Waarom zoek je mij? (Deel 2)

Door A-S-S gepubliceerd op Sunday 15 October 18:10

Net wanneer ik moedeloos neerplof op het bed,belt Nina mij op.

'Waar ben je?'

'In het hotel.'

'Hotel? Kom gauw terug, er is een jongen naar jou op zoek.'

'Ik heb last van migraine.'

'Fuck, die hoofdpijn van jou altijd. Het is echt een lekkerding!'

'Ja, ik kijk wel even. Een jongen, kende hij mij dan?'

'Nee, volgens mij niet, maar door zijn beschrijving, wist ik dat het over jou ging. Ik weet niet wat je bij hem heb gedaan, maar daar kan ik volgens mij nog wat van leren.'

'Wat zei hij dan?'

'Niks bijzonders. Kom nou maar gewoon. Anders zorg ik er voor, dat hij je nog iets beter leert kennen.'

'Bitch!'

Als haar stem, word verstomd, door een hoop gegil, en muziek, hang ik op. Zuchtend, haal ik mijn hand, een aantal malen, door mijn haar heen, in de hoop, dat het mij helpt om na te denken. Veel tijd om na te denken, krijg ik niet, of Nina spamt mij al weer helemaal vol, met berichten. Geen gewone berichten, nee, tientallen foto’s van Steven. Zwaar geïrriteerd, en met trillende handen, stuur ik terug, dat ze hem met rust moet laten, dat ik allang onderweg ben.

Om mezelf van grotere schaamtemomenten, te kunnen behoeden, besluit ik, om toch nog maar even te gaan, al is het alleen maar, om Nina te laten zien, dat ik er ben, zodat ze niet zelf dingen gaat ondernemen. Nina bluft namelijk niet, zeker niet, als ze gedronken heeft, nuchter wil ze, zich heel soms nog wel inhouden, maar dat is zij, al een aantal uren niet meer. Omdat ik mij vreselijk irriteer, aan de kleding, die ik van haar heb gekregen, wissel ik het eerst om, voor een doodgewone spijkerbroek,met een  T-shirt, en sneakers. Iets waar ik mij, veel meer in thuis voel, en dat, dat heb ik op dit moment, echt heel hard nodig.

Met mijn ogen op scherp, ga ik dan opnieuw, door de duwende, mensenmassa, waarvan de meeste zwaar onder invloed zijn. Niet dat ik dat vandaag erg vind, eigenlijk vind ik het wel fijn, zolang iedereen druk is met feesten, val ik niet op, en ben ik dus ook niet verplicht om zo 'geweldig gesprekje' over koetjes en kalfjes te hebben, die uiteindelijk weer over Phil zal gaan, en hoe zielig ik wel niet ben, om op zo jonge leeftijd, al weduwe te moeten zijn.  Allemaal mensen, met grote praatjes, over dat ik door moet gaan met mijn leven, maar niemand, die begrijpt, dat ik door ben gegaan met mijn leven, dat ik niet alleen Phil ’s weduwe ben, maar ook gewoon Sylvia, met mijn eigen leven, eigen interesse. Dus ook heel goed, een gesprek kan voeren, zonder telkens over Phil te beginnen. Hoe kan ik nou ooit verder gaan, zoals ik hem beloofd heb, als iedereen alleen maar over hem kan praten.

Op zoek naar Nina, om te bewijzen, dat ik ook echt wel kan genieten, loop ik kriskras over het marktplein heen, maar het lukt mij niet om haar te kunnen vinden. Uitgeput, van mijn gedachten, ga ik boven aan de dijk zitten, om zo in alle rust, toch van de muziek mee te kunnen genieten. De band, die momenteel speelt, ken ik niet, maar ze zijn absoluut niet onaangenaam, om aan te horen. En alles beter, dan alleen in de hotelkamer te zitten, waar mijn gedachten nog meer zullen gaan spoken. Het uitzicht hier, is prachtig, maar kan er niet zoveel als gewoonlijk van genieten, daar ben ik veel te onrustig  voor.

Ineens, zie ik hem, in mijn ooghoeken lopen. Ditmaal zonder jasje, maar het is hem echt, ik weet het zeker. Volledig op hem gefocust, sta ik snel op, in de hoop, dat hij mij nog niet heeft gezien, loop ik na de rest van de mensen. Tot ik hem, tegen één van de securitymannen hoor praten. Door alle herrie, versta ik hem maar half, maar hij is op zoek naar zijn ‘zusje’,alleen de beschrijving, die hij doorgeeft, lijkt eerder op die van mij, dan op zijn ‘zusje’. Glimlachend, over hoe hij het vertelt, zorg ik, dat ik snel weer uit het eerste zicht ben verdwenen. Zijn zusje, gelukkig niet, dat zo toch goed fout zijn, maar het heeft wel bevestigt, dat ik snel iets moet doen, voordat iemand anders mij herkent. Ondanks, dat de beschrijving over mijn kleding niet meer klopt.

Door een groot gebrek, aan zelfvertrouwen, en angst, over zijn mogelijke reactie, achtervolg ik hem, op een veilige afstand. Wanneer hij enkele meters verder, op de dijk gaat zitten, weet ik, het is nu of nooit. Op mijn tenen loop ik naar hem toe, wanneer ik achter hem sta, voel ik een grote aarzeling, toch bedek ik met mijn handen,voorzichtig zijn ogen. Na al mijn capriolen, eerder deze avond, durf ik hem niet meer recht in zijn ogen te kijken, niet dat ik dat anders wel had gekund, maar dat terzijde. Wanneer zijn handen, die van mij, proberen weg te halen, gaat er een schrok door mij heen. Fluisterend, niet dat andere mij kunnen horen, maar meer kracht bezit ik op het moment gewoon niet, vraag ik.

‘Waarom zoek je mij?’

‘Waarom? Jij kent mij… goed, maar… uit een andere tijd. De laatste keer, dat ik mijn haar heb geverfd, is toch minstens tien jaar geleden, maar mijn litteken, kende je nog niet. Het is dus, veel langer geleden. En volgens mij kenden wij elkaar, …..meer dan alleen goed….Anders had je zulke details, niet onthouden.’

‘Ik heb een goed geheugen.’

‘Ik voel,... dat er meer is, meer dan alleen vage kennissen, of een zogenaamd goed geheugen. De trillingen in jou stem, jou reactie, op mijn aanraking. Hoe klein ze ook zijn, omdat jij zo hard je best doet, om ze te verbergen, ik voel ze. Telkens wanneer, ik jou aanraak, iets vraag, of zeg, spannen jou spieren samen, een zenuwtrekje, die ik veel eerder heb mogen voelen. Ik weet….’

De zenuwen worden mij steeds meer de baas, mijn handen kan ik niet meer stil houden, dit moet stoppen, voor dat het te laat is. Ondanks dat het heel bot over zal komen, praat ik dwars door hem heen.

‘Ik moet gaan.’

Zodra ik dat heb gezegd, houdt hij mijn enkels stevig vast, waardoor ik zal vallen, als ik nu probeer te lopen.

‘Niet weggaan.’

Zijn stemgeluid, doet mij zeer. Ik wil wegrennen, heel hard. Zelfs de honderd drieëntachtig  kilometer terug naar huis, zou ik op dit moment, lopend willen afleggen. Naar huis, naar mijn eigen zolderkamertje, is wat ik nu het liefste zo willen, maar zolang hij mij vast houd, zal dat niet gaan.

 ‘Laat me los, asjeblieft. Het is beter, als ik nu weg ga. Wanneer jij weet, wie ik echt ben, zal je harder dan mij wegrennen.’

‘Ik zal niet van je wegrennen… Ik weet wie je ben, al sinds…. Jij begon te praten, maar durfde het, door jou reactie, niet te geloven. En dan nog,.. als ik echt zo graag, bij je weg had willen rennen, dan had ik dat, toch allang gedaan.’

Mijn hoofd stroomt over, van twijfels. Zou hij echt weten wie ik ben? Of probeert hij er zo juist achter te komen, wie ik ben. Als ik nu weg loop, en hij spreekt wel de waarheid, en ik kom hem per toeval nog een keer tegen, sta ik helemaal voor joker, maar als hij maar een spelletje speelt, om achter de waarheid te komen, ben ik nog verder van huis.

‘Sylvia… ik ben niet boos…..’

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.