Moeten wij elkander onze zonden belijden?

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 11 June 20:45

     De eis die eigenlijk aan ons wordt gesteld, is dat wij in het geheel niet zondigen. Alleen absolute volmaaktheid maakt ons aanvaardbaar voor God. Helaas is alleen Jezus er in geslaagd die volmaaktheid te tonen. De overige mensen slagen daar niet in, en hebben daarom verlossing nodig waarbij het verlossingswerk van Christus cruciaal is.

     Met andere woorden: van ons wordt gevraagd dat wij ons uiterste best doen die volmaaktheid van Jezus, op zijn minst zo goed mogelijk, te benaderen. Maar wanneer wij daarin tekort schieten, is het niet een kwestie van ‘game over’, zoals onder de wet van Mozes strikt genomen het geval was maar kunnen we vergiffenis vragen en verder gaan. De bedoeling is dan uiteraard wel dat wij van onze fouten leren en ze niet meer begaan.

     Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn dat wij gewoon ons eigen leven leiden, en de rekening daarvoor door Christus laten betalen. Zijn verlossingswerk is geen vrijbrief om onze eigen gang te gaan. Waar wij tekort schieten, mogen we ons beroepen op de verlossing die Hij tot stand bracht, maar dat is geen verkregen recht. Christus betaalt als het ware onze schulden, maar dit betekent wel dat wij niet de vrijheid hebben om bewust nieuwe schulden te maken, omdat de rekening toch al zou zijn voldaan.

Dit houdt in dat wij, wanneer we toch weer in de fout zijn gegaan, in elk geval bereid moeten zijn te erkennen dat het fout was. En dat kunnen we alleen maar doen door onze zonde te belijden. En de tweede eis is, dat wij onze uiterste best moeten doen om herhaling te voorkomen. En dit op zijn beurt vergt dat wij ons bewust zijn van onze fouten. En niets maakt je zo goed bewust van je fouten als de noodzaak ze te belijden. Anders gaan we maar denken dat het allemaal wel meevalt. Jacobus raadt ons zelfs aan die fouten te belijden tegenover elkaar (Jakobus 5:16), hoeveel te meer aan God.

     Eén van de door de Here gestelde vereisten is het belijden van iemands grootste zonden tegenover een bevoegde kerkelijke gezagsdrager. Onder deze zonden vallen overspel, ontucht, andere seksuele overtredingen en andere zonden van vergelijkbare zwaarte. Door deze methoden van schuld belijden, worden de kerk en haar leden verzekerd van een behoorlijke leiding en bescherming en wordt de overtreder op weg naar oprechte bekering gebracht.

     Veel overtreders hebben in hun schaamte en trots hun geweten tijdelijk gerustgesteld met enkele in stilte tot de Heer opgezonden gebeden en zo geredeneerd dat deze schuldbelijdenis wel voldoende was maar dit gaat niet op waar het een zwaardere zonde betreft. In dat geval wordt er tweeërlei vergeving vereist om de overtreder vrede te kunnen schenken, namelijk van de bevoegde kerkelijke autoriteiten en van God zelf.

     Wanneer iemand een ander onrecht heeft aangedaan, hetzij door een zware overtreding of door lichtere krenkingen, moet de dader, die aanstoot heeft gegeven, ongeacht de houding van de andere partij, het onmiddellijk goedmaken door het voor de beledigde partij te belijden en alles te doen wat in zijn vermogen ligt om de zaak uit de weg te ruimen en tussen de beide partijen weer een goede verstandhouding tot stand brengen. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.