Later met pensioen? Een andere AOW? Langer werken?

Door Draak gepubliceerd op Sunday 15 May 15:04

 

Ook een nieuwe regering, na Rutte II, ongeacht haar samenstelling, zal onherroepelijk doorgaan met de discussie over langer werken, de AOW op 67-jarige leeftijd en andere ingrepen in de verworvenheden van de afgelopen 50 jaar.

De vraag hierbij is of het allemaal zo moeilijk moet worden gemaakt of dat er ook eenvoudige oplossingen te bedenken zijn. Ook geldt dat Ze er niet komen als Ze elk beroep als zogenaamd zwaar beroep benoemen om te voorkomen dat langer Zerken voor een bepaalde groep gaat gelden.

Voor een organisatie, die sinds haar oprichting als zelforganisatie van mensen in een uitkering en in armoede en uitsluiting, zoals het Samenwerkingsverband Mensen Zonder Betaald Zerk actief is en het Europees Anti Armoede Netwerk (EAPN NL), is het de kunst om na te denken of het ook anders kan. Zij denken van wel. Om die reden hebben Ze besloten hun visie op papier te zetten en voor allen ter beschikking te stellen.

Kan het dan echt anders?

Zij denken van wel. Hoe, dat leggen ze hieronder uit.

Maar eerst zullen ook zij een aantal voorwaarden moeten benoemen:

  1. Iedereen, die minder verdient dan 120% van het Wettelijk Minimumloon (WML) mag er financieel niet op achteruit gaan, aangezien er dan niets dan pure armoede over blijft.
  2. Vanaf 120% WML zal de werknemer een percentage loon moeten inleveren. Door dit te staffelen kan dat redelijk beperkt blijven.
  3. De AOW wordt flexibel toegepast en wordt vanaf het 64e levensjaar als aanvulling, waar nodig, ingezet. Deze aanvulling neemt toe totdat er een volledige AOW nodig is.
  4. De nieuwe situatie geldt voor iedere werknemer, dus ook voor degene met een zwaar betaalde baan (managers, bankiers, notarissen, specialisten, etc.), die zichzelf zo belangrijk en onmisbaar vindt, dat voor hem geen verandering in werktijd nodig is.
  5. Waar het zeer zware beroepen betreft, zoals mensen in de bouw, enzovoorts, moeten daarvoor oplossingen komen, die al bij de start van hun ‘werkleven’ van toepassing zijn en die helpen om tussentijds minder zwaar lichamelijk werk te kunnen verrichten. Als men ze alleen wil uitsluiten voor langer werken of pensioenwijziging, dan is men fout bezig, aangezien ze de pensioenleeftijd niet zullen halen als werknemer, zoals nu al het geval is.

Hier moet men dus een geheel andere discussie voeren over de inzet van mensen in de verscheidene beroepen. Met als doel mensen hun pensioenleeftijd al werkend te laten behalen.

Deze voorwaarden ondersteunen de aanpak, die de organisaties voor ogen staat.

In de navolgende grafiek hebben we geschetst hoe een ‘werkleven’ er uit ziet.

 

lijn 1.Vroeger werkten mensen vanaf hun 16 e –en vaak nog eerder- levensjaar tot aan hun 65e.

lijn 2.In de huidige situatie is het zo dat de jongeren op 16-jarige leeftijd veelal nog op school zitten of een opleiding volgen. Dat kan oplopen tot hun 30ste. Tel hierbij de  tijdelijke contracten, studie, opleiding, mogelijke tussentijdse Zerkloosheid, en je hebt een ‘werkleven’ tussen de 30 en 60 jaar.

lijn 3.In geval van arbeidsongeschiktheid (WIA of Wajong) en de nu weer sterk aanwezige werkloosheid zie je dat er in 2 een knik kan komen, waardoor het reële ‘werkleven’ zelfs korter is dan de 30 jaar, zoals onder 2 benoemd.

lijn 4.Helaas heeft de massawerkloosheid en hebben andere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld huiselijk geweld of een handicap voor sommigen als resultaat, dat zij nooit betaald werk zullen (kunnen) verrichten.

lijn 5.Het alternatief. Een andere opbouw van het ‘werkleven’.

Het alternatief

Het alternatief is dat mensen hun ‘werkleven’ in stappen beëindigen. Nu houdt het op als:

  1. je arbeidsongeschikt wordt
  2. je werkloos wordt en er niet meer uit komt
  3. je 65 jaar wordt. Hier ligt voor de meesten de eindstreep.

Men heeft die eindstreep verlegd naar 67 jaar. Maar levert dat iets op, als de meesten zelfs de 65 jaar niet halen als werknemer? Er is dus meer nodig. Onder andere verandering in de werksituatie en de werksfeer. Mensen, die met enorme tegenzin naar hun werk gaan, presteren laag en zitten alleen hun tijd uit, omdat er brood op de plank moet komen. Dat geldt ook voor mensen, die rond hun 50e weten dat er geen verandering van positie of verfrissing van hun werkzaamheden meer in zit en dat ze dus gewoon de rit moeten uitzitten.

Zij stellen een andere benadering voor, die voor de organisaties niet nieuw is, want de eerste keer dat het Samenwerkingsverband Mensen Zonder Betaald Werk hiermee voor de dag kwam was in 1989!!

Omdat sindsdien de omstandigheden veranderd zijn, is het ook zinvol om het alternatief aan te passen. Zo ontstaat het volgende beeld.

Vanaf hun 57e levensjaar werken mensen maximaal 4 dagen per week.

In uren betekent dit dat ze van –gemiddeld- 38 uur naar 32 uur terug gaan.

Voor hun inkomen betekent dit dat ze 15% inleveren van hun basissalaris, dat wil zeggen dat loonsverhogingen en eventuele periodieken gewoon doorgaan voor het resterende deel van het salaris.

Uiteraard geldt hier, zoals reeds in de voorwaarden genoemd, een uitzondering voor de zeer lage inkomens.

Vanaf hun 62e levensjaar werken mensen maximaal 3 dagen per week.

In uren betekent dit dat ze teruggaan van 32 uur naar 24 uur en in inkomen van 85% naar 65%. Om de forse inkomensstap iets te verminderen is hier een belasting-ondersteunings-maatregel gewenst.

Ook geldt dat men niet gewoon 5 dagen per week blijft doorwerken en voor die teveel gewerkte tijd verlofdagen kan opnemen. 3 dagen per week betekent ook daadwerkelijk 3 dagen per week, zodat nieuwe mensen een kans krijgen te groeien in de opengevallen functies.

Vanaf hun 65e levensjaar werken mensen nog maximaal 2 dagen per week.

In uren betekent dit maximaal 16 uur per week en in inkomen dat er maximaal 40% over blijft. Naast het inkomen ontvangt men dan een AOW-aandeel van 60% van de norm, plus uiteraard het zelf opgebouwde pensioenaandeel.

Vanaf hun 70e kiezen mensen of ze nog verder willen blijven werken, bijvoorbeeld 1 dag per week of willen stoppen.

Voordelen

Deze aanpak lijkt heel ingewikkeld, is het echter niet. De voordelen zijn:

  1. Mensen stoppen niet abrupt met werken, maar kunnen langzaam afbouwen.
  2. Werken blijft voor de meesten leuk omdat het niet langer een dagelijkse sleur is, maar afgewisseld wordt met grotere perioden van vrije tijd.
  3. De opengevallen tijd wordt ingevuld door nieuwe mensen, die zo kunnen ingroeien in hun nieuwe functie en daarbij de steun kunnen krijgen van de afbouwende collega.
  4. Mensen boven de 65 jaar kan men als gids (meester) inzetten om jongeren (gesel) in het werk te begeleiden. Zo maakt men gebruik van de ervaring van de ouderen.
  5. Mensen kunnen zelf keuzes maken hoe ze hun pensioen willen inzetten.
  6. De keuze om op je 65e te stoppen blijft. Je kunt vooraf de financiële gevolgen berekenen en je daarop voorbereiden door bijvoorbeeld een hoger pensioen bijeen te sparen. Want vanaf je 65e tot je 70e heb je recht op een aandeel AOW van 60% van de norm.
  7. De kans dat men op oudere leeftijd op een behoorlijk niveau blijft presteren stijgt, aangezien de werkdruk lager wordt (minder uren).
  8. Belangrijke andere werkzaamheden, zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk of onbetaalde arbeid kunnen in de vrijkomende tijd makkelijker worden ingevuld.

De beide organisaties denken met dit alternatief een oplossing aan te reiken die voor meer mensen hout snijdt dan het simpel verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de discussie over langer werken.

www.eapnned.nl

www.lokalearmoedeconferentie.nl

 

 

 

 

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.