De Lofzang die groot geloof en geweldige moed samenvat

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 07 August 16:05

De prachtige lofzangen, die in 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' gezongen worden vatten waarlijk het grote geloof en de geweldige moed van de pioniers samen, die ons zijn voorgegaan en bouwen thans een zelfde geloof en moed op in de tegenwoordige generatie, nu wij voor het pionierswerk van deze tijd staan.

       

     "O, mijn Vader!" (Lofzang 190.) Geschreven door Eliza R. Snow, is zo'n prachtige lofzang. Deze opmerkelijke lofzang beschrijft ons bestaan in het voorbestaan bij de Vader en de Moeder van onze geest. In het laatste vers zingen wij dan: "Mag ik als mijn proeftijd om is, Als mijn stof tot d'aarde keert, Vader, Moeder, U ontmoeten, In het rijk, waar Gij regeert? Als ik dan geheel volbracht heb, Al het werk, door U geboón, Wil dan toestaan, dat ik kome, En voor eeuwig met U woon."

                 

     Deze lofzang geeft het gehele panorama van het eeuwige leven weer zoals het geopenbaard wordt door het herstelde evangelie van Jezus Christus. Als men dit prachtige lied zingt, waardeert men hoe langer hoe meer het letterlijke vaderschap van God de Eeuwige Vader.

                                      

     De volgende lofzang die het grote geloof en de geweldige moed van de pioniers samenvat is: "Gods Geest brandt in 't harte," (Lofzang 2) en werd geschreven door W.W. Phelps. De emoties die met het zingen van dit lied worden gewekt en de geestelijke kracht die er van uitgaat, werden duidelijk toen het als hoogtepunt van de inwijdingsdienst van de tempel te Kirtland op 27 maart 1836 gezongen werd. Voor zover ik weet is deze lofzang sindsdien bij de inwijding van iedere tempel van de kerk gezongen. Natuurlijk is dit lied ook gezongen bij de inwijding van vele wijk en ringgebouwen.

                                      

     Deze lofzang verkondigt de herstelling van het evangelie, het openscheuren van de sluier van de aarde, en de komst van de engelen die de aarde bezoeken. Het koor is een uitroep van grote blijdschap: "Wij zingen en juichen met hemelse koren, Hosanna, Hosanna, de Vader en Zoon! Al d'ere zij Hun in de hoge gegeven, Voor eeuwig en immer, rondom Hun troon."

       

     Bij het zingen van deze en andere lofzangen zijn het grote Tabelnakelkoor en het mormoons jeugdkoor al vele jaren lang een inspiratie geweest, niet alleen voor leden van de kerk, maar voor miljoenen anderen, als zij deze en andere lofzangen gezongen hebben. Ik vraag mij dikwijls af als ik mensen zie die niet meezingen tijdens een kerkdienst, of zij niet een prachtige, inspirerende ervaring missen.

      

     Door het zingen van de geïnspireerde boodschappen in onze lofzangen is mijn getuigenis van het vaderschap van God en de goddelijkheid van onze Heer en Heiland, Jezus Christus, versterkt. De gezangen van onze kerk getuigen ook van het feit dat God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, werkelijk verschenen zijn aan de profeet Joseph Smith, en dat hij een grote profeet was en is, door middel van wie het evangelie in zijn volheid werd hersteld.

     

     Mijn dankbaarheid jegens onze geliefde profeet Thomas S. Monson wordt groter als ik "Wij danken U, Heer, voor profeten" zing. Moge de Heer hem blijven zegenen en ondersteunen. Laten wij ons onder het zingen bewust zijn van de schoonheid en de betekenis van elke lofzang. Dan zal ons zingen ons diep ontroeren, ons in betere harmonie met de Geest doen zijn, en ons getuigenis versterken. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Achter in de kerk, in het midden is een extra offerschaal gezet.
Niet in 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'
Het heeft geen zin hierover te praten.
Ik zeg Genesis. Op de aarde. Het leven. De wereld zoals we die buiten zien.
Op het veld. Het leven. Hoe we met onze fantasie kijken. de aarde zoals we die in het hoofd hebben. In onze fantasie hebben.
Doordat we de kennis van goed en kwaad als geestelijk voedsel zijn gaan gebruiken zijn op de aarde en van het veld tegenstrijdig geworden.