het toilet opzocht bestelde een van mijn Belgische collegae voor ons alle vier een pintje bier.  Teruggekomen en weer neergezeten op de keiharde rode plastic stoel, kwam een pokdalige oberkelner van half in de veertig jaar, gekleed in een rood met zwart geblokt Amerikaans cowboyshirt en een originele met koperen nagels beslagen Levi jeanspantalon, ons in het Frans vragen wat we wensten te nuttigen. In het Frans wel te verstaan… En dat terwijl de man toch kon horen dat we gewoon Nederlands met elkaar spraken.   Mijn drie Belgische collegae bestelden even later hun broodjes gewoon in het Frans, een taal die ik overigens eveneens prima spreek. Maar iets in me dwong me om me niet te onderwerpen aan de verfransing van dit van oorsprong Vlaamse stukje België.  Ik verdomde het  dan ook om mijn bestelling in het Frans door te geven, wetende dat vrijwel iedereen in Drogenbos de Nederlandse taal ook machtig is. Aldus bestelde ik bij de man, in keurig beschaafd Nederlands , een 'broodje gezond.'

De ober keek me even ontstelt aan. Krabde  vervolgens even op zijn hoofd en hakkelde toen in slecht Nederlands:  ‘ons ken geen ,,brodje geson,,’ 

Die duidelijk zeer bewust halfslachtige uitspraak, schoot bij mij op dat moment in het verkeerde keelgat.  Temeer omdat ik allang had gezien en gehoord dat men achter de toog wel degelijk de al om bekende broodjes gezond stond klaar te maken en de ober in het Vlaams aansprak.  Ik schoot iets van mijn zetel overeind en zei op luidde toon, ‘natuurlijk kennen jullie dat wel. Daar bij die toog staan twee dames op dit moment die bewuste broodjes klaar te maken terwijl ze onderling ook nog eens gewoon Vlaams spreken .’ De ober liet in het Frans, onder begeleiding van theatrale gebaren van zijn handen, aan mij weten dat hij mij niet begreep. Verdere discussie was dus overbodig terwijl de man ook nog eens zijn schouders ophaalde, vervolgens op zijn voorhoofd wees en daarop wilde weglopen. 

Een Belgische dame van middelbare leeftijd die aan een belendend tafeltje was gezeten, bemoeide zich vervolgens met de discussie. In het Vlaams zei ze tegen de ober dat hij  geen vals theaterstuk moest opvoeren en niet net moest doen of hij die Nederlander niet verstond.  Terwijl hij wel degelijk precies wist wat ik had besteld.  Ik bedankte  daarop de madame voor de interruptie in mijn discussie met de ober, welke mij nogmaals – maar nu in duidelijk vlammend Frans,  met een lelijke grijns op zijn gezicht  uitlegde dat hij geen tijd voor spelletjes had. Doch dat hij mij echt niet verstond en dat mijn bestelling als zodanig niet kon worden aangenomen.  

In mijn hoofd broeide een opkomende haat jegens dit soort onuitstaanbare figuren. Het lag op mijn lippen om hem in zijn eigen Franse taal op niet mis te verstane wijze van repliek te dienen, doch ik slikte de woorden die bij me opborrelden gelukkig snel in. Mijn drie  Belgische collegae hadden gedurende deze  korte, doch verhitte discussie, wijselijk  hun mond gehouden. Maar ze begonnen, toen ik woedend weer op mijn zetel neerplofte, me in het Frans uit te leggen dat Drogenbos tegenwoordig, net als de stad Brussel, grotendeels Franstalig was geworden. De ober voelde zich kennelijk wat genomen toen ik hem in het Nederlands aansprak, aldus hun uitleg met betrekking tot het gedrag van deze onbeschofte horecakerel.  Maar die uitleg van mijn collegae kwam voor mij over als olie op het nog na smeulende vuur.  Er ontsnapte een krachtterm aan  mijn mond terwijl ik woedend opstond. Vervolgens liep ik op de ober toe die inmiddels  aan een ander tafeltje, met veel misbaar, mij in het Frans  bij een stel jonge meiden gruwelijk zwart stond te maken. Dat was de druppel die bij mij de emmer deed overlopen. Ik greep die vent bij zijn schouder en duwde hem vervolgens ruw voor me uit, tussen de tafeltjes door, naar de toog. Naar de plek waar de broodjes werden klaargemaakt. 

Een vriendelijke oudere man van ongeveer een jaar of zestig stond samen met zijn vermoedelijke echtgenote en een jonge meid van een jaar of achttien, de broodjes te smeren en te beleggen.  Juist op het moment dat ik met de hevig in het Frans scheldende en flink tegenstribbelende ober bij de toog aankwam legde het jonge meisje een broodje gezond op een schaaltje dat ze vervolgens op de toog plaatste.  ‘Gezondje voor tafel twee,’ zei ze op luide toon in het Vlaams tegen de inmiddels van woede zowat schuimbekkende ober, die op dat moment duidelijk met zijn figuur geen raad meer wist.  ‘Vuile Nederlandse klootzak,’ wist hij nog zachtjes te mompelen alvorens met het schaaltje ,met daarop het broodje gezond, naar tafel twee toe te lopen.

Ik legde inmiddels, in keurig Nederlands, de situatie uit aan de man en vrouw achter de toog die – nadat ik weer naar mijn tafel terug was gelopen, de ober naar achteren meenamen om hem vermoedelijk, even krachtig toe te spreken. Gedurende deze  korte miniveldslag België – Nederland was het doodstil geworden in de toch zeer rumoerige ruimte. Je kon opeens een spelt horen vallen. Vele ogen waren op mij gericht  toen ik weer naar het mijn tafeltje toeliep, hetgeen me een opgelaten gevoel bezorgde.  Toen ik met een nog altijd rode kop van woede weer aan de tafel had plaats genomen begonnen enkele gasten in het lokaal opeens spontaan te applaudisseren.  ‘Bravo,’ zei een man van een jaar of dertig, die er als een vertegenwoordiger uitzag.   ‘Die klootzak probeerde u gewoon in de zeik te nemen meneer,’ vervolgde de man in het Vlaams. ‘Dat flikt men hier in dit deel van Brussel wel meer bij mensen die duidelijk geen Frans willen of kunnen praten. Heel goed hoe u hier bent opgetreden. Dat zal deze etter van een ober tot nadenken stemmen.’  De man kreeg na deze woorden veel luidruchtige bijval van overige, voornamelijk Belgische  gasten. 

Of het bij die arrogante ober werkelijk is doorgedrongen weet ik uiteraard niet. Doch ik had in elk geval wel het genoegen de publieke opinie aan mijn zijde te vinden. Het broodje gezond smaakte derhalve even later overheerlijk.  Net als de twee pintjes, die we als een rondje van de uitbater kregen aangeboden, met de excuses voor het ongemak.

© Leonardo

15-3-2018

 

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.