Dilemma 3

Door Harlinger gepubliceerd op Tuesday 21 June 06:43

 

 

0abd913dadecf89d78ce4c78c86de992_medium.

Dilemma   3              

 

Inspecteur Petra Stinstra, door haar collega’s ook wel ‘Struise Petra’ genoemd vanwege haar opvallende verschijning, zit wat onwennig achter haar vertrouwde  bureau om zich uit te kijken. Een maand geleden is de Afdeling Ernstige Delicten naar een wederom tijdelijke locatie verhuisd. Sinds anderhalf jaar is ze groepschef van de Unit. Voor het uitsluitend uit mannen bestaande team is het eerst wel even wennen geweest om een vrouw als groepschef te krijgen. Hun twijfels waren als sneeuw voor de zon verdwenen, toen bekend werd dat hun afdeling zou verhuizen. Vol vuur en als een ‘rots in de branding’ is Petra vanaf het eerste moment dat ze teamchef is, naast ‘haar team’ blijven staan, zich daarbij niets aantrekkend van wat van hogerhand bedacht is. Door deze opstelling heeft ze al heel snel het volledige vertrouwen van haar team weten te winnen. Maar ondanks haar luide protest was het haar helaas niet gelukt de verhuizing tegen te houden. Aanvankelijk had ze zich erbij neergelegd, tot  ruim een maand geleden. Terwijl Petra en haar team midden in het moordonderzoek op Maartje Visser zaten, was het bericht gekomen, dat de verhuizing op korte termijn plaats zou vinden. Bij Petra was het ‘de stoom uit de oren’ gekomen. Op niet mis verstane wijze had ze haar ongenoegen kenbaar gemaakt. Dat kon er ook nog wel bij. Ze had kort daarvoor van haar leidinggevende te horen gekregen, dat ze vanwege onderbezetting bij de recherche tijdens de zomervakantie periode drie teamleden in moest leveren. Daarbij kwam ook nog, dat men haar fijntjes laten doorschemeren, dat ze maar weinig vooruitgang met het moordonderzoek had geboekt. Die opmerking had haar politie ziel diep geraakt. Het had maar weinig gescheeld, of een gevoel van enorme woede had bijna doen exploderen. Net op tijd had Petra zich weten te beheersen. Met opgeheven hoofd en vernauwde maar priemende blik, had ze zonder iets te zeggen de kamer van haar meerdere verlaten. Het is haar bekend dat diegene die de opmerking had geplaatst, niet bepaald gecharmeerd is van vrouwen bij de politie, om het nog maar niet te hebben over  vrouwelijke leidinggevenden. Waar het maar enigszins kan zal die knuppel het niet nalaten haar dwars te zitten, zo weet ze inmiddels. Maar dan kent hij Petra Stinstra nog niet. Zou dat namelijk wel het geval zijn geweest, dan zou hij het wel nagelaten hebben om haar op deze wijze te bejegenen. Dan zou hij er pas echt achterkomen, dat ze meer is dan een uit de Friese klein getrokken boerentrien..  

Het schelle geluid van de telefoon op haar bureau doet Petra uit haar overpeinzing opschrikken. Waarschijnlijk heeft ze wat afwezig gereageerd toen ze de telefoon opnam. Nadat ze te horen had gekregen dat het een telefoontest betrof, heeft ze hoorn geïrriteerd neergelegd. Ze ziet de drie verhuisdozen vol met ordners van het moordonderzoek op Maartje Visser, voor haar bureau op de grond staan. Ze heeft de ordners ternauwernood uit de handen van de verhuizers weten te redden. Er is haar toegezegd dat vandaag, maandag, een extra kast geleverd zal worden, waar de ordners dan eindelijk veilig in opgeborgen kunnen worden. Sedert de verhuizing naar dit gehuurde onderkomen op de tweede etage van een halfleeg staand kantoorpand in het centrum van de stad is het steeds ‘grabbeltonwerk’ geweest om bij de nodige informatie te komen. Het zal haar benieuwen of de extra kast inderdaad komt. Petra heeft zelfs voor een eigen kamer moeten knokken. En wat nog het meest irritante aan de verhuizing is, dat het twee weken heeft geduurd eer er gebruik van het computersysteem gemaakt kon worden. Vanaf het begin van de reorganisatie naar een Nationale Politie is haar vertouwen in een goede afloop met sprongen achteruit gegaan. Ze laat geen gelegenheid onbenut, om haar zorgen en afgrijzen over de gang van zaken rond de reorganisatie uit te spreken. Ondanks haar aanhoudende kritiek vinden haar collega’s binnen het managementteam haar geen ‘zeurmuts’. In tegendeel zelfs. Petra staat bekend als een ‘kanjer’ van een collega, die voor haar team door het vuur gaat. Dat ze daarbij vroeg of laat het risico loopt,om met de korpsleiding in aanvaring te komen  boeit haar absoluut niet. Ze is bij de politie gegaan met een missie. En daar is ze al meer dan vijftien jaar vol passie mee bezig. Daar hoort het, in haar beleving, tevreden en te vriend houden van een Korpsleiding niet bij.

Petra strijkt met haar beide handen haar weelderige donkerblonde haardos,die tot op haar stevig en fraai gevormde schouders reikt,achterover. Ze vraagt zich af, wat ze deze maandag het eerst zal doen, starend naar een verhuisdoos met persoonlijke spullen, die naast haar bureau op de grond staat. Eerst zal ze de inhoud maar eens in haar bureau opbergen. Als ze het eerste stapeltje persoonlijke spullen uit de verhuisdoos pakt om die vervolgens in de onderste bureaulade te leggen, ziet ze de map ‘vakantie’ liggen.

Ze was bezig geweest de eerste spullen voor haar vakantie op het logeerbed uit te stallen, toen haar mobiele telefoon afging. Amper een uur na dat telefoontje,parkeerde Petra haar auto in de nabijheid van het opgegeven adres. Voor haar vertrek  had ze zich snel omgekleed en zich niet alleen van haar vrijetijdskleding, wat ze op dat moment droeg, maar ook van haar vakantiegevoel ontdaan. De vrijetijdskleding had ze geïrriteerd naast haar klaargelegde vakantiespullen op het logeerbed gesmeten. Omdat het misdrijf midden in de vakantieperiode gepleegd was, en veel recherchecollega’s op vakantie waren,was het een hele toer om voldoende mensen bij elkaar te harken. En aangezien beschikbare teamleiders op dat moment al helemaal schaars waren, was haar verzocht om de vakantie uit te stellen. Haar partner Manon,waar ze al meer dan tien jaar mee samen woont,was niet blij geweest. toen Petra haar tussen de werkzaamheden door had gebeld, om haar te vertellen, dat ze niet mee naar Turkije kon. Ze hadden zich beiden er zo op verheugd om vijftien dagen van de Turkse natuur en warmte te genieten. Manon was ook wel aan vakantie toe. Als Forensisch Psychiater bij een grote GGZ instelling heeft zij ook een pittige baan. Toch hadden ze niet voor een dilemma gestaan. Petra niet, door aan het dringend verzoek gehoor te geven om ten behoeve van het moordonderzoek haar vakantie uit te stellen, en Manon niet,om dan ook maar thuis te blijven,en niet zonder Petra op vakantie te gaan. Die schat.

                                                           *

‘Wat is er met jou aan de hand? Wat klink je vreemd’, had Nellie gevraagd, toen Pieter haar  vrijdag had afgebeld. Hij heeft een griep voorgewend, en heeft het gesprek met zijn vriendin kort gehouden. Zo’n geweldige prater is hij toch al niet. Bovendien had hij geen zin gehad om Nellie uitvoerig te vertellen wat er met hem aan de hand is. Het is zelfs onmogelijk om daar iets over te zeggen. Nellie is nergens mee op de hoogte. Alleen hij, Pieter, weet alles. Ze hebben elkaar destijds in een psychiatrische kliniek op de Veluwe ontmoet, waar ze beiden opgenomen waren. Inmiddels alweer ruim drie jaar geleden. Na een verblijf van vier maanden mocht Nellie met ontslag. Pieter volgde een maand later. Vanaf dat moment hebben ze contact met elkaar gehouden. Inmiddels is dat contact uitgegroeid tot een soort LAT relatie. Pieter gaat om de veertien dagen een weekend naar Nellie toe, die zelf in de kop van Overijssel woonachtig is. Nellie, die tien jaar ouder is, heeft hem al meerdere keren gevraagd om ook eens bij hem te mogen logeren. Zij weet niet waarom hij dat steeds weet af te houden Ze zou eens moeten weten?

De afgelopen nacht heeft Pieter slecht geslapen. Zijn gedachten tolden alsmaar over elkaar heen. Rusteloos had hij in zin bed liggen woelen en draaien. Hoe had zijn baas het kunnen bedenken om juist hem die opdracht te geven? Hij beseft dat die gedachte niet reëel is. Zijn baas weet immers ook niet wat er allemaal voorgevallen is? Zou hij dat wel hebben geweten dan zou hij hem zeker niet….Met het lood in de schoenen is Pieter vanochtend naar het opgegeven adres gegaan. Hij vraagt zich af, of die Irma van dat notariskantoor gemerkt heeft, dat hij zo gespannen was. Ze heeft zijn zweetdruppels zeker opgemerkt. Maar ook, dat hij veel langer boven dan beneden bezig is geweest. Toen hij boven bezig was, overviel hem een vreselijke vermoeidheid. Hij kon bijna niet meer. Vandaar dat hij de verleiding niet heeft kunnen weerstaan om even op een van de bedden te gaan liggen. Hij mocht niet in slaap vallen, al was die kans heel klein. Daar was hij veel te gespannen voor. Tijdens zijn verblijf in het bed had hij reeds aantekeningen gemaakt met betrekking tot de inventaris beneden in de woonkamer. Het was die Irma blijkbaar opgevallen dat hij wel erg snel klaar was. Met een gevoel van grote opluchting had hij de woning verlaten. Hier zou hij nooit, maar dan ook nooit meer terugkeren. Hij zou proberen te regelen dat zijn collega’s de eigenlijke verhuizing zouden gaan doen. Maar hij niet. Desnoods zou hij zich wederom ziek gaan melden. Op het bedrijf terug gekomen had hij alle gegevens in de pc ingevoerd en de kostenberekening gemaakt. Hij had mazzel dat zijn baas twee dagen naar het buitenland was. Tijdens het computerwerk heeft Pieter zich toch bedacht. Hij is helemaal stuk, en heeft het gevoel dat zijn hoofd elke moment uit elkaar barst. Na zijn werkzaamheden heeft hij zich bij Hennie ziek gemeld, en maar gezegd dat het nog niet lukte om te werken. Ze heeft hem heel veel beterschap toegewenst, en hem zelfs complimenten gegeven, voor het feit,dat hij toch nog was gekomen, ondanks dat hij zich nog steeds niet fit voelde.

De afgelopen tijd heeft Pieter tijdens het samenzijn met Nellie,verschillende momenten gehad om haar alles te vertellen. Hij heeft het afschuwelijke ogenblikken gevonden. Het gebeurde meestal als ze dicht tegen elkaar in bed lagen,en Nellie hem zacht en liefdevol streelde. Die keer had hij er alles uit willen gooien. Nellie had toen zijn plotseling veranderde gelaatsuitdrukking opgemerkt. Ook had zij enkele tranen in zijn ogen waargenomen. Pieter had zich toen uit haar innige omarming los geworsteld en was onder het mom van ‘nodig naar het toilet te moeten’,uit bed gestapt. Na een poosje daar te hebben gezeten,tot hij zichzelf weer enigszins onder controle had, was hij weer in bed gestapt. Nellie had hem zonder iets te vragen vervolgens in haar armen genomen,en zijn hoofd zacht tegen haar borsten had gelegd.

                                                           *

Petra klapt de ordner, genummerd B3, dicht. Stijf geworden van het lange zitten staat ze uit haar bureaustoel op. In diepe gedachten verzonken loopt ze naar het raam, en kijkt  naar buiten, waar het drukke verkeer beneden op de kruising een weg probeert te vinden. Laat de nieuwe werkplek dan niet echt ideaal zijn,het uitzicht is wel heel fraai. Het carillon in de toren slaat twaalf uur. Met haar vingers masseert ze haar slapen. Ze heeft zich de voorbijgegane uren bezig gehouden met het doorspitten van de met name de getuigenverklaringen,op zoek naar  verborgen aanwijzingen, die ze misschien over het hoofd hebben gezien. Petra moet er niet aan denken dat de moord op Maartje Visser als onopgelost in het archief zou verdwijnen, om vervolgens over een aantal jaren door het Coltcase team weer uit het stof te worden gehaald. Twee maanden aan een moordzaak werken zonder een steek verder te zijn komen, is geen prettige gedachte. Na drie teamleden ingeleverd te moeten hebben, is ze zich  meer dan te doen gebruikelijk,met het onderzoek gaan beziggehouden. Het is wellicht geen verstandige zet van haar geweest, door zich persoonlijk met de zaak te bemoeien. Op die manier zou ze volgens de geldende protocollen minder goed in staat zijn om haar team aan te sturen. Ze vertrouwt onvoorwaardelijk op haar team, die zonder enige uitzondering uit zeer ervaren rechercheurs bestaat. Daarom voelt ze zich ook niet bezwaard.

In overleg met haar team, heeft Petra zelf het getuigenverhoor van Stientje, de huishoudelijke hulp van Maartje Visser, gedaan. Uiteindelijk is het zij geweest, die de bewuste maandagochtend ‘haar mevrouw’ , zoals ze Maartje Visser noemde, levenloos in haar woning heeft aangetroffen. Gelet op de labiele geestelijke toestand waarin Stientje toen verkeerde, heeft Petra een paar dagen met het eerste verhoor gewacht. Vervolgens heeft ze de vrouw de eerste keer in haar woning verhoord. Dat verhoor was op zich wel goed verlopen. Wel was het Petra opgevallen,dat Stientje trilde als een blad aan de boom, wat eigenlijk ook niet verwonderlijk was, na wat zij mee heeft moeten maken. Maar als Petra haar veertien dagen later opnieuw, en nu aan het bureau,verhoort, is ze toch wel verbaasd, dat Stientje nog steeds bibberend met een koffiebeker in haar handen geklemd, tegenover haar zit. Er was iets in de houding van Stientje, wat Petra niet kon duiden. Iets wat haar niet beviel. Maar wat? Daar had zij op dat moment ook geen antwoord op. Heeft Stientje geheimen? Kent ze misschien mensen, die Maartje regelmatig bezochten,en waarvan de politie nog niet op de hoogte is? Tot nu toe is Stientje de belangrijkste getuige. Het uitgebreide buurtonderzoek heeft niets bijzonders opgeleverd. Maartje had geen familie in Nederland wonen. Petra hoopt in stilte dat ervan de zijde van het notariskantoor misschien   bruikbare informatie komt ? Hoe komt het toch, zo vraagt ze zich af, dat haar gedachten steeds weer bij Stientje uitkomen? Zij was tot na de dood van haar ‘mevrouw’ de enige gemachtigde voor Maartje Visser voor wat al haar bankzaken betreft, inclusief haar spaarrekeningen, waar een aanzienlijk bedrag op stond. Vanaf het overlijden tot het moment dat de bankrekeningen geblokkeerd werden is er geen geld opgenomen.

Als door een wesp gestoken schiet Petra bij het raam, waar ze nog steeds stond,vandaan, ploft in haar bureaustoel neer en grijpt de ordner die ze die ochtend helemaal doorgespit heeft. Ze begint als een bezetene de ordner door te bladeren. Als ze gevonden heeft, of liever gezegd wat ze die ochtend niet tegengekomen is, slaat ze de beide handen voor haar gezicht. Een gevoel van woede, diepe schaamte en ernstig zelfverwijt maakt zich van haar meester. Hoe heeft dit toch kunnen gebeuren? Dat zij, Petra,meer dan twintig jaar werkzaam bij de politie met ruim vijftien jaar recherche ervaring, en sinds anderhalf jaar teamleider heeft een beginnersfout van een rechercheur in opleiding over het hoofd gezien. Wordt vervolgd.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.