Genesis 1 schepping van het lichaam

Door Haraelmans gepubliceerd op Friday 05 August 00:06

Genesis hoofdstuk 1 schepping van ons lichaam

Hoofdstuk 1+2 hoe zijn wij als mens op aarde gezet?  Het is niet mijn bedoeling mooi te schrijven, maar een mooie gedachte overbrengen: Wereldvrede is mogelijk als we dat als mensheid willen. Met het logisch van een automonteur. Verwacht dus niet een leger van luchtfiguren die de ongelovige komen uitmoorden. Een leger van hellemonsters komt ook niet tevoorschijn. Ook niet een automotor waar een duivel in zit. Later wel een stem van de offerschaal.

Hoofdstuk 1 We worden door de werkende natuurwet geschapen. De zesde dag zijn we klaar. De werkende natuurwet gaat in rust.

Hoofdstuk 2 We krijgen onze fantasie. In de zesde dag. Gelijk met het lichaam.

Smurfen bestaan niet maar ze zijn wel blauw. Hebt U al eens een rode smurf gezien? Een groene? Zie ik wat grijs wegschieten ik dacht een smurf maar ik heb niet duidelijke kunnen zien of het een smurf was. Allemaal muizenmissen.

 

Genesis het eerste hoofdstuk

1:1 In het begin van de start plande de natuurwet een ruimte voor het leven. De aarde met daaromheen als een bal de dampkring, de lucht. En de natuurwet gaat het zo laten ontstaan.

1:2 De aarde was zo heet dat hij vloeibaar was. Hij was omhuld met een laag water.  Een laag water die als een bal omhuld. Het was duister. De aarde was niet zichtbaar. De natuurkrachten van de dode materie zijn werkzaam.

1:3 De natuurwet bracht de aarde in het licht. Afwisselend in het licht en in het donker.

1:4 De natuurwet zag dat het licht goed was. De natuurwet liet ontstaan een scheiding tussen het licht en het duister.

1:5 De natuurwet noemde het licht voortaan dag. Maar de duisternis noemde hij nacht. Het werd licht en het werd duister het eerste tijdperk.

Het tweede tijdperk. Dinsdag.

1:6 Verder liet de natuurwet ontstaan. Het aardoppervlak zal een scheiding vormen in het water. En een scheiding met het water in de dampkring.

1:7 Er zal water zijn in het aardoppervlak en het water op het aardoppervlak. En het werd zo. (Heel het aardoppervlak bevindt zich onder water.) (Water in de dampkring?)

1:8 De natuurwet noemt het uitspansel voortaan hemel. Laten we de algemene gebruikte benaming handhaven dan wordt de verwarring opgelost. De natuurwet zag dat de natuurwetten voor de waterhuishouding goed zijn. Het werd duister en het werd licht.

Het derde tijdperk. Woensdag.

1:9 Verder liet de natuurwet diepe gaten in het aardoppervlak ontstaan waarin het water van het aardoppervlak zich verzamelt. Het droge land wordt zichtbaar. En zo is het ontstaan.

1:10 En de natuurwet noemde het droge lande voortaan aarde. Maar de verzamelingen van het water noemde hij zeeën.  De natuurwet zag dat de natuurwetten voor dode materie goed zijn en maakt ze vaststaand.

(We hebben water onder het aardoppervlak. Het grondwater. We hebben water op het aardoppervlak. Het oppervlaktewater. We hebben water boven het aardoppervlak. De dampkring. Dat wordt onbegrijpelijk vertaald.)

 

1:11 De natuurwet plande, de plantengroei.

1:12 De natuurwet laat het zo ontstaan. Op de aarde ging gras groeien. Zaaddragende planten groei en vruchtbomen die vrucht opleveren naar hun soort. Waarvan het zaad erin is naar soort.

1:13 De natuurwet ziet dat de natuurwet voor de plantengroei goed is en maakt hem onveranderlijk. Donker en licht het volgende tijdperk

 

Het vierde tijdperk. Donderdag.

1:14 De natuurwet plande, zon maan en aarde op vaste plaatsen ten opzichte van elkaar. En ze dienen tot het vaststellen van de vaste tijd van de dagen. De maanden. De jaren. De tijdperken.

1:15 En de natuurwet liet het zo ontstaan. Het grote licht overdag. Het kleine licht in de nacht. Dag en nacht krijgen vaste tijden. De maan(d) krijgt vaste tijden. Het jaar krijgt vaste tijden.

1:1111 Het licht en donker wordt niet geschapen. Dat is eerder gebeurd. De huishouding van het licht en donker op aarde wordt geschapen.

(De vaste tijdhoeveelheden tijd die we kennen. De dag. De maand. Het jaar. De teleenheid 6. Genesis kent 6 dagen. Volgens Genesis moet de week 6 dagen hebben. Genesis heeft geen zevende dag.

 

1:19 En de natuurwet zag dat de natuurwetten voor licht en donker goed zijn en maakt ze onveranderlijk. Nacht en morgen.

Het vijfde tijdperk. Vrijdag.

1:20 De natuurwet plande de vissen en vogels. De natuurwet laat het zo ontstaan.

1:21 De natuurwet liet ontstaan. De vissen en alles wat in het water zwemt.

1:22 De vogels die door de lucht vliegen, niet erboven. En alles wat door de lucht vliegt.

1:23 De natuurwet zag dat de natuurwetten voor vissen en vogels goed zijn en maakt ze onveranderlijk.

Het zesde tijdperk. Zaterdag.

1:24 De natuurwet plande dieren en dieren die geschikt zijn om er huisdieren van te maken op aarde en de mens. De natuurwet laat het zo ontstaan.

1:25 De natuurwet zag dat de natuurwet voor de dieren goed was.

1:26 De natuurwet plande ons mensen en gaat het zo maken. De mens lijkend op de natuurwet die plannen maakt en laat ontstaan. Lijkend op. Dat houdt in het is niet hetzelfde. Als iets op een auto lijkt betekend dit het is geen auto. Wij mensen hebben niet de scheppende kracht die de natuurwet van de plannen en laten ontstaan heeft. Onze scheppende kracht bestaat erin dat we met de natuurwetten kunnen werken.

1:26 Voor planten geldt als basis de natuurwet van de dode materie.

1:26 voor dieren en huisdieren geldt als basis de natuurwet van de planten.

1:26 Voor ons mensen geldt als basis de natuurwet van de dieren.

1:27 Nu is de natuurwet van het plannen en laten ontstaan klaar. Er worden geen natuurwetten meer gepland. Er ontstaan geen nieuwe natuurwetten meer. De scheppende natuurwet maakt alles vaststaand. De natuurwetten kunnen niet veranderd worden. De scheppende natuurwet gaat in rust. De wereld die we nu hebben, de natuurwetten is het werk van de scheppende natuurwet. Over de scheppende natuurwet weten we niets. Dat is ook niet nodig.

1:28 We hebben dus de aarde die nu is. De schepping is niet voltooid. O nee. We zijn er alleen als basis. Als lichaam. We hebben nog geen fantasie.

In hoofdstuk 2 komt een andere scheppende kracht Jehova god en die geeft ons fantasie, ons geestelijk leven. Hij werkt ook in de zesde dag gelijk met de scheppende natuurkracht.

Het eind van hoofdstuk 2 is ook het einde van de zesde dag. De twee hoofdstukken staan zelfstandig als een geheel. Ze horen bij het verhaal van genesis maar met een afsluiting met een afsluiting.

 

Genesis hoofdstuk 2 de fantasie volgt.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.