Genesis hoofdstuk 2 We krijgen onze fantasie

Door Haraelmans gepubliceerd op Friday 05 August 01:14

Genesis hoofdstuk 2 Onze fantasie.

Een eerste opmerking. De stem van de offerschaal spreekt over een zevende dag. Een stem die zegt een scheppende kracht te hebben maar niet kan scheppen. Die stem heeft het over de zevende dag. Genesis kent zes dagen. De dag die gezegend wordt is zaterdag.

Jehova God blaas ons de fantasie in. Dat doet hij in de zesde dag. Er zijn de zesde dag twee scheppende krachten bezig. De scheppende kracht de natuurwet en de scheppende kracht Jehova God.  Dat gerommel met de zevende dag daar zijn we aan gewend geraakt. Iedere maand staat de maan een halve dag stil om de kalender kloppend te maken.

De scheppende kracht de natuurwet is op het eind van de zesde dag klaar met zijn werk. En Jehova God heeft in ons lichaam de fantasie ingeblazen.

Met alle vier de voeten op aarde blijven staan. De voeten van ons lichaam en de voeten van ons geestelijk leven ons geestelijk samenleven. Jehova god maakt de wetgeving niet op de manier van de scheppende natuurwet. Wij mensen kunnen de wetgeving van Jehova God, de stem van Jehova God veranderen. De stem van Jehova God vervangen door de stem van de offergaven. Een stem die zich baseert op goed en slecht.

Het tijdgebeuren in Jehova God.

Jehova God begint met ons de gezamenlijke fantasie in te blazen. Dat is in de zesde dag. Dan volgt een beschrijving van de gezamenlijke fantasie. Een beschrijving van de organisatie van het samenleven. Aan het eind van het hoofdstuk wordt de persoonlijke fantasie gevormd uit een rib. We hebben dus twee vormen van fantasie. Even goed lezen.

Op het eind van het hoofdstuk zijn wij mensen zoals we zijn geschapen 1 door de scheppende natuurwet. 2 Onze fantasie MET een geraamte geschapen door Jehova God.

 

Genesis hoofdstuk 2.

2:1 Op deze manier kwam heel de aarde en hun gehele leger ter voltooiing.

2:2 En TEGEN de zevende dag kwam de scheppende natuurwet tot voltooiing. (Dat is dus de zesde dag)

2:? De vertalers hebben het over een zevende dag. Hoofdstuk 1 heeft 6 dagen.

2:4 De scheppende natuurwet zegt op het einde van de zesde dag dat zijn werk klaar is. Over welke dag gaat het? Jehova God blaast ons de zesde de fantasie in door de neus. Jehova God doet zijn werk in de zesde dag.

2:5 Nu wordt het verhaal van Jehova God verteld. Nu viel geen enkele struik van het veld (Resultaat van de fantasie) en er ontsproot nog geen plant van het veld. Want Jehova god had het niet laten regen op aarde en er was geen mens om de aardbodem te bebouwen. (Er was geen water, er was geen traditie) (Betekenis Er zijn nog een resultaten van fantasie omdat wij nog geen fantasie hebben.)

2:6 Maar een nevel steeg geregeld op uit de aarde drenkte de hele oppervlakte van de aardbodem. Betekenis: Ook de waarnemingen van ons eigen lichaam gaan via het water, gaan via onze fantasie.

2:7 En Jehova god ging ertoe over de mens (onze fantasie) te vormen uit stof van de aardbodem (De natuurwetten uit hoofdstuk 1) En in zijn neusgaten de levensadem (fantasie) in te blazen en de mens werd een levende ziel. Betekenis. Uit de natuurwetten van hoofdstuk 1 vormt Jehova God een geraamte voor de fantasie. Het weke gedeelte vullen we zelf in met traditie. (Het water) Traditie: Er is een dorp met een bakker die geen aardbei vlaai bakt. De mensen vinden het lekkerder de aardbei op een snee witbrood te doen. Dat is traditie. Er is een dorp waar de bakker wortel vlaai maakt. Die verkoopt hij heel veel. De mensen vinden die lekker. Dat is traditie. Waarden en normen zijn onderdeel van onze traditie. (Het water).

2:8 Voorts plantte Jehova God een tuin (Een dorp) in Eden. (De econome groter als het dorp) Er dient maar een hof te zijn. De economie groter als het dorp dient een te zijn.

2:9 Zo liet Jehova uit de aardbodem (de werkende natuurwet) Allerlei geboomte (Boom het geestelijk leven van de mens.) ontspruiten. Begeerlijk voor het gezicht en goed tot voedsel. (Geestelijk voedsel.) En ook de boom van het leven. (Het geestelijk leven) in het midden van de tuin. (Het geestelijk dorp) En de boom van de kennis van goed en kwaad. (Met braaf en stout passen we het gedrag van dieren, die geschikt zijn voor huisdier, aan naar onze wensen. Het natuurlijk gedrag van het dier wordt dan dood gemaakt.) De vrucht van de boom van goed en kwaad mogen we niet tot ons geestelijk voedsel maken.

2:10 Nu kwam er vanuit Eden een rivier (De stroom van traditie) om de tuin te drenken. (Het geestelijk leven van het dorp heeft als voedsel de traditie) En van hieruit splits de rivier (De traditie) zich in vier hoofdtakken.

2:11 De naam van de eerste is Pison. Deze omstroomd het hele land Havila. Waar goud is.

2:12 En het goud van dat land is goed. Daar is ook het bdellumlhars en de onyxsteen.

(Verschillende vertaling door elkaar gehutseld dan staat er. De economie groter dan het dorp dient een organisatie te zijn. Het goud is eigendom van de organisatie dus niet van personen. Het dorp heeft een eigen economie. Een eigen organisatie. Het goud dient bezit te zijn van het dorp dus niet van personen. Het inkomen van ieder mens is het lid zijn van een dorp. En is voor iedere mens gelijk. Het inkomen van een mens wordt niet persoonlijk bezit. Het blijft eigendom van het dorp. De persoon heeft het in beheer. Als een persoon een grasmaaier koopt is die van het dorp. De persoon heeft hem onder beheer.)

2:13 En de naam van de tweede rivier is Gihon.  Deze omstroomd het hele land Kusch. (Deze traditie is het geestelijk voedsel voor her dorp)

2:14 En de naam van de derde rivier is Hiddekel deze loopt naar het oosten van Assyrië. (Deze traditie is de geestelijke voeding voor de wijk) En de vierde rivier is de Eufraat. (Deze stroom is de geestelijke voeding voor de put)

2:15 Jehova God nam nu de mens en plaatsten hem in de tuin (het geestelijk dorp) van Eden om die te bebouwen en er zorg voor te dragen.

2:16 En Jehova God legde de mens ook het volgende gebod op: Van elke boom in de tuin moogt gij dat verzadiging eten. (De vrucht tot geestelijk voedsel maken)

2:17 maar wat de vrucht van goed en kwaad betreft U mag daarvan niet eten Want op de dag dat gij daarvan eet zult U beslist sterven.  (Het samenleven zal dood zijn)

2:18 Verder zei Jehova God het is niet goed dat de mens alleen blijft ik zal een hulp voor hem maken als zijn tegenhanger.  (De persoonlijke fantasie. Er is maar een fantasie gemaakt.)

2:19 Nu vormde Jehova God uit de aardbodem (De geestelijke aardbodem) al het wild gedierte van het veld en elk vliegend van de hemel en vervolgens bracht hij hen tot de mens om t zien hoe hij elk daarvan zou noemen en zoals de mens die dan noemde, elke levende ziel dat was zijn naam. (Namengeven, dat houdt ook in eigenschappen toekennen.)

2:20 De mens gaf dus namen aan alle huisdieren en aan de vliegende schepselen van de hemel en aan het wild gedierte van het veld Doch voor de mens werd geen hulp gevonden als zijn tegenhanger. (Tegenhanger een evenwicht vormen) (Er is geen dier dat de menselijke gevoelens met menselijke gevoelens kan beantwoorden)

2:21 Daarop deed jehova een diepe slaap op de mens vallen, en terwijl hij sliep, nam hij een van zijn ribben en sloot toen het vlees over die plaats toe. (Hij nam een deel van het geraamte van de fantasie)

2:22 Daarna bouwde Jehova God de rib die hij uit de mens had genomen om tot een vrouw en bracht haar tot de mens. (Hij maakt van de rib een geraamte)

2:23 Toen zie de mens: Dit is eindelijk been van mijn gebeente. (Een geestelijk geraamte zoals mijn geestelijk geraamte.) En vlees van mijn vlees. (Geestelijk vlees van mijn geestelijk vlees.) Deze zal mannin genoemd worden omdat hij uit de man werd genomen.

2:24 Daarom zal een man (De fantasie van zijn) vader en moeder verlaten en hij moet zich hechten aan (De fantasie) zijn vrouw. En zij moeten een vlees worden. (Ze moeten een Persoonlijke traditie vormen)

2:24 En zij bleven beiden (Geestelijk, hun fantasie) naakt en toch schaamde zij zich niet.

Dit is het einde van hoofdstuk 2.

Zo zijn wij mensen aan het einde van de zesde dag op aarde gezet.

1 Ons lichaam geschapen door de scheppende natuurkracht.

2 Onze fantasie geregeld door Jehova God. Dus ook aan het einde van de zesde dag.

Hoofdstuk 1 en 2 vormen een verhaal.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.