Rio de Janeiro: Een stad waar ik kan wonen

Door Traveljob gepubliceerd op Sunday 28 August 03:14

Met het Copacabana lied op de achtergrond en met stewardessen die mooier dan Jennifer Lopez zijn maar geen woord Engels spreken kreeg ik tijdens de vlucht direct een voorproefje van wat me in Rio de Janeiro te wachten stond. Voor de verandering verliep de hele vlucht vlekkeloos, nu moest ik alleen nog mijn hostel zien te vinden in een stad met 15 miljoen inwoners. Nadat ik de een bus had genomen hield ik een taxi aan die me naar het hostel zou brengen. Vanwege de taalbarrière werd ik gelukkig bijgesprongen door een lokale man die wat Engels sprak. Zijn eerste legendarische zin in het Engels was; ‘’Welcome to hell!’’. Ik had er zin in en stapte heel comfortabel de taxi in. Ik bereikte zonder kleerscheuren het hostel en vond de hel best een aangename plek.

Mijn eerste prioriteit is het kopen van een motorbike, waarmee ik door Zuid-Amerika wil reizen. Maar waar te beginnen? Ik had weinig huiswerk gedaan en had geen flauw idee hoe je een motor kunt kopen in Brazilië als buitenlander. Pietje zei dat ik binnen een dag voor 500 euro een motor zou kunnen kopen, Jantje zei dat ik een nieuwe motor moest kopen en Klaasje zei dat het helemaal niet mogelijk was. Ik ging zelf op onderzoek uit en bezocht DETRAN, de overheidsorganisatie die alles regelt omtrent rijbewijzen. Een vriendelijke jongen die Engels sprak, genaamd Jaime, leidde me het hele gebouw rond tot we bij de afdeling voor buitenlanders aankwamen. Ze spraken geen Engels en Jaime vertelde dat ik een Braziliaans rijbewijs moest aanvragen. Ik kreeg een formulier mee, volledig in het Portugees, om het rijbewijs aan te vragen en vulde dat in met hulp van Jaime. In mijn eentje liep ik terug naar de afdeling voor buitenlanders, waar ze nu opeens wel Engels spraken. Ze bekeken mijn rijbewijs en het formulier en dezelfde persoon vertelde me nu dat ik helemaal geen Braziliaans rijbewijs nodig heb. Het kostte me een halve dag, maar nu wist ik wel dat ik de juiste documenten heb om in Brazilië een motor te rijden.

Nu moest ik nog een motor vinden en een manier zoeken om de documenten op mijn naam te zetten. Een paar dagen lang struinde ik met verschillende lokale mensen motorbike shops af en merkte dat de motors in Brazilië toch een stuk prijziger zijn dan mijn 90cc scooter die ik voor 100 euro in Vietnam kocht. Veel 2de hands motors die ik op internet vond waren te ver weg van waar ik was of hadden niet de juiste documenten en een nieuwe 125cc motor kost minimaal 2500 euro. Uiteindelijk vond ik een goede 2de hands motor voor 1500 euro en na 4 uur onderhandelen stond ik op het punt de bike te kopen. Totdat ik ontdekte dat het vijftien dagen duurt om de documenten over te schrijven, tijd die ik niet had. Een telefoontje een dag later leerde me dat je ook moet kunnen aantonen dat je in Brazilië woont, al is dit met wat moeite wel te omzeilen. In tien dagen was ik middenin de bureaucratie van Brazilië gedoken en ontdekte ik dat het (bijna) onmogelijk is voor mij om hier op legale wijze een motor te kopen en te berijden. Met pijn in mijn hart moest ik mijn droom om met een motor van het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika naar het noordelijkste punt van Noord-Amerika te rijden (tijdelijk) laten gaan. Het leek voorbestemd, want drie dagen later verloor ik mijn rijbewijs en zou ik helemaal geen motor hebben mogen rijden. De enige optie die nog rest is dat ik ergens in Zuid-Amerika mijn motorrijbewijs haal.

Een goed voorbeeld van Braziliaanse logica is het volgende voorval. Ik ging met twee Braziliaanse jongens, een lokale jongen en een jongen die Portugees en Engels sprak, op zoek naar een motorbike in een van de armste wijken van Rio de Janeiro, genaamd Mangera. Vanaf het eerste moment werd ik aangestaard en voelde ik dat ik niet welkom was als buitenstaander.  Mensen die niet in deze wijk wonen komen hier hoofdzakelijk drugs halen, omdat er veel drugs verhandeld wordt in deze wijk. Een groep politiemannen met angstaanjagend grote geweren stopte ons, omdat het duidelijk was dat ik hier niet woonde. Ze checkten of we drugs bij ons hadden en ik had niks bij me om me zorgen over me te maken. Mijn vriend had echter wiet bij zich, wat streng verboden is in Brazilië. Ik schrok en schoot in de stress, want ik had gehoord dat er zware straffen staan op het behoud van drugs. Ik voelde me alles behalve comfortabel in deze situatie, maar wonderbaarlijk genoeg pakte ze de wiet af en lieten ons gaan. Hierna moesten we wel naar de taxi rennen voordat de dorpsbewoners achter ons aankwamen.

Een paar dagen later stond ik met een vriend voor de bus te wachten. Ik had net mijn koffie op en stond met een lege plastic beker in mijn hand. Mijn vriend stapte de bus in en ik moest er snel achteraan voordat de bus wegreed. Ondanks dat er drie meter verder een prullenbak stond zette ik de plastic beker op de grond, afgaande op alle rommel in Rio de Janeiro maakt dat bekertje niet zoveel uit dacht ik. Ik stapte de bus in en werd aan mijn shirt getrokken, toen ik me omdraaide stonden daar twee politiemensen die naar mijn plastic beker wezen. Ik werd beboet voor het neerzetten van een plastic beker op de grond. De grootte, kleur en vorm van de beker werd gedetailleerd beschreven, het tijdstip en de plek werd vastgelegd en over een paar weken, nadat de situatie herzien is, kan ik op internet de hoogte van mijn boete terugvinden. Had ik nu maar wat wiet bij me gehad ….

In Rio word je vaak gewaarschuwd voor de gevaren die op de loer liggen. Uit ervaring kan ik je vertellen dat mensen daar een reden voor hebben. Terwijl ik sliep is mijn portemonnee die naast mijn kussen lag leeggeroofd, ’s nachts op straat ben ik aangevallen door iemand die mijn portemonnee wilde meenemen, op het strand zag ik op het nippertje hoe iemand sneaky met zijn voet onze tas weg wilde slepen voordat hij ermee weg zou rennen, op straat moest ik plots snel een winkel inlopen omdat er gewelddadige bende aankwam en ga zo maar door. In de ontwikkelde delen van de stad staat op elke straathoek een groep agenten met grote geweren, maar dit weerhoudt de dieven er niet van hun slag te slaan. Je moet continue alert zijn en zelfs dan kun je in een split second al je spullen verliezen. In recordtempo word je door het straatleven van Rio omgevormd van een naïeve computernerd tot een zelfverzekerde streetwise reiziger, maar je betaalt er mogelijk wel je portemonnee, camera en laptop voor.

Ondanks deze duistere kant van Rio de Janeiro vind ik het een geweldige stad. Als de mensen naar je kijken zie je het vuur en passie in de ogen, als ze dansen spreken de heupen een universele, aantrekkelijke taal en als ze blij of boos zijn staat de grond te trillen. De Brazilianen spreken en handelen uit het hart en geven je oneindig veel warmte, een eigenschap die alle duistere kanten doet verbloemen.

Niemand vindt het een probleem dat een Braziliaans meisje dat werkt als boodschappeninpakker verveeld kijkt. Van een chauffeur die zwaar gefrustreerd achter het stuur zit en luid toetert zonder reden wordt niet gek opgekeken. En een beveiliger die in slaap is gevallen en wakker wordt geeft men een begrijpend knikje. In Brazilië is het geaccepteerd om te laten zien dat je moe, verveeld of chagrijnig bent, waardoor er aan de andere kant ruimte is om oprechte, positieve emoties te tonen. Als iemand begint te dansen werkt dat besmettelijk en danst binnen de kortste keren het hele plein en glimlacht men van oor tot oor. Als iemand iets leuks te vertellen heeft wordt dat met veel plezier verteld en maakt het een hele groep mensen aan het lachen. En als iemand hulp nodig heeft reiken vele warme handen zich aan. Brazilianen lijken veel plezier in het leven te hebben en te begrijpen dat je werkt om te leven en niet leeft om te werken.

Een van mijn mooiste ervaringen was mijn ontmoeting met Áriele en een bezoek bij haar thuis in Vista Alegre, een buitenwijk van Rio de Janeiro. Ik werd warm onthaald door Ariele’s ouders en zus, waarna we samen naar de kerk gingen waar Ariele leiding geeft aan een zangkoor. Ik sprak de taal niet, maar kon wel de emotie voelen waarmee de mensen spraken en zongen. De pastoor schreeuwde alsof het zijn laatste speech was, het koor zong alsof het hun laatste lied was en de mensen baden alsof het hun laatste gebed was voordat ze naar de hemel van God zouden gaan. De kerk trilde op zijn grondvesten maar viel er gelukkig niet vanaf. Na de dienst gedroeg iedereen zich weer normaal en praatte tegen elkaar met een rust, alsof ze een uur geleden de hond uitgelaten hadden. Ondanks dat slechts een paar mensen Engels praten en ik in een arme buurt was voelde ik me erg op mijn gemak bij Ariele’s familie en vrienden, omdat ze met mij omgingen als een goede vriend zonder dat ze me goed kenden.

Na twee weken in mijn eentje Rio verkend te hebben kwam mijn goede vriend Frank over vanuit Nederland. We kennen elkaar al tien jaar, gaan vaak samen op stap in de weekenden en elke zomer is het traditie dat we met een groep vrienden op vakantie gaan. Een vakantie die steeds avontuurlijker wordt en die Frank en mij na 1,5 jaar herenigd heeft in Rio de Janeiro. Frank weet elke situatie een grappige draai te geven, heeft fantasierijke gedachtes die leuk zijn om naar te luisteren zijn en kan uit het niets een rol aannemen die tot in detail voorbereid lijkt. Als hij geen marinier zou zijn, zou Frank een cabaretier geworden zijn die bij elke vrouw in de zaal een gevoelige snaar weet te raken. Ik kijk er naar uit om met deze charmeur drie weken op een impulsieve, ongecompliceerde wijze door Brazilië te reizen.

Om zes uur ’s ochtends werd ik uit mijn roes gehaald door een springende, kwispelende Frank die mij besprong in mijn bed. Iedereen op de slaapzaal werd wakker, maar dat maakte even niet uit want Frank was gearriveerd. De volgende dag wandelden we naar de Cristo Redentor, het grote Christusbeeld waar Rio de Janeiro beroemd om is. Een mooi beeld waar je de toeristen plat moet trappen om een goede foto te kunnen maken.

Onderweg naar de top dronk ik een fles met kraanwater leeg, iets waar ik de komende dagen spijt van kreeg. Die avond kreeg ik buikpijn, de hele nacht bracht ik op de wc door en de volgende ochtend had ik zulke erge buikkrampen dat ik besloot naar het ziekenhuis te gaan. Na vier verschillende registratieprocedures sprak ik een dokter die me van alles vertelde over de historische banden van Nederland met Brazilië. Na een betoog van 45 minuten werd er op de deur geklopt dat hij op moest schieten, hij had echter nog niet eens gevraagd waarom ik in het ziekenhuis was. In twee minuten schreef hij wat medicijnen voor en had de dokter zijn werk gedaan. Ik werd aan het infuus gehangen, zodat ik niet uitgedroogd zou raken. Ik zag een gigantische naald, waarna de stekkers volledig doorsloegen in mijn hoofd. Het liefst wilde ik het ziekenhuis uit rennen, maar dat kon niet. De gedachte dat die naald in mijn arm zou gaan maakte mij gek, maar er was geen zuster die mijn gezanik serieus nam. De zuster liep naar me toe met de naald, waarna ik erg duizelig werd. Een paar seconden later werd het zwart voor mijn ogen. Het volgende moment dat ik me herinner is dat ik aan het infuus lig en dat ik word uitgelachen door de zuster omdat ik zo kleinzerig ben.

De komende dagen voel ik me nog steeds slecht en krijg ik regelmatig buikkrampen die voelen alsof er zes messen in mijn maag gestoken worden. Op een gegeven moment zijn die buikkrampen zo erg dat ik op straat moet liggen om de pijn te verzachten. De bewoners moesten vast denken dat ik er nog erg verzorgd uitzag voor een dakloze. Na vijf dagen met periodes van buikkrampen en diarree ga ik voor de tweede keer naar het ziekenhuis, maar ren ik het ziekenhuis weer uit wanneer ik hoor dat ze me een injectie willen geven. Een dag later ga ik naar het apotheek en haal ik pillen die de diarree moeten stoppen, waarna het eindelijk weer helemaal goed met me gaat. Ik heb hiervan geleerd dat ik geen kraanwater kan drinken in Brazilië, dat ik niet bang ben in de armste wijken van Rio de Janeiro maar wel voor naalden en dat je bij de dokter je historische kennis kan bijspijkeren.

Na drie weken in Rio de Janeiro is het tijd om deze veelzijdige, bruisende, blije stad te verlaten en helaas zonder motorbike koers te zetten richting het zuiden waar Frank over drie weken uitvliegt vanuit Buenos Aires. Ik heb het gevoel dat ik me eindelijk weer op een totaal onbekend terrein begeef, een terrein waar mijn verlangens wegebben. De obstakels bij het kopen van het motorbike, de taalbarrière, de bureaucratie en de onveiligheid op straat scherpen mijn zintuigen en sterken mijn emoties. Ik geniet van het kijken naar de lachende, dansende en pratende mensen. Dankzij deze chaotische stad met haar leuke inwoners komt elke cel in mij tot leven en zie ik mezelf hier zelfs wel wonen in mijn twintiger jaren.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.