Het machtspel: Hfdst 2: De akelige ontdekking

Door Nature gepubliceerd op Saturday 28 May 20:02

Hoofdstuk2 De akelige ontdekking

 

Die ochtend werden Lisas ouders al vroeg wakker. Ze waren nogal zwijgzaam terwijl ze naar de woonkamer liepen om gezamenlijk te ontbijten. Haar man ging vandaag weer naar zijn werk en daar was zijn vrouw heel blij om, want nu wilde ze niets liever dan even alleen te zijn met haar dochter wat al heel lang geleden was. Toen haar man zijn ontbijt eindelijk ophad stond hij op en liep zonder zijn vrouw ook maar een blik waardig te gunnen naar de hal, pakte zijn jas van de kapstok en verdween uit het zicht. Zij echter bleef aan tafel zitten en verroerde zich lange tijd niet. Opeens moest ze aan Lisa denken. Ze lag nog altijd in haar bed niet-beseffend dat ze vandaag weer naar de les moest. Toen ook zij haar ontbijt ophad stond ze op, liep voorzichtig de trap op, waarna ze op de overloop van haar slaapkamer bleef staan. Opeens begon ze te twijfelen en wist ze niet zeker ofdat ze er goed aan zou doen om Lisas kamer binnen te dringen. Uiteindelijk nam ze een besluit en deed ze de deur voorzichtig open alsof ze bang was dat ze aangevallen zou worden zodra ze een voet over de drempel zou zetten Maar dat gebeurde gelukkig niet. Ze stapte de drempel over en bekeek het tafereel in Lisas slaapkamer heel aandachtig, waarna ze achteruitdeinsde totdat ze met haar rug tegen de muur stond. Lisa lag op bed te midden van een diepe plas donkerrood bloed dat een metaalachtige geur door heel de ruimte verspreidde. Naast het bed lag  een enorme hoeveelheid glasscherven. Ze draaide zich om, stormde de kamer uit, waarna ze de telefoon pakte om haar man en de politie te bellen. Haar man echter nam niet op. Verdomme: siste ze tussen haar opelkaargeklemde tanden. Waarom neemt hij in hemelsnaam niet op? Ze legde de hoorn weer op de haak, nam die weer op en toetste het nummer van de politie in. Het duurde echter een tijdje voordat er werd opgenomen. Ze legde  op rustige toon hoewel  ze zich allesbehalve rustig voelde aan de dienstdoende telefoniste uit wat er gebeurd was. Haar lichaam trilde van top tot teen terwijl ze haar huisadres opgaf. We sturen zo snel mogelijk een paar’ agenten: zei ze op geruststellende toon, waarna ze de verbinding verbrak. Haar hart bonsde luidkeels in haar keel, zodat ze bijna geen adem meer kon halen. Ze liep langzaam naar de woonkamer waar ze weer plaatsnam aan de ontbijttafel. Na minstens tien minuten gewacht te hebben hoorde ze in de verte het geluid van loeiende sirenes, die al snel dichterbijkwamen. Ze stond op en liep met bonzend hart naar de voordeur, deed die open en wachtte de agenten op. Ze liepen naar binnen en gaven haar een hand. Waar ligt het slachtoffer? Boven: zei ze met een trillende stem. Ze liepen gezamenlijk de trap op, waarna ze bij Lisas slaapkamerdeur bleven staan. Ik denk dat het beter is dat u hier even op de gang blijft: zei de middelste agent op een nauwelijks hoorbare fluistertoon tegen haar. Ze knikte trillerig, waarna ze opzijstapte om de agenten door te laten. Ze stapten de kamer binnen waar ze geschrokken bleven staan om het afzichtelijke tafereel dat zich daarbinnen bevond aandachtig te bekijken. Dit ziet er allesbehalve aangenaam uit: zei de agent die als eerste de kamer betreden had. Bel de technische recherche voor vingerafdrukken: zei hij op bevelende toon aan zijn collega’s die hem toeknikte en snel de kamer verlieten om de rest van de garde op te trommelen. Na een tijdje verliet de agent de slaapkamer en liep naar de woonkamer waar zij aan tafel zat te snikken. De agent schraapte gewillig zijn keel en nam plaats naast haar, waarna ze opkeek en vroeg: Wat moet er nu gedaan worden? Er viel een uiterst pijnlijke stilte in de woonkamer. De kamer word afgesloten, en er word eerst op zoek gegaan naar vingerafdrukken, als die er zijn natuurlijk: voegde hij er enige tijd later aan toe. Er viel opnieuw een doodse stilte in de woonkamer.Wordt ik als eerste ondervraagt? Jawel: zei de agent op geruststellende toon. Maar ik heb niets misdaan! Hoe kan ik dat nu gedaan hebben terwijl ik sliep toen dat gebeurde? Er viel een doodse stilte in de woonkamer. Waar is uw echtgenoot? Op zijn werk: snauwde ze hem toe. Is hij al op de hoogte gebracht van de gebeurtenis? Nee, en eerlijk gezegd kan me dat op dit ogenblik maar weinig schelen. Opnieuw een stilte, een langere ditmaal en toen: Kan het zijn dat u iets voor ons verbergt mevrouw, iets wat wij in geen geval mogen weten? Of zie ik het verkeerd? Ik zie niet in waarom u het gevoel moet hebben dat ik iets verberg, ik sta namelijk niet toe dat ik in mijn huis zo behandelt word. Mevrouw we hebben op dit ogenblik geen andere keuze. Ik heb mijn man proberen te bellen, maar hij nam niet op. Wanneer hebt u uw echtgenoot proberen te bellen? Vlak voordat ik jullie op de hoogte bracht: zei ze op iets kalmere toon. Was er gisteren misschien iets voorgevallen waardoor uw echtgenoot vandaag zijn telefoon niet opnam toen u wilde bellen om hem te zeggen dat jullie dochter vermoord is? Hoe haal je dat in hemelsnaam in je hoofd om zoiets te vragen? Tenslotte weet u niets van de situatie af, en horen jullie er ook niets van te weten. Ben ik duidelijk? De agent keek haar geringschattend aan alvorens hij zijn keel schraapte en zei: Het is onze taak erachter te komen wat er precies gebeurd is. Het is tevens onze taak om erachter te komen wat de motieven van de dader zijn: voegde hij er enige tijd later aan toe. En dat kunnen we maar op één manier doen, namelijk door erachter te komen ofdat jullie betrokken partij zijn of niet. Je schijnt er goed over nagedacht te hebben: zei ze met enigszins trillende stem. Dat is nu eenmaal onze job mevrouw: zei de agent glimlachend. Na minstens een kwartier gewacht te hebben kwamen de mensen van de technische recherche eraan. Door al de commotie heb ik de kans nog niet gehad me voor te stellen. Ik ben inspecteur Jonas Jonasson: zei hij gebarend naar zichzelf. En dit is mijn collega Kurt Olafson: voegde hij er enige tijd later aan toe. In Lisas slaapkamer heerste er nu totale chaos, nu de technische recherche er aan het werk was. Dit ziet er allesbehalve fraai uit: zei Smets op vriendelijke toon toen Jonasson en zijn collega de kamer weer binnenliepen. Daar waren we het er ookal over eens: zuchtte hij. Er zijn nauwelijks vingerafdrukken te zien. Hebben jullie de patholoog-anatoom al gebeld? Dat heb ik al gedaan: zei Olafson. Prima: zei Jonasson, terwijl hij een tevreden blik op zijn collega richtte. Bel de fotograaf, we hebben foto’s van het slachtoffer nodig en liefst  zo snel mogelijk: zei Jonasson op bevelende toon. Olafson verwijderde zich van de rest om de fotograaf te bellen. Die arriveerde na tien minuten. Hij zette zijn aktetas neer, haalde er zijn dure fototoestel uit en schoot een paar plaatjes. Dat is dan ook weeral geregeld: zei hij op opgewekte toon. Je kunt de foto’s op z’n minst morgen verwachten Jonasson. Bedankt Jones, bedankt dat je zo snel wilde komen. O dat is met veel plezier gedaan inspecteur: zei Jones glimlachend. Stuur de foto’s maar op zodra ze klaar zijn. Jonasson verliet de kamer en liet de fotograaf uit waarna hij weer naar de plaats delict liep. Eigenlijk zijn er totaal geen vingerafdrukken in deze kamer te bespeuren: zei Smets verbijsterd.  Toen hij Jonasson weer in het oog kregen die berg glasscherven naast het bed vind ik ook maar een vreemd raadsel: voegde hij er na een korte stilte aan toe. Jij bent niet de enige: zei Jonasson die even perplex leek als zijn collega van de technische recherche. Maar neem die glasscherven maar mee voor nader onderzoek: zei hij op bevelende toon. Dat was ik al van plan te doen: zei Smets terwijl hij naar zijn baas glimlachte. Ik ruim die troep wel op zodra jullie hier weer weg zijn. Jonasson draaide zich om en keek zijn collega recht in de ogen. Kom we moeten de patholoog-anatoom hartelijk ontvangen: zei hij en hij deed teken dat Olafson hem moest volgen naar de woonkamer, waar de moeder van het slachtoffer nog altijd aan de tafel zat met haar hoofd rustend op haar beide armen die vlak voor haar op tafel lagen. Ik hoop dat je intussen wat hebt kunnen nadenken over hetgeen ik een tijdje geleden tegen u gezegd heb: zei Jonasson op vriendelijke toon terwijl hij haar scherp in de gaten hield terwijl hij dat zei. De vrouw zuchtte diep alvorens ze haar blik op inspecteur Jonasson richtte en zei: Ik heb er iets of wat over kunnen nadenken, maar of het mij en u zou helpen de dader of daders te vinden die daarvoor verantwoordelijk zijn weet ik niet zo zeker: voegde ze er na een korte stilte aan toe. Dat had ik ook niet direct van u verwacht mevrouw: zei < Jonasson op vriendelijke toon. Er viel opnieuw een doodse stilte in de woonkamer. Na een tijdje werd die verbroken door de stem van Jonach Smets die hem vanuit Lisa’s slaapkamer toeriep dat zijn werk erop zat, en dat het tijd voor hem was om weer naar zijn werk te gaan.

Na minstens een kwartier gewacht te hebben arriveerde eindelijk de patholoog-anatoom. Jonasson stond op om de kaalgeschoren man te ontvangen en die naar het slachtoffer te brengen. In die tussentijd bleef ze aan de tafel zitten, maar huilen deed ze niet, want daar was de schok veel te ernstig voor. De patholoog-anatoom boog zich voorover en bestudeerde het lijk aandachtig. Dit ziet er niet goed uit: zei hij met op elkaargeklemde kaken. Dat hadden we intussen ookal kunnen vaststellen: zei Jonasson op scherpe toon. Zo op het eerste zicht is er bijna niets te zien, behalve dat ze veel bloed verloren heeft, en dat is waarschijnlijk de doodsoorzaak. Tijdstip van overlijden? Zo aan de temperatuur en het bloed te oordelen tussen vier en zes uur ’s ochtends: zei de patholoog-anatoom op kalme toon. Voor nader onderzoek moet ik het slachtoffer meenemen, want daar heb ik zoals u namelijk wel zult weten meer materiaal ter beschikking als hier. Bedankt voor de informatie: zuchtte Jonasson, terwijl de patholoog-anatoom zijn broeders wenkte en hen opdroeg het lijk weg te halen. De drie gespierde mannen bogen zich over het lijk, namen het van het bed alvorens ze het lichaam vastsnoerden op een draagbare brancard. De patholoog-anatoom draaide zich om en keek Jonasson langdurig aan, waarna hij zich omdraaide en de kamer uitliep. In de deuropening bleef hij echter staan, draaide zich weer om en zei: Je moet dat woord op de muur eens wat beter bekijken. Volgens mij ligt daarin jullie oplossing begraven. En hou jij je maar bezig met het verdere onderzoek van ons slachtoffer: zei Jonasson terwijl er een brede glimlach om zijn droge lippen speelde. Jonasson keerde terug naar de woonkamer. Deze zaak zit me niet lekker: zei hij tegen zichzelf terwijl hij weer aan de tafel ging zitten. Geen vingerafdrukken, geen moordwapen, geen motief, geen enkel alibi, toch zeker niet van de vrouw die de moeder van het slachtoffer is en haar man heeft ook geen alibi, laat staan dat de beide personen een motief hadden om hun dochter op gruwelijke wijze te vermoorden. De borsten van het slachtoffer waren gapende gaten geweest, dus dat wilde zeggen dat het slachtoffer vreselijke pijn geleden moest hebben terwijl haar belager aan het werk was. Ze waren totaal vernietigd. Waarschijnlijk moeten we weer overuren kloppen. Naar mijn mening moet het slachtoffer met een dolk, speer of een mes bewerkt zijn dacht hij bij zichzelf. Indien het een mes geweest zou kunnen zijn moest het wel een vlijmscherp exemplaar geweest zijn, anders had ze niet zoveel bloed verloren. En hoe had de dader in hemelsnaam haar kamer kunnen binnenkomen, laat staan dat hij het huis is kunnen binnendringen? En wat deed die berg glasscherven in hemelsnaam op de grond? De glasscherven wezen erop dat de spiegel finaal afgebroken was. Maar de manier waarop dat gebeurd moest zijn kon en wilde hij zichzelf niet eens voorstellen. En wat had de patholoog-anatoom nu ookal weer gezegd? Ik zou je maar eens met dat woord bezighouden, volgens mij ligt daarin de oplossing van het raadsel verborgen. In die bewoordingen had de patholoog-anatoom dat niet gezegd, maar zo kon je dat wel interpreteren. Hij stond weer op liep naar Lisas slaapkamer en bekeek de muur waaraan de spiegel gehangen had en waar nu een paar woorden gekalkt waren in Lisas donkerrode metaalruikend bloed. Ze waren zo fijn dat hij zijn uiterste best moest doen om ze te kunnen lezen. Hij pakte zijn leesbril uit de binnenzak van zijn uniform zette die op waarna hij weer zijn aandacht richtte op de geschreven woorden, die hij nu veel beter kon lezen dan voordien. Macht en onmacht. Jonasson begreep de essentie van de boodschap niet, want het was maar al te duidelijk dat er in die woorden een verborgen boodschap zat. Macht en onmacht … macht en onmacht  … Jonasson pakte een vel papier uit zijn tas die hij altijd met zich meedroeg als hij naar zijn werk ging en schreef daar de woorden op. Als de patholoog-anatoom denkt  dat hij weet hoe de vork volgens hem in de steel zit mag hij dat morgen aan mij deftig komen uitleggen en als hij daarin geen zin heeft mag hij in mijn plaats het onderzoek leiden en zal ik het lijk verder onderzoeken. Jonasson glimlachte breed, waarna hij zijn blik weer op de vrouw liet rusten en aanstalten nam om het verhoor verder te zetten.

Het mysterieuze meisje keerde weer terug naar haar schuilplaats vlakbij de donkere rivier waar zij Lisa bijna in had gewurgd toen zij besloot om te gaan zwemmen. Het was vrij fris die avond en er stond vrijwel geen zuchtje wind, de hemel was bezaaid met fonkelende sterren, waarvan de maan pal in het midden stond en een fel schijnsel over de nabije omgeving wierp. Het meisje echter hield niet zo van die natuurfenomenen, maar haten deed ze die evenmin. De angst om gezien te worden was veel groter geworden dan een poosje geleden, toen Lisa in het ijskoude, zwarte gladde, weerspiegelende wateroppervlak sprong. Nu was ze dood en dat was te wijten aan haar eigen schuld. Zij had haar territorium maar niet moeten binnendringen, als dat niet gebeurd was had zij hoogstwaarschijnlijk nog geleefd. Dit was niet de enige reden waarom ze vermoord moest worden,  er was nog een reden, een reden die in haar ogen zeer geldig was om die vervloekte Lisa uit de weg te ruimen. Die reden lag verborgen in een aantal gebeurtenissen die er zich in het verleden hadden afgespeeld.Maar die wist ze even niet meer. Hoe vaak ze haar hersenen pijnigden, toch wilde de herinnering aan die verschrikkelijke gebeurtenissen van vroeger niet bij haar binnendringen, wat ze heel lastig en frustrerend vond. Het beeld van het bloederige lijk kwam weer bij haar op. Dus dat lukt dan weer wel! Ze dook weer het koele verhelderende water in waarna ze weer in de bodemloze diepte verdween. De maan verdween achter een onschuldig schapenwolkje. Het weerspiegelende wateroppervlak was weer zo glad geworden als dat van een groot diep meer.

Ze bevond zich weer op de bodem van het meer en genoot van het koele water dat rond haar broze lichaam klotste. Nu lukte het al wat beter om al haar gedachten eens op een rij te zetten. Wat was er eigenlijk gebeurt in de tijd dat zij met Lisa op school had gezeten? Het enige dat zij zich nog heel goed kon herinneren was het feit dat ze op een dag slaande ruzie hadden gehad tijdens de middagpauze. Die ruzie echter was totaal verkeerd uitgelopen. En dat was hetgeen dat de Dood met zich mee had gebracht, en sindsdien bleef ze rondspoken in de buurt van water omdat dat iets was wat haar al tijdenlang boeide. De aanblik van een zwart glad wateroppervlak was angstig en fascinerend tegelijk, maar het angstige aspect kreeg wel duidelijk de overhand. Waarom wist ze ook niet precies. Jim En Kurt hadden nu misschien wel een criminele bende gevormd, maar zij zou weldra met hun afrekenen op een moment waarop ze het niet verwachtten. Ze moest dat heel slim aanpakken en dat was nietbepaald simpel voor haar zeker als je naging wat ze haar allemaal in haar schooltijd hadden aangedaan om nog maar te zwijgen van het schandaal dat door die situatie teweeg was gebracht.Kurt en zijn bende stonden als tweede op haar lijstje van mensen die ze zo snel mogelijk moest vermoorden. Daarna was de politie aan de beurt, want zij waren zo dom dat ze tegen Kerstmis van dit jaar de moordzaak nog niet opgelost zouden hebben.de politie vormde voor haar een probleem en als zij een probleem had moest dat zo snel mogelijk opgelost worden desnoods met de harde hand. Ik krijg die schoften spoedig te pakken. Daar was ze heel zeker van.

Jonasson keek vermoeid om zich heen. Een doffe hoofdpijn verspreidde zich over het voorhoofd dat vrij warm aanvoelde. Ik krijg als maar meer de indruk dat u iets voor ons verbergt mevrouw: zei hij op vermoeide toon. Daarom stel ik ook voor dat u er eens een nachtje over gaat slapen, zodat we er morgen verder over kunnen praten. De vrouw keek hem woedend aan. Ze wist dat protesteren toch niets zou uithalen. Hij stond langzaam op en liep in de richting van de voordeur. Ik zou het zeer erg op prijs stellen moest u de komende tijd niets plannen: zei hij toen hij in de deuropening stond. De vrouw keek hem scherpzinnig aan maar hield de lippen stijf op elkaar alsof ze bang was dat ze als ze iets uitbracht daarvoor zou moeten boeten. Ik waarschuw je alleen maar: voegde hij er enige tijd later aan toe. Hij stapte het trottoir op en deed de voordeur zorgvuldig achter zich dicht waarna hij naar zijn auto liep, instapte, het portier dichtsloeg, zijn gordel omdeed , de motor opzette en langzaam achteruitreed om zo weer de straat op te rijden. Toen hij na een tijdje thuiskwam dwaalden zijn gedachten weer af naar de gebeurtenissen van die dag. Om de een of andere reden voelde hij zich nietbepaald goed in het bijzijn van de moeder van het slachtoffer, waarom echter wist hij niet maar hij kon dat gevoel niet loslaten hoezeer hij daarvoor zijn best ook deed. Hij besefte nu pas hoe laat het was toen hij de keuken binnenstapte om een kop koffie voor zichzelf te zetten. Zijn vrouw bevond zich op dit moment nog op haar werk maar het zou niet lang meer duren of haar werk zat erop. Plots schrok hij op van het gerinkel van de telefoon. Hij stond op liep naar de telefoon waarna hij de hoorn van de haak nam. Met Jonasson: zei hij op zachte toon alsof hij bang was dat dit telefoongesprek werd afgeluisterd door onbekenden. Dag schat ik ben het: zei zijn vrouw op iets luidere toon dan haar man. Het is om te zeggen dat ik vannacht niet thuiskom omdat ik nog veel te veel werk heb om het hier onafgemaakt te laten liggen. Je vindt dat toch niet erg dat je vannacht alleen moet slapen? Nee schat helemaal niet: zei Jonasson met een glimlach in zijn stem. Ik ben het helemaal met je eens als het om je werk gaat. Je kunt dat natuurlijk niet de hele nacht onafgemaakt op je bureau laten liggen zeker niet als het belangrijk is en als het bijvoorbeeld tegen morgen al af moet zijn. Hoe weet je dat dat werk tegen morgen af moet zijn? Oh gewoon een voorgevoel: zei Jonasson op raadselachtige toon. Zijn vrouw besteedde er verder geen aandacht aan. Hoe ging het bij jou vandaag? Zijn gewone gangetje: zei Jonasson kalm. Er is weeral eens een lijk gevonden dat op gruwelijke wijze is verminkt: voegde hij er enige tijd later aan toe. Het onderzoek zit nog wel in zijn beginfase maar ik kan je nu al zeggen dat het een moeilijke zaak zal worden zeker als het nu al muurvast zit. Er viel even een stilte aan de andere kant van de lijn. Toen schraapte ze haar keel en vroeg: Je hebt er toch vertrouwen in dat je die zaak kunt oplossen of niet? Jonasson slaakte een diepe zucht en zei toen zorgvuldig zijn woorden kiezend: We zullen wel zien hoe de zaak afloopt. De puzzelstukken zullen wel vanzelf in elkaarvallen naarmate de zaak vordert. Dat is net zoals een spel dat je niet direct begrijpt, maar dat vanzelf duidelijk word als je het in de praktijk naarvoren brengt. Ik hoop het voor jou schat: zei ze terwijl ze een geeuw probeerde te onderdrukken. Ik moet nu afronden schat anders raakt mijn werk niet optijd af en ik zou niet graag willen dat ik daardoor onder mijn voeten krijg van mijn overste, en dat zou jij ook niet willen denk ik. Nee inderdaad: beaamde Jonasson op luchthartige toon. Tot morgen dan maar. Ja tot morgen: zei zijn vrouw op medelijdende toon. Ik zal tegen zeven uur thuis zijn als ik niet opgehouden wordt door mijn werk. Ik zal zien dat ik het ontbijt tegen die tijd zal klaarhebben: beloofde Jonasson op besliste toon, waarna zijn vrouw begon te lachen en de verbinding verbrak. Hij legde de hoorn weer op de haak waarna hij zijn kop koffie leegdronk, zijn kop afwaste en naar de slaapkamer liep om zich uit te kleden de gordijnen dichtschoof en met een gelukzalig gevoel in zijn buik in bed kroop en in slaap viel. Mijn vrouw is een goed mens: zei hij hardop tegen zichzelf terwijl hij zich draaide. Tegoed.

In de donkere grot waar zich de bende bevond heerste er de stilte van het graf. Kurt voelde zich nietbepaald op zijn gemak nadat de vergadering was afgelopen en dat had deels met die fles te maken en ook met iets anders, iets wat hij niet direct thuis kon brengen. Hij probeerde zijn gedachten ervoor af te sluiten maar erg goed lukte hem dat niet echt. Ook moest hij weer terugdenken aan zijn vroegere jaren toen hij nog met Christophe bevriend was, niet dat hij dat nu niet meer was, maar er waren periodes geweest waarin hij meer dan eens gedacht had dat de vriendschap tussen hen weldra over zou zijn, daar vergiste hij zich echter in wat hij natuurlijk een heel goede zaak vond zowel voor hemzelf als voor Christophe. Nu waren ze boezemvrienden en hadden ze samen een nieuwe start gemaakt. Jim en de rest van de bende konden hem weinig tot niets schelen, want hij vond dat hij al genoeg dingen aan zijn hoofd had. Weldra stond hij op en begon te ijsberen. Zijn gedachten werkten nu op topsnelheid. Maar dat nam niet weg dat zijn gevoel van onbehagen verdwenen was integendeel. Het scheen of het gevoel met iedere stap dat hij zette groter en sterker begon te worden. Na een tijdje werd er hard op de deur geklopt. Kurt bleef opeens stokstijf staan meteen alert voor wat hem te wachten stond. Er werd nogmaals op de deur geklopt en deze keer stukken harder dan de vorige. Kurt spurtte naar de deur alsof zijn leven ervan afhing en smeet deze met een geweldige krachtige ruk open zodat die met een ferme klap die door heel de grot scheen te weergalmen tegen de zijwand van gepolijste steen vloog. Rustig Kurt ik ben het maar: zei de vriendelijke lachende stem van Christophe die rustig in de deuropening bleef staan. Mag ik misschien even binnenkomen? Kurt ontspande zich weer en zei tegen Christophe dat hij gerust mocht binnenkomen. Langzaam maar zeker werd zijn hartslag weer normaal en was zijn ademhaling weer gekalmeerd. Ik dacht even dat je me zou neerschieten of zoiets: zei Kurt die niet kon voorkomen dat zijn stem enigszins beverig klonk. Kurt ging zijn vriend voor naar zijn comfortabele zitkamer waar hij een paar kaarsen nam, die doormiddel van een lucifer aanstak en die voor zich op zijn bureau zette, waarna hij ging zitten en zijn vriend vervolgens geringschattend aanstaarde ookal kon hij Christophe niet zien zitten omdat hij blind was. Wat heb je mij te zeggen Christophe: vroeg hij na enige tijd gezwegen te hebben. Christophe richtte zijn blik op zijn vriend en medebendelid en schraapte vervolgens zijn keel. Het geluid ervan echode door de ruimte. De overige bendeleden doen weeral moeilijk en ik weet even niet meer wat ik ertegen moet of kan doen dus dacht ik bij mezelf om eens bij jou langs te gaan in de hoop dat jij mij raad kon geven. Kurt keek Christophe strak aan en zei: Ik zal ze wel voor mijn rekening nemen Christophe, maak u daar geen zorgen over Ik ben blij dat je dat aan mij bent komen melden dat is voorlopig het enige wat ik je van raad kan geven. Op dit ogenblik althans.Christophe stond met een gerust hart op en liep naar de deuropening. Opeens bleef hij staan. De deur waren ze totaal vergeten dicht te doen zodat de kans groot was dat de rest misschien gehoord zou kunnen hebben wat ze over ze gezegd hadden.Ook dat aspect viel Kurt op. Christophe wacht: zei hij op gebiedende toon alsof hij bang was dat hij weg zou gaan. Ik heb je nog één ding te zeggen en dat kan weleens heel belangrijk voor ons zijn. Christophe draaide zich verbaasd om en keek Kurt indringend aan. Het zou heel goed kunnen dat we de rest van de bende niet meer nodig hebben: zei Kurt op fluistertoon. Hoe bedoel je? Kurt keek hem glimlachend aan en zei: Je zult binnenkort wel begrijpen wat ik daar mee wil bedoelen. En dan bedoel ik heel binnenkort. Ik heb een plan waarin jij de hoofdpion zal zijn: voegde hij er enige tijd later op geheimzinnige fluistertoon aan toe. Christophe keek zijn vriend niet-begrijpend aan en deze zei: Je zult wel zien wat ik van plan ben te doen met de rest van de bende als de tijd daar en rijp genoeg is om jou te zeggen wat jou rol in dit plan is, hoewel je het ook een soort spel kunt noemen. Een spel waarin jij de hoofdpion bent: zei hij nogmaals om Christophe gerust te stellen. Meer wilde hij daar echter niets over vertellen. Ga maar terug naar je eigen slaapvertrekken en bereid je je al maar voor op hetgeen ik je daarnet verteld heb. Jij mag namelijk de rest van de bendeleden liquideren als de tijd daar is. Christophe die verbaasd was dit te horen keek Kurt aan en toen begon hij het spel of hoe je het ook noemen mocht te begrijpen. Hij bleef Kurt aanstaren waarna hij met stokkende stem vroeg hoedat hij dat in hemelsnaam moest klaarspelen. Kurt keek hem glimlachend aan en zei op vriendelijke toon: Daarom zei ik ook dat jij in dit spel of plan de hoofdpion bent. Jij neemt de leiding en dat wil namelijk zeggen dat jij zelf moet beslissen hoe je deze zaak het beste zal aanpakken, met andere woorden: het is aan jou om te beslissen op welke manier je de overige bendeleden uit de weg gaat ruimen. Letwel niemand mag ooit iets over dit gesprek en het plan te weten komen. Ik houdt mijn mond daarover en jij ook. Als iemand je vraagt wat je bij mij deed zeg je dat je even zin had om een bezoekje aan je beste vriend te brengen. Begrepen? Christophe knikte, besefte dat Kurt dat niet kon zien waarna hij zijn keel schraapte en Ja zei. Goed Christophe ik houdt je daaraan en als je ook maar iets lost het geeft niet wat zwaait er wat voor je. En daar zul je nietbepaald blij mee zijn. Is dat duidelijk genoegvoor meneer hier? Christophe knikte opnieuwkeek Kurt opnieuw aan en zei: Je bent duidelijk genoeg voor me geweest. Nu weet ik wat me te doen staat. Goeddan Christophe je kunt gaan. Welterusten. Christophe stond op, liep Kurts kamer uit waarna hij terugging naar zijn slaapvertrekken. Kurt deed de deur op slot, kleedde zich uit waarna hij in bed kroop en al snel in een diepe vredige slaap viel. Er stond weldra een heel drukke dag voor de deur. En die kon hij niet volledig doorbrengen als hij nu niet besloten had om vroeg te gaan slapen. Toch werd zijn vredige slaap ruw verstoord door onwelkome gedachten. Hij moest onwillekeurig weer aan die glazen fles denken die in zijn kast stond. Hij moest niet zozeer aan die glazen fles zelf denken, als wel aan de vloeistof die erin zat. Ook moest hij weer aan dat zwarte meer en dat meisje denken. Hij kon wel niet zien wie of wat er was, maar toch had hij sterk het idee dat hij toen hij die vloeistof in het water goot scherp in de gaten werd gehouden. Hij stond op en haalde de glazen fles uit de kast en bestudeerde die heel aandachtig alsof hij erdoor gefascineerd was. De stilte in de omliggende grotten was beklemmend en akelig. Vervolgens dwong hij zich de gedachten van die glazen fles af te sluiten en zich te concentreren op de nabije toekomst. Er mocht namelijk niets misgaan. Even was hij bang geweest dat Christophe het plan niet op tijd zou doorhebben maar daar had hij zich tot zijn grote opluchting sterk in vergist. Hij ging weer in bed liggen en probeerde de slaap te vatten maar zonder resultaat. Zijn hersenen bleven maar op topsnelheid werken. Toen hij eindelijk weer in slaap viel droomde hij over vreemde dingen, dingen die hij nooit voor mogelijk had gehouden. Hij droomde dat hij verliefd was op een meisje waarvan hij de naam niet eens wist, maar dat kon hem op dat ogenblik niet veel schelen. Hij zat op een bankje in een vrij groot park en recht tegenover hem bevond zich een klaterende fontein waarvan het geluid een rustgevende werking op hem had. Hij wist opeens niet zeker of hij hier moest zijn of niet. Hij besloot even te wachten en als ze na een tijdje niet kwam opdagen stapte hij op om weer naar huis terug te keren. Maar net toen hij tot die slotsom gekomen was hoorde hij in de verte voetstappen die al snel dichterbijkwamen. Vervolgens bleef de persoon vlak voor het bankje staan en staarde hem met grote ogen aan. Wel een vreemde plaats om af te spreken met je eerste liefde vindt jij ook niet meneer? Kurt schrok meteen op toen hij die woorden hoorde. Hoe weet u dat ik hier een afspraak met iemand heb? Bij mijn weten heb ik dat tegen niemand maar ook tegen niemand verteld, tenzij ik me vergist heb natuurlijk. Of anders moet iemand ons hebben afgeluisterd en dat kan niet, omdat ik zeker weet dat ik op dat moment alleen met de persoon in kwestie was. De vreemdeling lachte schalks naar hem, maar Kurt schonk daar geen aandacht aan. Hij was met andere dingen bezig en als hij weer naar de man wilde opkijken besefte hij met een schok dat die verdwenen was. Hij zat weer alleen in het park met de klaterende fontein die zich recht voor zijn neus bevond. En op dat ogenblik werd hij met een ruk wakker en ging versuft rechtopzitten waarna hij met een glazige blik in zijn ogen om zich heen begon te staren. Die droom eindigt altijd op dat moment: zei Kurt hardop tegen zichzelf. Ik vraag me af wat dat te betekenen heeft. Kurt dacht er nog even over na totdat hij weer ging liggen en terug in een diepe ondoordringbare slaap viel. De stilte om hem heen was moordend.

Midden in de nacht werd Jonasson met een schok wakker doordat hij een vreemd geluid hoorde. Hij ging rechtopzitten spitste zijn oren en luisterde heel aandachtig. Even was het stil maar toen hoorde hij dat vreemde geluid opnieuw en deze keer klonk het veel scherper dan voordien. Het geluid leek nu ook dichterbij te zijn dan de vorige keer. Wat kan dat in hemelsnaam zijn? Er viel opnieuw een stilte. Het vreemde geluid echter kwam niet meer terug en daar was hij heel blij om. Zijn vrouw bevond zich nog steeds op haar werk. Ja hij zou haar niet vertellen wat hij die nacht gehoord had anders zou zij zich onnodig zorgen beginnen maken om haar lieftallige echtgenoot en daar had hij absoluut geen zin in. Hij ging weer liggen, maar de slaap kon hij niet meer vatten. Nu hij eenmaal wakker was duurde het dubbel zo lang om in slaap te komen als eerst. Zijn gedachten dwaalden weer af naar de zaak die muurvast zat en hij vroeg zich af hoelang dat nog zou duren. Ook moest hij weer aan de boodschap denken die op de muur van de slaapkamer van het slachtoffer geschreven stond. Macht en onmacht …  Ook de hoop glasscherven die op de grond lag zat hem dwars. Die glasscherven waren ooit een spiegel geweest maar nu was het een hoop glas geworden voor de glascontainer, hoewel eigenlijk het glas eerst voor nader onderzoek naar het labo gestuurd moest worden. De spiegel kon niet zomaar gebroken zijn. De zaak waarin ik beland ben ziet er echt onwerkelijk uit. Het lichaam vertoonde geen sporen van seksueel misbruik of iets anders. Zelfs geen sporen van wurging of verdediging. Het enige wat er was was een gapende wond op de plaatsen waar haar borsten gezeten hadden. Ze wisten niet eens met welk voorwerp de wonden waren toegebracht, en als er een moordwapen geweest moest zijn was het spoorloos verdwenen, net als alle andere sporen die van pas hadden kunnen komen en de dader zelf natuurlijk. Ook stelde hij zich de vraag wat voor iemand de dader geweest zou kunnen zijn. Was het een mannelijke of een vrouwelijke dader? En wat ging er in zijn of haar hoofd om op het moment dat hij of zij de moord beging? Wat waren zijn of haar motieven? Haat, wraak, passie,jaloezie,geld, een testament of iets anders? En wat de moeder van het slachtoffer betrof, hij had nog steeds het gevoel dat zij iets voor hem verborg, iets wat de politie in geen geval te weten mocht komen. Heeft de dader misschien uit zelfverdediging gehandeld? Had het slachtoffer de dader misschien bedreigd en had hij of zij uit zelfverdediging gedood? Als dat het geval was was het alleen maar een ongeluk geweest, en als het inderdaad een ongeluk zou zijn was het heel goed mogelijk dat de zaak snel opgelost zou worden. Maar daar had hij zijn twijfels over. Er was teveel materiaal dat zomaar toeval kon zijn. Er moest meer achter zitten dan alleen maar zelfverdediging of een ongeluk. Hij schrok op toen de telefoon ging. Hij stond op, nam de hoorn van de haak en luisterde gespannen. Met Jonasson: zei hij tenslotte om de stilte te verbreken. Ik ben het: zei Olafson op vermoeide toon. Ik bel je omdat ik je slecht nieuws te melden heb. Ik luister: zei Jonasson op vriendelijke toon hoewel hij eigenlijk het slechte nieuws niet wilde horen. We hebben weer een lijk gevonden. Waar ergens: vroeg Jonasson op nog steeds diezelfde vriendelijke toon. Hier niet zover vandaan: zei Olafson. Waar ben je nu? Thuis. Ik kom direct: zei Jonasson die zijn uiterste best deed om een geeuw te onderdrukken. Binnen tien minuten ben ik er denk ik: zei Jonasson de plotselinge stilte verbrekend waarna hij de hoorn weer op de haak legde. Hij kleedde zich om, liep naar de keuken waar hij een vel papier pakte en een briefje voor zijn vrouw schreef waarin stond dat hij jammer genoeg niet voor haar ontbijt kon zorgen, maar dat er nog genoeg eten in huis was dat ze kon klaarmaken als ze daar zin in had. Hij schreef ook dat hij beloofde om op een ander moment het ontbijt voor haar te zullen klaarmaken. Vervolgens schreef hij dat hij enorm veel van haar hield, waarna hij een hartje tekende. Hij vouwde het stuk papier op, legde het op de keukentafel, waarna hij naar de gang liep, zijn jas aantrok, naar buiten ging en naar zijn collega reed om vandaar naar de plaats delict te rijden. Mijn vrouw is en blijft een schat hoe je het draait of keert: zei hij hardop tegen zichzelf terwijl hij naar zijn collega reed. Maar ik ook denk ik. Na een tijdje kwam hij bij zijn collega aan. Dus daar ben je eindelijk: zei Olafson op vriendelijke toon toen hij Jonasson over het erf naar de voordeur zag lopen. Nu je er toch bent kunnen we maar meteen vertrekken: voegde hij er enige tijd later aan toe. Ze stapten in Olafsons auto en reden zwijgend naar de plaats delict.  Tijdens de rit ging Jonassons mobieltje over. Jonasson haalde het toestel uit zijn broekzak en nam het binnengekomen gesprek aan. Met Jonasson. De stem van de patholoog-anatoom schalde door de luidspreker. Het slachtoffer  moet twintig steken of meer gehad hebben ter hoogte van de hartstreek, en dat is waarschijnlijk – daar ben ik eigenlijk haast zeker van – de doodsoorzaak. Hoe weet je dat zo zeker: vroeg Jonasson. Omdat die wonden fel afsteken: zei de patholoog-anatoom op vastberaden toon. Oké dokter, ik stel het op prijs dat je me daarvoor gebeld hebt. Bedankt ook voor de informatie trouwens: voegde hij er direct aan toe. Dat is zeer graag gedaan inspecteur: zei de patholoog-anatoom waarna hij de verbinding verbrak. Jonasson klikte het gesprek weg, klapte het display dicht waarna hij zijn mobieltje weer in zijn broekzak  opborg en het nieuws aan Olafson die achter het stuur zat doorgaf.Na een kwartiertje gereden te hebben kwamen ze aan bij een groot zwart meer waarvan het wateroppervlak een spookachtig schijnsel op het omringende pad wierp. Ze stapten uit en namen de buurt ieder op hun manier op waarna ze langzaam naar de waterkant liepen om een blik op het glanzende wateroppervlak te werpen. De rest van de garde was er ook al zag Jonasson toen hij zijn blik even afwendde. Hij wilde vragen waar het lijk was maar dat scheen niet nodig te zijn want het lijk dreef vlak voor zijn neus in het smetteloze water. Het slachtoffer lag op zijn buik zodat Jonasson alleen de rug van het slachtoffer kon zien. Hij draaide zich om toen hij opeens een stem vlakbij iets hoorde zeggen. De patholoog-anatoom stond met gefronste wenkbrauwen naar hem te kijken. Weten we al of het een man of een vrouw is: vroeg hij op gedempte toon. De patholoog-anatoom glimlachte zwijgend, maar daaruit kon Jonasson niet veel opmaken. Hij wenkte de drie gebroeders die altijd met hem meekwamen als er een lijk gevonden was en droeg hen op het lijk zo voorzichtig mogelijk uit het water te halen en het op het droge te leggen, zodat Jonasson en zijn collega het lichaam wat beter konden bestuderen. Wat is de doodsoorzaak: vroeg Jonasson toen de drie broeders in de weer waren met het lijk. Zo op het eerste zicht kan ik alleen maar zeggen dat het slachtoffer doormiddel van verdrinking om het leven is gekomen, maar zeker weten doe ik zoals u weet niet.  Tijdstip van overlijden? Onmogelijk te bepalen. Jonasson knikte zwijgend en richtte toen zijn blik op de mensen van de technische recherche die al druk in de weer waren met het zoeken van eventuele vingerafdrukken of sporen op het omliggende terrein. Jonasson liep naar de dichtstbijzijnde struiken en bleef toen stokstijf staan alsof er iets of iemand hem in de gaten had gekregen en besefte dat die in groot gevaar verkeerde als hij het waagde om nog een stap verder te zetten.  Hij haalde zijn mobieltje uit zijn broekzak en toetste het nummer van Jones in, die gelukkig al na het eerste belsignaal opnam. Ik heb toch gezegd dat je de foto’s ten vroegste morgen zou hebben: zei Jones op chagrijnige toon. Ja dat weet ik maar al te goed Jones, maar het is niet dat waarvoor ik bel. Er viel een stilte. Voor wat bel je dan Jonasson, het is midden in de nacht, de normale mens slaapt in deze periode. Ja, maar je moet toch al inmiddels beseft hebben dat ik geen normaal mens ben: zei Jonasson kalm. We hebben opnieuw een lijk gevonden en ik wil dat je er foto’s van neemt. Ik kom eraan: zei Jones wiens stem nu vriendelijker dan eerst klonk. Zeg me waar ik moet zijn en ik ben er binnen tien minuten. Prima: zei Jonasson  en verbrak de verbinding. Na tien minuten was Jones er en voerde weer hetzelfde ritueel uit als bij Lisa’s lijk. Na een minuutje of twee waren de foto’s genomen en deelde hij aan Jonasson mee dat hij die foto’s samen met de andere foto’s zeer binnenkort op zijn bureau kon verwachten. Hij liep weer naar zijn auto en reed met gierende banden weer naar huis, om vandaaruit naar zijn werk te vertrekken. Jonasson bleef  echter staan waar hij stond en nam de plaats voor de zoveelste maal goed in zich op. toen schrok hij op door een plotselinge kreet. Hij verliet het struikgewas en bleef abrupt bij de mensen van de technische recherche staan. We zijn klaar met ons werk chef: zei een van de mannen waarna hij op hem afkwam en hem een  schouderklopje gaf waarna hij met de rest van zijn team onder leiding van Jonach smets wegliep. Zet heel de boel af en zorg ervoor dat niemand dit terrein betreed zolang het onderzoek aan de gang is: beval hij op luide scherpe toon. Meteen daarna werd het terrein en het meer zelf afgesloten met een geel politielint dat ervoor moest zorgen dat niemand een voet op dit terrein zou zetten zolang het onderzoek liep. Vanaf nu wordt dit terrein dag en nacht bewaakt door een  patrouille van ons is dat duidelijk? Iedereen staarde hem aan en knikten tenslotte ten teken dat ze het allemaal begrepen hadden. Hou de journalisten op een afstand: zei hij na een korte tijd gezwegen te hebben. Daarna draaide hij zich om en liep naar < Olafson waarna ze samen terug naar de auto liepen. Denk jij dat die twee lijken iets met elkaar te maken hebben: vroeg Olafson na een tijdje. Dat hangt er vanaf wie het slachtoffer is;: zei Jonasson die zijn best deed om een geeuw te onderdrukken. Maar ik moet je gelijk geven in de zin dat ik deze zaak niet langer vertrouw. Olafson startte de motor en verliet de plaats delict. Eerst dat jong meisje en nu dit: zuchtte Olafson. Algauw lieten ze het meer snel achter zich. Als het  is wat ik denk dat het is ziet de zaak er nog vreemder uit dan hij nu al is. Jonasson zuchtte maar zei niets tegen zijn collega die zich nu concentreerde op de weg voor hem. Als je me thuis hebt afgezet rij dan daarna regelrecht naar huis. Straks zien we elkaar weer op het bureau. Ik moet eerst nog douchen en het ontbijt voor mijn vrouw klaarmaken. Ik dacht eerst dat dat niet meer zou lukken, maar aangezien alles vlot ging heb ik nog tijd genoeg om mijn vrouw te verwennen als ze van haar werk terugkomt. Olafson knikte en zette zijn collega thuis af waarna hij er als de bliksem vandoor ging. Hij was blij dat hij terug even kon rusten voordat hij naar zijn werk terugging. Het beeld van het drijvende lijk bleef in zijn hoofd rondspoken. Ze wisten niet met zekerheid hoe het slachtoffer om het leven was gekomen en helemaal niet hoe het lijk in het meer was beland. Op het eerste zicht kan ik alleen maar zeggen dat het slachtoffer doormiddel van verdrinking om het leven is gekomen maar zeker weten doe ik zoals u weet niet, had de patholoog-anatoom tegen hem gezegd waarna hij drie mannen de opdracht had gegeven het lijk uit het water te halen en op het droge te leggen, zodat hij en Olafson het lijk wat beter konden bestuderen. Het slachtoffer had op zijn buik in het water gelegen zodat ze alleen de rug van het slachtoffer konden bestuderen en hij had niets opgemerkt wat van belang was, alleen dat de rug nog mooi gaaf was. Er was geen enkel wondje of iets dergelijks te bespeuren. Hij had het idee dat hij en zijn medewerkers bezig waren een cruciaal punt te vergeten maar wat wist hij niet en waarschijnlijk hadden zijn medewerkers nog niet door dat ze misschien iets over het hoofd hadden gezien, iets wat ze eigenlijk van in het begin hadden moeten zien. Ik ben aan het falen: zei hij hardop tegen zichzelf. Ik ben op dit ogenblik het noorden kwijt. Hij douchte zich, kleedde zich vervolgens weer aan, verscheurde het briefje dat hij eerder die nacht voor zijn vrouw geschreven had en toen het eenmaal ochtend was bereidde hij het ontbijt voor zijn vrouw voor. Op dat ogenblik vergat hij zijn werk totaal. Toen zijn vrouw eindelijk thuiskwam en ze zich gedoucht had serveerde hij het ontbijt voor haar. Ze glimlachte naar hem en zei: Dat had je nu echt niet moeten doen hoor schat.  Jonasson reageerde niet op die opmerking maar keek zijn vrouw liefdevol aan. Ik vond dat je dat wel kon gebruiken na je nachtwerk: zei hij na een korte stilte. Dat is heel lief van je: zei zijn vrouw waarna ze zich over de tafel heen boog en haar man een kusje op zijn mond gaf waarna hij haar even liefdevol terugkuste. Haar kus gaf hem opeens een gelukzalig gevoel dat een warme gloed over heel zijn lichaam verspreidde. Toen het ontbijt op was stond ze op en zei: Nogmaals bedankt voor het feit dat je voor mij een ontbijt klaargemaakt hebt dat waardeer ik schat en ze gaf haar man opnieuw een kus op zijn mond. Jonasson echter was sprakeloos geworden door die vele liefdevolle kussen van zijn vrouw. Het enige dat hij op dit ogenblik kon doen was naar zijn lege bord staren alsof hij zonet een fikse uitbrander van zijn vrouw had gekregen. Na een tijdje zei hij op hakkelende toon: Dat is heel graag gedaan Je weet net zo goed als ik dat ik voor jou alles doe wat je ook vraagt.. Je moet nu ook weer niet beginnen slijmen: zei zijn vrouw kalm terwijl ze naar haar man begon te glimlachen. Nog voordat hij daarop iets kon terugzeggen was ze al uit de keuken verdwenen. Hij ruimde alles op, zette alles in de vaatwasmachine en liep naar zijn echtgenote die in de woonkamer de krant zat te lezen. Hij schraapte zijn keel om haar te laten merken dat hij iets wilde zeggen. Ze keek op vanuit haar krant en keek haar man met een liefdevolle blik aan waarna hij opnieuw zijn keel schraapte en zei: Ik vertrek nu naar mijn werk, we hebben vannacht weer een lijk ontdekt en we moeten zo snel mogelijk weten wie het slachtoffer is. Ze knikte begrijpend, waarna ze opstond hem nog een kus op zijn mond gaf en zei dat het avondeten klaar zou zijn tegen de tijd dat hij weer thuiskwam van zijn werk. Jonasson zei dat dat goed was voor hem, gaf zijn echtgenote een kus, liep naar de hal, deed zijn jas aan, waarna hij naar zijn auto stapte en naar zijn werk reed. Zijn vrouw sloot de deur met een zacht klikkend geluid. Ik wist niet dat dit alles zo vlot kon verlopen: zei hij hardop tegen zichzelf.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.