Staal ontwikkeling in de bouw

Door Safwat gepubliceerd op Saturday 02 July 00:17

Staal ontwikkeling in de bouw: Door Bouwkundige keuring Utrcht:

Normaliserend walsen:
Het walsen van een stuk staal gebeurt in een aantal walsgangen bij een temperatuur van ongeveer 1100 graden C. Bij normaliserend walsen wordt de laatste vervorming uitgevoerd bij een relatief lage temperatuur. Er ontstaat een material met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van normaalgloeiend staal.

Thermomechanisch walsen:
Bij thermomechanisch walsen wordt volgens bouwkundige keuring Utrecht de laatste vervorming bij een ‘lage’ temperatuur van net boven 723 graden C uitgevoerd. Hierdoor word teen materiaaltoestand  verkregen met bepaalde eigenschappen die niet door een warmtebehandeling alleen kunnen worden bereikt.
Thermomechanisch gewalst constructiestaal heeft behalve een relatief lag gehalte aan legeringselementen en een lag koolstofgehalte teven een fijne korrelstructuur. Hierdoor is het beter lasbaar dan staalkwaliteiten die vergelijkbare mechanische eigenschappen op een andere wijze hebben verkregen, bijvoorbeeld door alleen legeren.

MATERIAALEIGENSCHAPPEN:
In de staalfabriek worden de materiaaleigenschappen in twee opeenvolgende fasen beinvloed. Tijdens de staalbereiding – in de oven en/of de convertor – wordt de chemische samenstelling bepaald. Uitgaande van de chemische samenstelling worden de mechanische eigenschappen verbeterd tijdens het walsen. Dit roept vragen teken op zegt bouwkundige keuring Utrecht. Een mogelijke nabehandeling om ook daarna de mechanische eigenschappen nog te beinvloeden is het gloeien.

Kristalrooster:
In vloeibare vorm bewegen ijzeratomen zich vrij door elkaar. Wanneer het staal afkoelt, komt het in vaste vorm waarbij de atomen dicht op elkaar komen te staan (zich ordenen) in een kristalrooster. Afhankelijk van de temperatuur en de aanwezigheid van andere atomen, zoals koolstof, vormt zich ferriet of austenite.
Bij ferriet vormen negen ijzeratomen zich gecentreerd in kubische vlakken.
Constructiestaal, dat ongeveer 0,2% koolstof bevat en minieme hoeveelheden andere elementen, is bij kamertemperatuur ferritisch. Tusssen het rooster van ijzeratomen kunnen koolstofatomen een plaats vinden.

Feeriet:

Bij ferriet is daarvoor meer ruimte beschikbaar dat bij austenite. De vorm van de holten tussen de atomen bij ferriet is echter zodanig dat koolstofatomen er moeilijk in passen; in austenite gaat dat veel beter. Koolstofatomen die niet in het ferriet- of austenietrooster passen vormen cementiet. Bij constructiestaal is altijd een zekere hoeveelheid cementiet aanwezig; het is sterk, hard en bros. De hoeveelheid cementiet
 en de verdeling in het matriaal beinvloeden in belangrijke mate de sterkte en de taaiheid van het staal.  Meer weten? op bouwkundige keuring Utrecht vindt u meer.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.