Genesis hoofdstuk 3 Kennis van goed en kwaad wordt tot geestelijk voedsel gemaakt.

Door Haraelmans gepubliceerd op Wednesday 10 August 22:03

Genesis hoofdstuk 3 kennis van goed en kwaad wordt tot geestelijk voedsel gemaakt.

Legt U er een bijbel naast om het duidelijk te houden?

Automonteur. De auto op aarde. De auto die voor het huis staat. Hij is 100% natuurwet. Een goudzoeker mag zoeken maar hij zal niet eentiende gram fantasie vinden. De auto van het veld. De auto die we in onze fantasie hebben.

 Persoonlijke fantasie en groepsfantasie. Geen enkele persoonlijke ervaring met een automerk. Toch zeggen we dat automerk is betrouwbaar. Hoe komen we aan die informatie? We hebben van horen zeggen. We vertellen dat als eigen ervaring.

Een persoon die we voor het huis zien. De persoon van de aarde. Hij is 100% natuurwet. De persoon die we in onze fantasie zien. Met onze fantasie zien we de fantasie van de andere persoon. Dus niet we zien de schone schijn die de ander persoon fantaseert.

Korte herhaling.

Ik ga niet in centraal Afrika zoeken naar de boom die de vrucht van het leven draagt. Ik ga niet in de bergen een boom zoeken die de vrucht van goed en kwaad draagt. Het is duidelijk die bomen staan in onze fantasie. Krijgen we problemen met de paus. Zijn geloofstelling we hebben geen fantasie. We hebben alleen een stem goed en een stem slecht in het hoofd. We zijn heel braaf. De paus met zijn geweld geven gelijk. Ik wens de gelovige veel plezier met hun zwerftocht.

Hoe is het gebeurd?

We kennen de kennis van goed en kwaad. Die gebruiken we om het natuurlijk gedrag van een dier om te vormen tot een gedrag dat wij wensen. Wij zijn die kennis gaan gebruiken om de kinderen op te voeden. We vormen het natuurlijk gedrag van het kind tot een gedrag dat door de massa bestuurders gewenst wordt.

Het pratende dier is in het voorwoord opgelost

Het pratende dier, de slang is opgelost. Het is de stem van een dondergod. Eva hoort die stem in haar fantasie. De fantasie van Eva praat tegen Eva.

3:1 De slang bleek nu het omzichtigste te zijn van alle dieren van het veld die Jehova god had gemaakt. Ze zei dan tot de vrouw. Is he wezenlijk zo dat God heeft gezegd dat U van alle bomen in de tuin moogt eten?

3:2 Hierop zei de vrouw tot de slang (De fantasie van de vrouw geeft antwoord op de vraag die de fantasie van de vrouw stelt.) Van alle vrucht van de bomen in de tuin mogen we eten. (Ze als geestelijk voedsel gebruiken)

3:3 maar wat de boom Eten van vrucht van de boom die midden in de tuin staat. (Bedoelt wordt de boom van kennis van goed en kwaad. Er zijn vertalingen waar zowel de boom van het leven als de boom van goed en kwaad midden in de tuin staan) God heeft gezegd U mag daarvan niet eten, nee U mag ze niet aanraken, opdat U niet sterft. (Met sterven wordt ons geestelijk leven bedoeld)

3:4 Hierop zei de fantasie stem van de vrouw, de donder meneer tot de fantasie van de vrouw. U zult volstrekt niet sterven.

3:5 Want god weet dat nog op de dag dat U ervan eet. Uw ogen stellig geopend zullen worden En gij stellig als god zult zijn. Kennend goed en kwaad. (De vrouw gelooft het. Zij ziet zichzelf als gelijke van de scheppende natuurwet. Op een troon van goud en diamant midden in het dorp, omgeven door een groot aantal slaven om de aardappels te schillen. De vrouw is helemaal in de wolken)

3:6 Dientengevolge zag de vrouw dat de boom god was tot voedsel en dat hij iets was waarna het verlangen der ogen uitging. Ja de boom was begeerlijk om naar te kijken. Zij nam dan van zijn vrucht en at. Daarna gaf ze er ook van aan haar man, toen deze bij haar was. En hij ging ervan eten. (De vrouw verteld tegen haar man en die gelooft)

3:7 Toen werden hun beider ogen geopend en zij gingen beseffen dat ze naakt waren. Zij naaiden daarom vijgenbladen aan elkaar en maakten zich lende bedekkingen. (Ze gingen zien dat de hun fantasie voor de ander zichtbaar was.) (Lende bedekking? De vrouw en de man gaan zich tegenover elkaar schamen voor hun hoogmoed.) (Waarom vijgenbladen?)

3:8 Later hoorden ze de stem van Jehova God. Die omstreeks Het winderig gedeelte van de dag (Winderig gedeelte van de dag? Wat is dat?) in de tuin wandelde. Waarop de mens en zijn vrouw zich voor het aangezicht (Aangezicht? Wat wordt bedoelt?) van Jehova God tussen de bomen gingen verbergen. (De bomen op de aarde of de bomen van het veld, de andere mensen?) (Als een vrouw van een vertaler hem met een boodschappenlijstje naar de winkel stuurt, met wat komt hij dan thuis?) (Voor het aangezicht verschijnen = uitnodigen voor gesprek. Aangezicht = gesprek.)

3:9 En Jehova god bleef de mens toeroepen en tot hen zeggende: Waar zijn jullie?

3:10 Tenslotte zij hij (de man) ik hoorde u stem in de tuin maar ik was beschaamd omdat ik was (ben) naakt en daarom verborg ik mij.

3:11 Daarop zei hij (Jehova God) Wie heeft U verteld dat U naakt waart? Hebt U soms van de boom gegeten waarvan ik U geboden had niet te eten?

3:12 Vervolgens zei de mens. De vrouw die U mij gegeven hebt om mijn tegengewicht te vormen, zij heeft mij van de vrucht van de boom (De kennis van goed en kwaad) gegeven en toen heb ik ervan gegeten.

3:13 Daarop zij Jehova god tot de vrouw. Wat hebt u nu gedaan? Waarop de vrouw antwoorde. De slang heeft mij bedrogen en toen heb ik gegeten. (De fantasie stem die de vrouw in haar hoofd gefantaseerd had heeft haar fantasie bedrogen.)

3:14 Nu zei Jehova God tot de slang (De verhalenslang in de traditie) omdat gij dit hebt gedaan Zijt gij de vervloekt onder de huisdieren en onder alle wilde dieren van het veld. (Van het veld. Zoals wij het met onze fantasie zien.) Op uw buik zult U gaan en stof zult gij eten al de dagen van uw leven. (Stof, de natuurwetten. Het wordt een rommeltje in de verhalenslang want onze fantasie over het samenleven komt niet overeen met de natuurwet.)

3:15 En ik zal vijandschap stellen tussen U en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de heil vermorzelen. (Een strijd tussen de moeder en de traditie. Als het kleine kind in de familie leeft leert het, De snoepjes delen. Komt het kind op de kleuterschool dan leert het, zoveel mogelijk snoepjes tot eigendom maken. Het leert de stem van de offergaven.)

3:16 Tot de vrouw zei hij. Ik zal de smart van uw zwangerschap zeer doen toenemen. Met barensweeën zult u kinderen voortbrengen En uw sterke begeerte zal naar de man uitgaan en hij zal over u heersen. (Vrouwen worden zenuwlijders. En zenuwen verhogen de spierspanning. En spierspanning bemoeilijkt de geboorte) (Vrouwen hebben een overdreven bezorgdheid over het uiterlijk. Ze moeten mooi zijn voor de mannen.)

3:17 En tot Adam (Hier krijgt de man de naam Adam) zei hij. Omdat gij naar de stem van Uw vrouw hebt geluisterd en van de boom zijt gaan eten waarvan ik u geboden had zeggende gij moogt daarvan niet eten is de aardbodem om uwentwil vervloekt. Met smart zult u de opbrengst er van eten al de dagen van uw leven. (Het gaat over plantengroei van de aarde en plantengroei van het veld. De fantasie wordt een rommeltje.)

3:18 En doornen en distels zal hij u voortbrengen en gij moet die plantengroei van het veld eten. (Van het veld. Dat wat we fantaseren zullen we moeten eten.)

3:19 In het zweet van u aangezicht zult u brood eten totdat gij tot de aardboden terugkeert Want daaruit werd gij genomen. Want stof zijt gij en tot stof zult gij terugkeren. (Wij zijn natuurwet en zullen naar de natuurwet terugkeren.) (Maar wanneer?) (Wanneer gaan we Genesis lezen en de weg naar een wereldbevolking zonder oorlog zien)

3:20 Hierna noemde Adam de naam van zijn vrouw Eva omdat zij de moeder moest worden van iedereen die leeft. (De kennis van goed en slecht komt in de traditie en ieder kind wordt ermee opgevoed.) (Hier zien we de naam Eva verschijnen. Eva is de eerste persoon met de kennis van goed en slecht. Het is niet de eerste persoon op aarde.)

3:21 En Jehova god ging ertoe over voor Adam en zijn vrouw lange kleren van vel te maken en hen te kleden. (Hun fantasie, hun geestelijk leven wordt omhuld met een mantel van schone schijn.)

3:22 Verder zei Jehova God, zie de mens is als een van ons geworden Wat het kennen van goed en kwaad betreft en nu opdat hij niet zijn hand uitsteekt en werkelijk ook van de vrucht van de boom des levens neemt en eet en leeft tot onbepaalde tijd. (Er zijn de natuurwetten. Is tijd de juiste vertaling? Moet dit zijn ruimte? Leven in een onbepaalde ruimt. Een ruimte zonder palen, zonder grenzen. Een mens kan niet als wereldburger leven.)

3:23 Daarop zette Jehova God hen uit de tuin van Eden om de aardbodem te bebouwen waaruit hij genomen was. (Wij worden uit de economie van het dorp en de grote economie, de wereldeconomie gezet.)

3:24 En aldus dreef hij de mens uit en plaatse aan de oostzijde van de tuin van eden de cherubs en het vlammend lemmet van een zwaard dat onafgebroken rondwentelde om de weg naar de boom van het leven te bewaken. (De weg naar een wereldbevolking die zonder oorlog leeft is er en wij kunnen hem uitdenken. De waarde van de traditie in het opvoeden van de kinderen veranderen. Goed en slecht vervangen door samen. De anti-autoritaire opvoeding. Een wereldeconomie maken op de manier waarop de stadhouders tot de Europese landen zijn samengevoegd. Die weg wordt bewaakt.

Einde hoofdstuk 3.

Dit hoofdstuk gaat over personen. Hoofdstuk 4 gaat over groepen.

Losstaande opmerking bij hoofdstuk 2

Het logisch van Genesis. De plaatsnamen van het dorp. Deze zouden geschreven moeten zijn met een letter verkeerd. De bedoeling is niet plaatsen een naam te geven. De bedoeling is het idee plaats aan te geven. Heeft Genesis het zo gedaan? De vertalers zouden het moeten weten. Heeft Genesis de plaatsnamen fout opgeschreven?

De rivier.

De rivier komt uit Eden. Uit de grote economie. Een rivier vanaf de bron wordt groter door de zijtakken. Een rivier bij de zee splits zich in zijtakken, de delta. De kleinste rivier van de delta omstroomd de persoon. Man. Vrouw. Kind. De traditie van de grote rivier zit ook in de kleinste aftakking. De kleinste aftakkingen de sloot rond het huis om het zo te zeggen krijgen geen eigen naam.

Alles door elkaar halen. Er een bijbel ernaast leggen met de nummerring zal het duidelijke blijven.

Ik fantaseer.

Ik heb een vriend Genesis. En die verteld. De natuurwet is de natuurwet. En de natuurwet blijft de natuurwet. En wij mensen hebben fantasie. Klaar.

De paus zegt ik heb een vriend Jezus. En Jezus verteld. Kunt U dat volgen wat Jezus verteld? Kan de paus volgen wat Genesis verteld?

Laten we lezen wat genesis verder verteld. De dondergod wordt een offergave god. De stem van de offerschaal.

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.