Ziel van Vera - 15 – 12 februari 2017 – tante Paula

Door VeraSoul gepubliceerd op Saturday 11 March 20:40

Voor de kerst 2016 ging mijn broer Saša na onze geboortestad, Zenica om dingen te verkennen voor dat wat hij met as van onze moeder als idee had. Ik heb mijn broers gezegd dat zij beslissingen daarover nemen, ik hoef niet altijd alles te beslissen. Het idee van Saša is de urne met de as in de graaf van onze, in 1975  overleden broer Veroslav, te leggen. Dat is in onze geboortestad, Zenica, Bosnië, Via kennissen ging hij met mensen op de grote stadskerkhof contact maken en alles bespreken. Wanneer dat gaat gebeuren weten wij nog niet precies, waarschijnlijk in de zomer 2017. Er zijn veel praktische dingen die men moet bespreken en daarover afspraken maken, zoals wat voor vergunningen en papieren zijn daarvoor nodig, op welke manier wordt dat in de graaf gezet, welke plek in de graaf …

17270697_10212498444917526_2131408516_n.

Graf van mijn broer Veroslav

Saša was paar dagen in Zenica en zag wat kennissen en oude vrienden, was bezig met alles van uitzoeken over de plaatsing van de as. Een dag ging hij oude familievriend van ons te bezoeken, tante Paula. Zij was paar jaar jonger dan mijn moeder en een oude vriend van ons. Haar zoon Mišo was door de oorlog met zijn gezin naar Canada gegaan en woont daar. Tante Paula was samen met haar man in Zenica gebleven. Haar maan, oom Đoko, was ongeveer tien jaar geleden overleden en zij was alleen. Een keer peer jaar komt haar zoon uit Canada voor een maand bij haar met zijn zoon of met zijn gezin. Als iemand van ons, Saša of ik, naar Zenica kwamen, gingen wij altijd op bezoek bij tante Paula. Cuni, de jongste broer van ons was nooit in de naoorlogse Zenica, hij woont in Australië. Toen ik voor de eerste keer daarnaartoe ging en was daar voor vier-vijf dagen, sliep ik bij tante Paula.

Tante Paula had in de laatste jaren gehoorproblemen en Saša wist het, hij belde heel lang aan de deur en niemand beantwoorde. Hij belde bij de buren en iemand vertelde hem dat tante Paula paar maanden geleden overleden was. Enkele dagen nadat mijn moeder overleed, belde ik tante Paula om dat haar te zeggen en wij waren lang aan het praten. Zij was ook niet zo goed met haar gezondheid, had lang problemen met haar maag, maar ik denk dat de feit dat zij alleen was, dat hun naasten weg waren en haar generatie al lang was verhuisd naar een plek waarover wij, de levende, niks weten de reden was dat zij ook langzaam zich voorbereidde voor de verhuizing. Dat was eigenlijk de sfeer van ons laatste gesprek.

Tante Paula was Kroatische en haar meisjesnaam was Javor. Haar moeder was een bekende stikster in onze tijd, nog voor de Tweede Wereldoorlog. Mijn oma, Mileva Karać, getrouwd Vasilić, ging tijdens en na de oorlog naar de stiksters salon de vak te leren. Tante Paula was een lange vrouw, meestal met korte, krullende, donkerblonde haren. Zij had een interessant gezicht: grote ogen, wat grotere en niet helemaal spitsachtige neus en dikke lippen. Heel opvallende en mooie verschijnsel, het was tijd nodig om dit alles waar te nemen aan een persoon. En dan een stem die heel rustig kon zijn, maar als nodig kwamen ook niet hoge, maar harde geluiden uit de mond met grote, dikke lippen. Haar zoon, Mišo, leek helemaal op zijn moeder, hetzelfde grote ogen en dikke lippen en een heel lange persoon. Wij zijn leeftijdgenoten.

Tante Paula was getrouwd met oom Đoko, bijnaam van Đorđe, een typisch Servische naam. Er zijn veel namen in ex-Joegoslavië die bij meerdere volkeren kunnen horen maar Đorđe komt alleen bij Serviërs voor. Hij was geboren in Livno, een kleine plek in Bosnië aan de grens met Kroatië, dicht bij de Adriatische zee, Dalmatië, dicht bij Split. Toen ik bij tante Paula de laatste keer op bezoek was, praatten wij over alles en zij vertelde mij dat hij eigenlijk, volgens zijn achternaam, Arnaut, Albanees van oorsprong was. In de middeleeuwen  was grens tussen Bosnië en Kroatië eigenlijk grens tussen christendom en islam,  Kroatië was daar in handen van Republiek Venetië en na zijn verval van Oostenrijk-Hongarije. En Bosnië was in handen van Ottomaanse Rijk. Zo, van beide kanten probeerden de machten wat groepen mensen te sturen van verschillende gebieden en volkeren onder hun gezag, Zij beloofden zij wat beneficies en gunst en daarvoor kregen zij grensbewakers op een moeilijk gebied. Oom Đoko was ook een lange man, met donkere teint, kaal met dunne snor boven zijn dikke lippen. Hij was altijd bereid voor een grap, hij gebruikte scheldwoorden,  soms, opzettelijk, veel meer om situatie te provoceren en daardoor onverwachte situaties en reacties te krijgen. Dat was een slimme en goed opgevoede man, hij was een van de bazen in de grootste toeristische agentschap in de stad en in de professie moet je weten hoe je met mensen moet omgaan. Intern, thuis, mijn broers en ik, omdat wij zijn persoonlijkheid al lang hadden ontdekt en was een van onze favoriete vrienden van onze ouders, noemden wij hem Brando. Hij kon, zoals Marlon Brando, van iedereen, van elke persoon, zijn aandacht op zichzelf of op iets of iemand vestigen, en dat op zo veel manieren. Dat waren hele goede vrienden van mijn moeder en vader. Eigenlijk mijn vader was lang met hem bevriend. Ergens in de jaren zestig gingen mijn later overleden broer Veroslav, Braco, en ik met mijn moeder op bezoek bij haar familie in Servië tijdens zomer en wij kwamen terug een dag eerder dan gepland. In de gang van gebouw waar wij wonden kwamen wij oom Đoko tegen en hij was verbaasd en zei tegen mijn moeder dat in onze appartement waren paar vrouwen met mijn vader en nog een vriend. Mijn vader had niks daarmee te maken, zei hij, hij regelde de vrouwen voor zichzelf en voor de vriend. Later, in de jaren tachtig, toen mijn ouders waren gescheiden lachten mijn moeder en oom  Đoko om de situatie omdat zij allebei wisten hoe het met mijn vader was. In het begin 1994, was ik tweeëndertig jaar oud, de jongste broer Cuni werd achttien, wij konden niet meer thuis zijn en blijven, wij moesten eruit, uit de ringen van gevechten. Ik moest hem redden, en dat betekende dat ik mijn moeder alleen moest achterlaten. In de winter, zonder geld, stroom, voedsel, water…Een van de vrienden op wie zij kon rekenen was tante Paula. Nadat de Kroatische en Bosnische regering in op 18 maart 1994 akkoord in Washington ondertekenden stopten de gevechten tussen de Kroaten en Bosnische moslims aan de grenzen van mijn stad. Als Kroatische, bracht tante Paula mijn moeder met de bus naar de territorium onder controle van Kroaten en dan verder naar de territorium onder de controle van Serviërs. Daarvandaan kwam mijn moeder verder met bus naar Servië waar Cuni en ik waren.

Oom Đoko overleed begin jaren 2000, ergens rond 2005. Toen ik van Saša over de dood van tante Paula hoorde probeerde ik haar zoon Mišo te vinden, op internet was het niet mogelijk te vinden zo ik ging te zoeken op naam van zijn oudste zoon Goran. En, toevalig, vond ik hem op Facebook, en dan via hem vond ik zijn moeder Dragana, schoondochter van tante Paula, die ook mijn moeder goed kende, en mijn condoleance kon uitspreken.

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
ooiet in Sarajevo geweest ik heb denk ik nog familie daar
Mooie stad, ik had daar ook familie, nu ook.
Een van mijn favoriete acteurs is Bekim Fehmiu(https://en.wikipedia.org/wiki/Bekim_Fehmiu), in vele films zoals "I Even Met Happy Gypsies"("Skupljaci perja", https://en.wikipedia.org/wiki/I_Even_Met_Happy_Gypsies) , "Speciajalni vaspitanje"... blijft hij voor altijd legende.
mooi geschreven
Dank je Carin.