Bekering

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 04 June 21:02

     Voor we ons kunnen bekeren, moeten we inzien dat we hebben gezondigd. Als we dat niet inzien, kunnen we ons niet bekeren. Alma gaf zijn zoon Corianton, die niet getrouw was geweest aan zijn roeping als zendeling en ernstige zonden had begaan, de raad: ‘Laat u door uw zonden verontrusten met die onrust die u tot bekering zal verootmoedigen. Tracht niet uzelf in het minste te verontschuldigen’ (Alma 42:29–30). De Schrift adviseert ons verder om onze zondige gewoonten niet te rechtvaardigen. (Zie Lucas 16:15–16.)

     Behalve dat we onze zonden inzien, moeten we oprecht berouw hebben voor wat we hebben gedaan. We moeten het gevoel hebben dat onze zonden afschuwelijk zijn. We moeten ons ervan willen ontdoen en ze willen opgeven. In de Schrift staat: ‘Allen die zich voor het aangezicht van God verootmoedigen, en verlangen zich te laten dopen, en naar voren treden met een gebroken hart en een verslagen geest, en zich waarlijk van al hun zonden hebben bekeerd zullen door de doop in zijn kerk worden ontvangen.’ (L&V 20:37.)

      Ons oprechte berouw dient ertoe te leiden dat we onze zonden verzaken (niet meer doen). Als we hebben gestolen, stelen we nooit meer. Als we hebben gelogen, liegen we nooit meer. Als we overspel hebben gepleegd, doen we dat nooit meer. De Heer heeft aan de profeet Joseph Smith geopenbaard: ‘Hierdoor zult gij weten of iemand zich van zijn zonden bekeert - zie, hij zal ze belijden en ze verzaken.’ (L&V 58:43.)

     Onze zonden belijden is heel belangrijk. De Heer heeft ons geboden onze zonden te belijden. Belijden ontlast de zondaar van een zware last. De Heer heeft beloofd: ‘Ik, de Heer, vergeef zonden en ben barmhartig jegens hen die hun zonden met een ootmoedig hart belijden.’ (L&V 61:2.)

Wij moeten al onze zonden aan de Heer belijden. Bovendien moeten we ernstige zonden - zoals overspel, ontucht, homoseksuele relaties, partner- of kindermishandeling, en de verkoop of het gebruik van drugs - die van invloed kunnen zijn op onze status in de kerk belijden aan de juiste priesterschapsleider. Als we tegen iemand anders hebben gezondigd, moeten we dat belijden aan de persoon die we schade hebben berokkend. Sommige minder ernstige zonden betreffen onszelf en de Heer. Die kunnen in gebed aan de Heer worden beleden.

     Goedmaken maakt deel uit van de bekering. Dat houdt in dat we zoveel mogelijk datgene wat we verkeerd hebben gedaan, vergoeden. Een dief geeft bijvoorbeeld terug wat hij gestolen heeft. Een leugenaar gaat de waarheid vertellen. Een roddelaar die iemand heeft belasterd, behoort er alles aan te doen om de reputatie te herstellen van de persoon die hij heeft geschaad. Die handelswijze leidt ertoe dat God onze zonden bij het oordeel niet ter sprake brengt. (Zie Ezechiël 33:15–16.)

     Een andere belangrijk aspect van bekering is vergeven wie tegen ons gezondigd hebben. De Heer zal ons alleen vergeven als ons hart volledig gezuiverd is van alle haat, verbittering en kwade gevoelens tegenover anderen. (Zie 3 Nephi 13:14–15.) ‘Daarom zeg Ik tot u, dat gij elkander dient te vergeven; want hij, die zijn broeder zijn overtredingen niet vergeeft, staat veroordeeld voor de Here, want in hem verblijft groter zonde.’ (L&V 64:9.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.