Decadentie ten top.

Door Leonardo _1 gepubliceerd op Tuesday 24 January 00:42

 

     2d9c3100981b98fe45fdb482bdf6e04d_medium.

 

Decadentie ten top.

St-Tropez enkele jaren geleden…

Het was druk op het terras van de chique mondaine brasserie gelegen aan de kade van de haven van dit mondaine Franse kustplaatsje.  Het dorp dat zijn bekendheid vooral te danken heeft de bekende Franse filmacteur Louis de Funes wiens films hier deels werden opgenomen en actrice Brigitte Bardot die in het plaatsje woonachtig is. Moe van het sjokken langs de boetiekjes en af en toe een blik werpende op de asociaal grote jachten die met de achtersteven naar de kade waren afgemeerd, doken we het chique overdekte terras op. Er waren geen zetels meer vrij, maar we vonden wel een comfortabele zachte bank tegen de glazenwand die het terras met het café afscheidde.  Om ons heen werd op zachte toon Engels gesproken. Een zestal mensen zaten in een U vorm rondom ons heen op de heerlijke zachte banken van een of andere cocktail te genieten.  Een man van rond de zestig jaar met een dure blazer aan waarop een klein anker op het zakje genaaid keek ons even taxerend aan toen we ons tegenover hem op de bank lieten neerzakken. De honden lieten zich netjes op de grond aan onze voeten neervlijen.

  ‘Die man die ons zo zit aan te kijken zal wel eigenaar van een van die aan de kade liggende dure jachten zijn,’ zei ik glimlachende tegen mijn echtgenote. Het was uiteindelijk een logisch opkomende gedachte. Dit terras zat bij nader inzien vol met nog al elitaire gasten.  De personen die tegenover ons zaten waren vrij onopvallend, doch wel in smaakvolle dure vrijetijdskleding gekleed. Het was alsof de kleding zo in een van de boetieks uit het plaatsje was aangetrokken. Een blonde jongedame van een jaar of vijf en twintig, die een meter van mij af ook op de lange bank zat, was nieuwsgierig en zocht contact met onze twee honden door de beesten even aan te halen. Honden waren, wel is waar, volgens de verbodsbordjes niet toegestaan op het terras, maar daar trokken we ons toen maar niets van aan. Het was snikheet weer, we waren moe en verlangden gewoon naar een kop koffie.  Er waren trouwens nog meer mensen met honden op het terras die niemand overlast bezorgden. 

   ‘Bent u hier met vakantie in St. Tropez,’ vroeg de jongedame naast me opeens aan mij in slecht Frans met een zwaar Engels accent. Ze keek me verwachtingsvol aan in de kennelijke overtuiging dat ik haar vast wel een compliment zou geven met betrekking tot haar kennis van de Franse taal.

   ‘Nee,’ zei ik haar rap in het Frans antwoord gevende. ‘We zijn hier niet met vakantie.’

Daarmee was de discussie even voor een moment afgelopen. De familie keek elkaar even aan terwijl de man met de blazer zich naar voren boog om even met de jongedame naast me op vrijwel geruisloze toon te overleggen. De jongedame rechtte haar rug en keek me even glimlachend aan terwijl ze de honden aaide.

   ‘Bent u ook met de boot hier naar toe gekomen?’ vroeg ze opeens in het Engels aan mij.

   ‘Inderdaad,’ antwoordde ik.  Ik loog hier niets over want uiteindelijk waren we met de groene taxiboot vanaf St-Maxime de golf over komen varen naar St-Tropez.

    ‘Leuk, we hadden  zelf ook al het idee dat u ook met een boot hier naar toe was gevaren. Trouwens, aan uw Engels te horen bent u een Nederlander, klopt dat?’ vroeg ze met een glimlach.

    ‘Is dat dan zo duidelijk aan mijn uitspraak van het Engelse te horen?’ was mijn wedervraag.    

    ‘Nou, eigenlijk een beetje wel,’ antwoordde de jongedame met een ontwapende glimlach op haar gelaat.

    ‘Knap van u omdat zo aan een uitspraak van de taal te kunnen afleiden.’

    ‘Ja, grappig nietwaar. Ik hoor het meestal meteen waar een Engels sprekende persoon vandaan komt. Ik weet echt niet hoe dat komt. Waarschijnlijk omdat ik veel gevoel voor talen heb, denk ik.’

   ‘Ja dat zou kunnen,’ zei ik terwijl ik om me heen keek om eindelijk contact met het zuur kijkende personeel van de brasserie te kunnen maken.  Mijn Engels sprekende buurvrouw op de bank op dat terras boog zich weer naar voren om haar kennelijk verworven nieuwtjes aan haar vader – want dat bleek die man te zijn, over te brengen.

    ‘Ligt uw boot hier ook aan de kade afgemeerd?’ vroeg ze me opeens. Ik moest mijn lachen inhouden toen ik haar met een stalen gezicht antwoordde dat onze boot inderdaad ook aan de kade lag afgemeerd.  Gelijk wees ik even naar rechts waarna haar blik ook die kant uitging. Toevallig lag er een heel groot Italiaans jacht aan dat deel van de kade afgemeerd zodat het zicht op de groene taxiboot werd ontnomen.

    ‘Ligt uw boot hier ook aan de kade afgemeerd,’ vroeg ik haar, vermoedende dat zoiets wel het geval zou zijn.

    ‘Jazeker, kijkt u maar naar links. Het is het schip dat wat verderop is gelegen. De boot met de helikopter achterop het dek.’ Tegelijk wees ze naar de achterkant van een enorm groot jacht waar inderdaad een kleine Bell helikopter op het achterdek stond vastgesnoerd. Een drietal bemanningsleden was enthousiast de dekken aan het zwabberen en de gangboorden aan het schrobben.

   ‘Mooi schip lijkt het mij. Woont u met uw  familie permanent op dat schip’ vroeg ik belangstellend aan haar, maar dat bleek niet het geval te zijn.

   ‘Nee we wonen er nu alleen op nu we hier met vakantie zijn. We hebben een appartement in Mayfair-Londen. De boot is eigenlijk alleen bedoeld voor de vakanties en om er zaken mee te doen. Ik knikte even doch zei verder niets maar verwonderde me dat mijn gesprekspartner zich weer naar voren boog om op vrijwel fluisterende toon weer met de overige familieleden te overleggen. Na wat heen en weer praten met haar familieleden nam ze weer enthousiast contact met me op.    

  ‘Weet u. Ik heb zelf sinds drie maanden een appartement in St-Tropez betrokken om de Franse taal te leren,’ vertelde de jongedame mij opeens opgewekt in haar rudimentaire Frans waarmee ze kennelijk probeerde om indruk op mij te maken.

  ‘Leuk, u spreekt het al heel aardig,’ antwoordde ik terwijl ik weer mijn lachen moest onderdrukken.

  ‘Ja papa had het geluk om voor weinig geld een leuk appartement voor me te kunnen kopen. Vandaag vieren we dat het gereed is om te bewonen na de verbouwing die we hebben laten uitvoeren.’

  ‘Het was zeker een wat ouder appartement.’

  ‘Nee hoor. Ik geloof dat papa zei dat het in 2003 was gebouwd. Maar het zag er gewoon niet uit. Het was zo echt Frans. Dat sprak me gewoon niet aan, waardoor we het door een team van Engelse bouwvakkers hebben laten verbouwen in onze Engelse stijl. Dan lijkt het een beetje alsof ik gewoon thuis ben, in Londen.’  Dit moest ik even tot me door laten dringen alvorens dat allemaal aan mijn echtgenote over te brengen. Even later wist ik met veel moeite uiteindelijk contact te krijgen met een chagrijnig kijkende en dito antwoordende ober waarbij we koffie een gebakje bestelden.   

  Ik keek nog eens naar hun enorme jacht en schatte het schip op een lengte van ruim vijf en zestig meter. Het was een modern, nieuw schip, met drie dekken. De kleine Bell helikopter welke op het achterdek stond vastgesjord zag er eveneens vrij nieuw uit. Alles zag er  trouwens stralend nieuw uit. Het hele schip, de kajuit en de drie dekken. Alles glom in het zonlicht.  De man met de blazer, de vermoedelijke vader van mijn charmante jonge buurvrouw, die tot dan toe geen woord met ons had gewisseld, net als trouwens de twee dames die naast hem op het andere deel van de grote carré vormige bank zaten, waren plotseling nieuwsgierig naar ons geworden. Aan de door hen met elkaar uitgewisselde blikken die hun woorden begeleidden  konden we vaststellen dat er over ons werd gesproken. De man zocht weer contact met de jongedame naast mij, waarbij beiden weer naar voren bogen om met elkaar te praten. Ze informeerde kennelijke de rest van de familie over hetgeen ze van mij had vernomen en waarover we hadden zitten praten. De blikken van de andere familieleden richtten zich toen nogal opvallend, gelijk op ons.

Onze consumpties werden gebracht. We moesten gelijk afrekenen wat we zonder enig protest ook deden. De ober wierp een afkeurende blik op onze honden, keek ons even al keurende aan, doch had niet het lef ons op het verbod voor honden bord te attenderen.  Toen we de koffie op hadden, en het peperdure, kruimelige overjarige taartje ophadden gegeten, bestelden we in rad Frans bij een vriendelijke jonge serveerster een pintje en een glas Campari met ijs. Het meisje haalde de honden aan en vertelde dat ze ook een Cocker Spaniel thuis hadden. We kregen even in het Frans een geanimeerd gesprek over de honden, dat abrupt eindigde toen de nors kijkende ober riep dat er meer gasten moesten worden bediend…  Mijn jonge buurvrouw had het gesprek van ons met de serveerster kennelijk wat gevolgd.

  ‘Goh, wat spreekt u beiden goed Frans. En zo snel… Ik had moeite om het gesprek iets te kunnen volgen, al kon ik er wel vanuit opmaken dat u over uw honden sprak,’ zei ze met een brede glimlach.’

  ‘Ja we komen ook al vele jaren in Frankrijk. Dan leer je de taal wel spelenderwijs,’  

  ‘Dat is zo. Daarom wil ik ook hier wonen om de taal snel te kunnen leren. Wat ik me trouwens afvroeg, puur uit nieuwgierigheid, woont u in Nederland in Amsterdam?’

  ‘Nee dat niet. Wij wonen in het zuiden van Nederland. In de stad Oss, doch we hebben ook een woning in Frankrijk.’

  ‘Jeetje…, dat is ook toevallig,’ zei ze tegen mij, nadat wij van drankjes waren voorzien en zeven en twintig euro voor de twee  drankjes hadden afgerekend aan de chagrijnige ober.

  ‘Ons vorige schip kwam bij een scheepswerf uit Oss vandaan.’

  ‘Nou dat is inderdaad wel heel toevallig,’ liet ik me ontvallen terwijl ik even van mijn pintje nipte.

  ‘Ja mijn vader had ons vorige schip zeven jaar geleden laten bouwen bij de scheepswerf in Oss,’ vertelde ze enthousiast. ‘Maar we vonden het eigenlijk wat te klein en het had geen helikopterdek. Daarom heeft vader het vorig jaar verkocht en in Engeland een nieuw schip laten bouwen. Dit is overigens onze eerste echte reis met de nieuwe boot.’  Omdat ik ooit had gehoord wat de prijs per strekkende meter van de schepen van deze werf  in Oss kostte – zo ongeveer een driekwart miljoen tot een miljoen euro per meter, had ik gelijk een indruk van de waarde van hun huidige exorbitante jacht.    

  ‘Dus uw huidige jacht komt van een ander scheepswerf?’ vroeg ik haar met enige belangstelling om te vernemen waar het was gebouwd.

  ‘Ja, papa heeft het jacht wat we nu hebben een goed jaar geleden laten bouwen in Engeland. Het ander jacht hebben we heel snel kunnen verkopen. Zoals ik al zei; dat jacht had geen helikopterdek en dat was zo vreselijk lastig als je moest shoppen en niet aan de wal kon liggen en noodgedwongen  steeds ver van de wal af moest ankeren.’ Ik liet deze informatie zonder een spier in mijn gezicht te vertrekken over me heen komen. Mijn echtgenote keek me even aan en gaf me een teken dat ze wilde vertrekken. Maar mijn praatgrage buurvrouw op dit terras was nog niet door haar opgesoupeerde vragen heen en legde gelijk weer beslag op me.

  ‘Waar ligt uw boot eigenlijk?’ vroeg ze mij beleefd.

  ‘Die is nu wat moeilijk te zien,’ antwoordde ik terwijl mijn echtgenote met veel moeite haar lachen zat in te houden. ‘Het schip waarmee wij hier plegen aan te komen ligt zo een driehonderd meter van het terras af, pal naast het grote witte jacht met die Italiaanse vlag in de mast.’ Ik wist het te zonder te lachen te zeggen terwijl ik met een stalen gezicht richting de aankomstplaats van de groene taxiboot wees. Die was inderdaad gelukkig vanaf het terras niet te zien vanwege dat grote Italiaanse jacht dat er voor lag en het zicht op de taxiboot wegnam. De jongedame boog zich weer voor de zoveelste maal naar voren en vertelde de overige familieleden kennelijk wat ze had vernomen. Snel draaide ze zich daarna weer naar ons toe om te volgende vraag op ons af te vuren.

  ‘Hoe groot is eigenlijk de bemanning van uw boot,’ vroeg ze me opeens, waarop ik haar vertelde dat die uit slechts twee man bestond.  Hier dacht ze even met een bezorgde trek op haar gezicht over na en keek toen vervolgens even met gefronste wenkbrauwen richting haar familie alvorens ze zich weer tot ons wendde.

  ‘Dat is wel een erg kleine bemanning om zo’n groot schip te varen. Maar u gaat dan zeker niet zo ver met de boot weg,’ orakelde ze.

  ‘Nee dat is waar. Ons schip vaart voornamelijk hier in de buurt,’ vertelde ik haar terwijl ik zowat stikte van de ingehouden lach.  Ze zat even met een nadenkende blik de omgeving af te zoeken, vermoedelijk in de hoop ons zogenaamde, jacht toch te kunnen ontdekken. Ik kwam na een goede minuut weer bij van de ingehouden lach en trok mijn gezicht voorzichtig weer in de plooi.

  ‘Het is dan zeker wel een snelle boot met weinig verdiepingen,’ vroeg de jongedame plotseling weer aan mij nadat ze eerst weer een paar woorden met haar familie had gewisseld Die vraag van haar kon ik met een glimlach bevestigen.  ‘Maar lang niet zo groot en zo nieuw als die van uw familie hoor en het heeft ook geen helikopterdek met een helikopter,’ vertelde ik haar even later. ‘Maar, de boot waarmee wij altijd de golf overvaren heeft wel een opvallende groene kleur. ‘Je kunt hem niet missen’ zei ik vervolgens tegen haar.

  ‘Goh, dat zal dan wel moeilijk zijn om aan de wal te moeten shoppen als u geen helikopter heeft. Of gebruikt u daar misschien een kleine motorboot voor? Want je kunt toch niet overal met een groot schip zomaar aanleggen heb ik van onze stuurman begrepen.’  Ze keek mij aan met een blik vol onbegrip en wendde zich toen weer tot haar familie.

Snel draaide ik mijn hoofd van haar weg.  Ik kon mijn lachen amper meer bedwingen. De lachspieren stonden strakgespannen in mijn gelaat. Ze snapte de betekenis van mijn woorden kennelijk nog steeds niet en boog zich nu ver naar voren om dit, van mij verworven nieuws, aan de overige, nog steeds weinig spraakzame familieleden over te brengen.  Men bekeek ons even later met wat meer aandacht om kennelijk in te schatten wat voor mensen wij waren en waarschijnlijk vooral; om in te kunnen schatten wat het bedrag op ons bankrekening wel zou kunnen zijn. 

We hadden het toen wel gezien op dit chique terras. Stonden op, waarna we de Engelse familie beleefd groetten en ons vervolgens op ons gemak met de honden aan de riemen in de mensenmenigte begaven die zich over de kaden voortbewoog richting de taxiboot en de aansluitende kademuren met de stranden. Toen we bij het Italiaanse jacht waren en even omkeken zagen we dat men ons vanaf het terras reikhalzend nakeek met de kennelijke bedoeling te zien naar welk groot luxe jacht we zouden toelopen. We sloten ons echter gewoon aan bij de rij wachtende mensen voor de taxiboot terwijl we in hartelijk gelach uitbarstten.

 ‘Wat een stelletje kakkers waren dat. Blij dat we van dat terras weg zijn,’ zei mijn echtgenote. 

 

©   Leonardo 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ja, wat een ervaring, is inderdaad om in een deuk te liggen.
Dat hebben we dan ook gedaan...