De tijd van het jaar, goede voornemens en meer

Door Marianne Herzberger gepubliceerd op Saturday 31 December 13:05

Vanmorgen stond ik voor m’n kledingkast en besloot de leuke blouse die ik net voor de kerstdagen ‘op het oog’ gekocht had ( dus niet gepast) en in het geloof ‘maat 44 moet kunnen’, aan te trekken. Wat een deceptie – ik kreeg het geval niet eens aan, het klemde zich stevig vast om m’n armen, m’n schouders bleken te groot en moest manlief vragen er even een goede ruk aan te geven om het knellende kledingstuk weer uit te krijgen. En in de winkel leek het écht een ruim, flodderig niemendalletje waar ik wel in moet passen. No problem. Tja, hoe luider kon mijn lijf schreeuwen “je bent te dik” ?!!! Hoe is het toch zo ver gekomen? Ergens in mijn hoofd ben ik nog altijd die vrouw van vroeger, dat is wat ik ben, met die mooie Esprit jeans maatje 36. 

Oh natuurlijk, als ik voor de spiegel sta – iets wat ik met de nodige zelfontkenning, het liefst zo weinig mogelijk doe – zie ik het wel: ergens tussen schouders en knieën, heeft zich een extra laag genesteld, er is méér van mij bijgegroeid. Tja.. ik ben geen jonge meid meer en leef een zittend leven. Want een eigen bedrijf vraagt véél bureau- en computertijd en de dagen zijn lang. Zou ik wel 200 stappen per dag zetten? Maar daar waar andere mensen altijd over klagen, daar heb ik geen last van. Ik héb geen vreetbuien, ik eet nauwelijks wat. Het overslaan van een ontbijt omdat er geen tijd te verliezen is op m’n werkplek is inmiddels een ingesleten gewoonte geworden. Een lunch bestaat in theorie, maar voor mij betekent het even honger stillen met twee, hooguit drie bruine boterhammen. En m’n avondmaaltijd is ook maar klein: groente is lekker, een stukje vlees. Nauwelijks een hele aardappel of een schepje rijst of pasta , die vanwege de gezondheid ook altijd volkoren zijn. En van dat karige maal laat ik soms meer dan een kwart staan omdat ik wel genoeg heb. Nee, daarna en/of tussendoor snoep en snack ik niet. Geen zin in, ik ben niet dol op zoet en een zak chips kan bij mij weken onaangetast in de kast liggen. Als ik het al gekocht zou hebben.

Ben ik gezond? Ja hoor, vindt mijn huisdokter. Ik ben geen diabeet, m’n schildklier doet het prima volgens de cijfers. Hart en bloeddruk zijn okay al heb ik wel ‘aderverkalking’.. ook zoiets, vet aan de binnenvoering van je aderen. Neem daar een pil voor, een kinderaspirientje zegt mijn brave dokter. Ik ben oud, de hormonen leggen het af tegen de tand des tijds: wen er maar aan dat je dan dikker wordt. Grr.. En nu sleep ik in mijn beleving bijna 30kg te veel mee. Dat extra gewicht belemmert mij zodanig dat ik al moe wordt van de gedachte méér te bewegen. Want ik raak buiten adem, mijn hart gaat dreigend kloppen in m’n borst. De plaatselijke sportscholen heb ik van binnen gezien – bij het inschrijven van een abonnement dat me vervolgens ongebruikt maandelijks handen vol geld kost. Want zo slim zijn die jongens wel: je zit er minstens een jaar aan vast en zo worden zij met hun eigen afgetrainde body slapend rijk en ik blijf dik, verlies per dag tenminste 2 ons aan spieren en het beeld van super sexy jonge meiden in hun glimmende aerobic pakjes heb ik vér weggestopt in de donkerste hoek van mijn herinnering. Toch maar even zitten, niet te veel in ééns. Maar, roept dat dunne mens dat in mij verstopt zit, je moét. Want als je niks doet, wordt het alleen maar erger. Dat zou ik met m’n veelgeprezen intelligentie toch zelf kunnen verzinnen. Ik speur het internet af: dat staat bol van diëten, afslankmethodes, wijze raad. Eet gezond! Weg met je buikvet! Beweeg! Ga rennen! Geen suikers! Ik ben inmiddels in mijn hoofd al een complete voedingsdeskundige die iedere arts op kennis, wetenschap, versla op punten. Ik weet meer van hormonen dan de gemiddelde mens, van insuline, leptine, you name it. 

Ben ik nog te helpen?
Het moet. Hoe komisch en belachelijk ik het ook vind dat ik me ten lange leste moet aansluiten bij het bataljon dikkerds dat ieder jaar met die datum 1 januari voor ogen, besluit dat het nu echt genoeg is geweest. Hou ik het vol? Dat gevoel van die knellende bloes die, in mijn verbeelding, zwierig om m'n schouders had moeten vallen, maar daarentegen in het echt me de adem benam, moet ik vasthouden.
Verdorie-nog-aan-toe.. het zal me lukken! Ik wil m'n lijf terug.

---------  update 1:

Iemand wees me erop dat Ionica Smeets heeft laatst uitgelegd dat sporten niet zoveel helpt bij afvallen. Het zit 'm meer in het eetpatroon. 

Levenslang.. hmm, in mijn geval is dat dan nog wel te overzien. Als je snapt wat ik bedoel.
En wat onze Bekende-Nederlander-Talkshow-Wiskundige betreft: ik heb een gezond wantrouwen ten opzichte van mensen die uitspraken doen die ver buiten hun vakgebied liggen: het voelt als de bewering dat de Stelling van Pythagoras ook bij de Hubo te krijgen is. Met dank aan Harrie Jekkers  

Ach, helemaal ongelijk heeft ze natuurlijk niet. Veel deskundigen hebben al lang vastgesteld dat beweging die zich vooral richt op het verbeteren van de cardio toestand, geen bijdrage levert aan vetverbranding. In plaats van 5 kilometer (of meer) hardlopen, kun je dat beter gewoon stevig wandelend doen. Natuurlijk helpt 'fitnessen' wel bij het voorkomen van ademnood en traint het je voornaamste spier ( je hart) maar echt bijdragen aan de vermindering van spekrollen.. nee. Zo is er gemeten dat een stevige fitness-sessie de verbranding in het lijf maar een krap half uurtje doorgaat, terwijl krachttraining je spieren nog uren daarna van energie moet voorzien en de brandstof die daarvoor nodig is wordt, jawel, uit de vetlaagjes weggehaald. 

Ik heb de afspraak met de sportschool-instructeur maar weer even afgezegd. Ik heb al een home-trainer, misschien moest ik daar maar 's op gaan zitten. Dat zou alvast een eerste stap kunnen zijn. Niet teveel ineens veranderen.  Ik ga een cracker eten.

--------- Update 2: 31-12-2016

 

Ik denk dat het een complot is.

Een oliebollencomplot.

Een samenspanning van personen die aan ’t eind van het jaar nog je laatste centen willen aftroggelen om hun kerk- of activiteitenkas te spekken. Je ziet ze overal: bij mijn voerhandelaar heeft zich een respectabele oudere dame geposteerd, aan de weg al aangekondigd met een handgeschreven bord ’10 oliebollen voor 5 euro’ voor de plaatselijke kerk. Hmm.. bromde mijn man .. oliebollen. Gevolgd door mijn :’Néé, dat zijn vast zuinige ( het moet wat opleveren tenslotte, we zijn niet op aard’ om de mens te verwennen) thuisbakkers, niet doen joh! ‘. In de winkel een campingtafeltje met daarop een stapel vetvrije zakken, en een bordje met proefhapjes. “Géén oogcontact maken” dacht ik bij mezelf, dan kan ik er zo voorbij. En op de terugweg heb ik m’n handen vol met een zak paardenvoer dus dan heb ik geen ruimte voor een te dure zak oliebollen.

Dat werkte.  Een dag later echter niet. We waren een baaltje wortels vergeten, het geliefde snoeperijtje van het peerd en ja hoor: de dame liet zich ditmaal niet verslaan. Ze schoot als een pijl op me af, pakte me liefdevol bij de arm, prikte haar vinger in de richting van het campingtafeltje en zei:”heerlijke oliebollen! Het is voor Eben Haezer”..Wijzend naar de proefstukjes: “die zijn gratis! En de zakken maar 5 euro, er zitten er 10 in!”  De bres in mijn weerstand was geslagen, mijn man keek glunderend over z’n schouder , zo’n blik van ”yamie”, waarop ik besloot dat hij dan maar zowel de wortels, de slobber én de oliebollen moest afrekenen. (Het is mijn paard, dus voeding, onderhoud en eventuele DA-kosten zijn voor mijn rekening). “Dat zal je leren” dacht ik bij mezelf.

Denk maar niet dat dit het enige verleidingsmoment is. De beste banketbakker van ons dorp schuift één maal per jaar de tompoucen, slagroomsoezen, schuimtaartjes, fruitbakjes-met gelei-en-bakkersroom en zelfgemaakte bonbons ter zijde en stort zich met gepaste trots en al zijn bakkerskwaliteiten op het maken van oliebollen. Op het terrasje naast zijn winkel waar op zomerse dagen keurige ouden-van-dagen uit porceleinen theepotje en kopjes hun middagthee met snoeperijtje nuttigen, staat nu een stoere tent van geel, dus opvallend, zeil, een grote frituurbak en bakt zijn onvolprezen, luchtige en rijkgevulde bollen. De lange rij op de stoep voor zijn kraam bewijst al bij voorbaat de kwaliteit van zijn waar!

Daar loop je niet aan voorbij. Je sluit je keurig aan in de rij om de meest begeerde bollen van het jaar ruim in te slaan.  Wat is het toch met die oliebollen? Brengt het de lang vervlogen tijden van vroeger weer in herinnering waar mijn lieve mams met gevaar voor af fikken van het huis in een wankel frituurpannetje op ’t fornuis, de allerlekkerste oliebollen ooit maakte? De emaille groene emmer naast de kachel waar het deeg in moet rijzen en geur van Calvé Slaolie door het hele huis, de opwinding van z’n kleffe witte deegklomp die het sissend hete vet in schoof en omtoverde naar zo’n goudbruine, krokante bal. “Jij mag de eerste proeven – pas op! Heet! “... och heerlijke kindertijd.

 

Het virus heeft zich door het dorp verspreidt; er is geen enkele zelfrespecterende sport- en voetbalclub en kerkgenootschap ( er dat zijn er talloze hier op de Veluwezoom) die niet aan een oliebollenactie begonnen is. En als je die hebt kunnen weerstaan door snel voorbij te lopen ( want je hebt immers al een zak van Heer Meesterbakker), schielijk de supermarkt in schiet, dan heeft heer Albert Heijn ook nog wel wat aan je te slijten. Zijn ballen komen uit de ballenfabriek, maar om het wat sjiekere segment van de cliëntèle te behagen, heeft hij ook de eerder genoemde banketbakker aangespoord om ook bij hem in de zaak voor een over-the-top-prijs in een knisperende designzak, schril afstekend bij de vettige plastic zakken met budget-bollen, over de streep te trekken.  Ik zie mijn man opvallend vaak langs de kraam met proefstukjes lopen. Die kraam staat ter hoogte van de wasmiddelen en die hebben we nou net niet nodig. Maar aan zijn malende kaak te zien is het niet bij één stukje gebleven. “Ze zijn lekker hoor! Er zit kaneel in! “ En daar houdt hij van.

 

Och mensenlief... nu had me nog zo voorgenomen om in de laatste dagen van het jaar alvast wat wilskracht op te bouwen om een goede start te maken met het afvalproject.

Maar het is duidelijk: dat wankel opgebouwde muurtje ligt alweer in duizend brokken. Ik troost mezelf met de gedachte dat als er 30 kilo vanaf moet, dat die één extra kilo dan ook niks uitmaakt. En er komen schaarse tijden tenslotte, waarin ik zal proberen met veel groente, fruit, vers drinkwater en beweging het kiloknallergevecht zal aangaan.

Voor wie in hetzelfde schuitje zal stappen... geniet er nog maar even van. Het leven is te kort!!   Ik wens jullie een feestelijke jaarwisseling, blijf veilig, geniet het leven en verheug je op een nieuw jaar!

 

Proost en tot volgend jaar!

 

Twee januari alweer. Het jaar is nog vers en fris.

Ik heb me inmiddels bedacht dat als je zelf op dieet wil, of liever gezegd: een poging tot gezond leven wil doen, je eerst op ‘spullen-dieet’ moet.

Nee, ik ben niet op zoek naar uitvluchten maar een blik op de voorraadkasten, keukenkasten en –lades, toont een overstelpend beeld van volstrekt onnodige en vooral ongebruikte zaken. Nu had ik net ná de kerst al drie vuilniszakken vriezer- en koelkastinhoud weggewerkt, variërend van kaashapjes, borrelhapjes, loempia’s, ovenfrites.. en talloze pakken zelfgekweekte bonen, appelmoes en gevriesdroogde pakken half-om-half uit de reclame.

Waarom heb ik toch dat soort spullen als ze uiteindelijk toch in eenzame opsluiting een kille, over-de-datum dood tegemoet gaan?

De voedselbank wil er niks mee dus rest mij geen andere oplossing dan het sluiks wegwerken van voedsel via de Gemeentereiniging. Ik zeg ‘sluiks’ want als ik dat open en bloot zou doen, dan heb ik gegarandeerd een week lang ruzie met mijn betere helft die dit soort verspilling buiten alle perken vindt gaan en niet zal nalaten mij dat met een gezicht op standje ‘zuur’ te melden.

Maar ja, hij is wel zo’n type dat een plantje, dat in mijn ogen de geest gegeven heeft door verwaarlozing en gebrek aan water, weer rustig uit de kliko opvist, in het rotsvaste geloof dat er leven is na de dood en hij op miraculeuze wijze de verdorde stek weer tot leven kan wekken. Jezus van de kamerplant. Voor mij is het: blad verloren, al verloren.

Gelukkig heeft hij mijn suggestie, de eerder genoemde oliebollen van Eben Haezer, aan de kippen uit te delen, goed bevonden. Dat ruimt alvast lekker op. Nu de rest nog.

 

3 januari

 

Gisteren liep mijn dag niet helemaal als gepland. Beter gezegd: helemaal niet.

Als wat oudere vrouw heb ik af en toe last van vocht vasthouden in de benen. 
Nu gaat dat meestal vanzelf over maar nu was het eigenlijk best pijnlijk, het gloeide en prikte. Aanraken: liever niet, dat deed goed zeer.
Nu ben ik niet iemand die meteen bij ieder kwaaltje de huisarts belt maar ik besloot nu anders. De vaste groep huisartsen bleek afwezig dus vertrouwde ik de praktijkwaakhond meteen toe dat het zeker geen haast had, maar dat het wellicht goed was om vast een afspraak te maken als iedereen weer aan de slag was. “Wat scheelt er aan mevrouw", vroeg ze. Ik leg uit. "Bent u benauwd?” Nee, ik voel me prima, alleen die pijnlijke benen hé.. “Mag ik uw naam en geboortedatum?” Ik hoorde dat ze op basis van die informatie in haar computer mijn patiënten dossier naar boven viste. “Ik zou toch vandaag maar even langskomen, mevrouw. Beter geen risico nemen. Ik heb wel een plaatsje voor u om tien voor elf. Schikt dat?” Nu kon ik haar moeilijk zeggen dat ik geen tijd had vanwege mijn zojuist gestarte Nieuwjaarsopruiming en die benen deden best zeer. Dus, op naar de plaatsvervangende dokter.

Het was een jong grietje, ik schat 1/3e van mijn leeftijd. Dat is – als je mij zou kennen – niet gunstig.
Na een kil, nogal slap handje en nadat ik haar verteld had dat Crystal Clear drinken (ze had zo’n flesje op haar bureau staan) onverstandig was omdat er kunstmatige suikers en smaakstoffen in zitten, was mijn klacht aan de beurt. Ze had haar conclusie snel getrokken. “Tja, als je wat ouder wordt, dan raken de kleppen in de bloedvaten wat versleten...” Dat was natuurlijk tegen het – letterlijk - zere been. Om het vervolgens nog een graadje erger te maken door te zeggen dat ik steunkousen zou kunnen aantrekken. Dat kwam haar op een hartgrondig en verontwaardigd uitgesproken “Néé, ben je mal” te staan. Ik zag haar gezicht betrekken en op haar voorhoofd stond de ‘red alert’.. lastige patiënt in huis. Met dit topic in gedachten opperde ik nog of meer bewegen wellicht zou helpen? Zeker, dat helpt ook wel wat. Ik zal jullie de rest besparen maar ten afscheid zei ze me nog dat ik maar terug moest komen “als ik er aan toe was”. Voor steunkousen. Er komt vast een aantekening in mijn dossier.

Het advies om een fitbit aan te schaffen komt dus bepaald niet te vroeg. Ik denk dat meer bewegen mij eerder van deze klacht afhelpt . Het beeld wat ik bij steunkousen, compressiesokken en gezondheidsschoenen met lage hak voor ogen heb.. mogen jullie zelf invullen.

Op de terugweg besloot ik bij het sportcentrum langs te gaan. Ik was toch in de buurt en informatie vragen kan geen kwaad. Het is de grootste sportschool van het dorp en ze hebben een zwembad. En een cursus aquasport 55 plus. In verwarmd water op bejaardentemperatuur. Ik hou wel van zwemmen en spetteren in het water, dus dat leek me wel wat. 
Bij het binnentreden van het complex viel me op hoe leeg het was. Ik had me toch tenminste voorgesteld dat ik groepen supergezonde mensen in sportpakjes voorbij zou zien flitsen, maar ik trof in de ontvangstruimte alleen maar wat suffige mannen die aan het barretje hingen. Er stond niemand bij de balie, dus ik bleef geduldig wachten. Geen mens keek op of om. 
Nou is geduldig bij mij vaak niet langer dan twee minuten en ik besloot het op te geven. Echter tien stappen op weg naar de uitgang besloot ik dat dit te gek voor woorden was dus ik draaide om, terug naar de balie. Dat tekent mij als het type ‘ik wil het, en ik wil het NU’. Het toeval wilde dat er op dat moment een vent die overduidelijk tot de ‘crew’ behoorde binnen gehoorsafstand kwam en die had meteen mijn opmerking ‘willen jullie soms geen nieuwe klanten?’ te pakken. Enigszins bedremmeld zei hij dat hij iemand zou halen.

Nou.. dat bleek geen verbetering te zijn. De dame, gekleed in sporttenue met het sportschool-logo prominent in beeld, zag er uit alsof ze twee dagen na het moment-suprême nog steeds oud-en-nieuw vierde. Of beter gezegd: met de nasleep ervan. Bleek en grauw van kleur, verschraalde make-up en een kapsel alsof je net uit bed komt. Bepaald niet de receptioniste van het jaar die je wel even zou overhalen je zuurverdiende centen voortaan bij hen in te leveren. 
Alleen meedoen met de Aquacursus bleek geen otpie, je moet dan toch echt een abonnement nemen. Maar daar kon je wel aan van alles meedoen en zo vaak als je wilt fitnessen. Alsof ik aan dat apenkooien toe ben. Ik heb in het verleden al te vaak een abonnement genomen dat vervolgens alleen nog maar zichtbaar was op mijn bankafschriften. Dus.. daar denk ik nog even over na. Misschien is het beter dat ik – geheel zelfstandig en vooral niet begeleid door een heer of dame die het goed bedoelt, naar het plaatselijke ‘gewone’ zwembad ga. Dan hoef ik alleen maar per zwembeurt te betalen. En dan neem ik het frisse op 21 graden ingestelde zwemparadijswater maar voor lief.

Thuis ben ik in mij comfortabele stoel gaan zitten. Met de benen omhoog. Heerlijk boek lezen. ’s Middags een toastje paling gegeten. Morgen weer een dag!




 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.