In het licht van de maan... Hoofdstuk 1

Door Daantjeschrijft gepubliceerd op Sunday 04 October 20:22

Hoofdstuk 1

Negen jaren waren er voorbij gegaan. Negen hele jaren waarin ze de vrouw die haar gebaard had alleen op afstand had mogen aanschouwen. Tutie wist niet wat ze gedaan had om die afstandelijke houding te verdienen. Soms gaf ze haar huidskleur de schuld. De kleur van haar huid die een tint lichter was dan die van haar moeder, en veel lichter als die van de meeste andere slaven.

De meester had haar onder het toeziend oog gesteld van haar Nana Lucille. De vrouw die ze zag als haar oom.

Ze was zo trots geweest, toen ze in het grote huis was geroepen om voor het eerst kleine klusjes te doen. Niet langer werd weggestopt in het saaie slavenkwartier, waar overdag niets meer te vinden was dan huilerige hongerige kinderen, oude mensen die hun laatste dagen uitzongen en waar ’s avonds het vermoeide geklaag was te horen van de slaven die terug waren gekeerd van het land. Nana Lucille had haar op het hart gedrukt blij te zijn met het feit dat ze naar het grote huis was geroepen. Het grote huis waar eens haar moeder had mogen werken, voordat ze door de toedoen van de meesteres verbannen was naar de katoenvelden.

 

Ze was zo trots geweest dat ze de vergissing had gemaakt in haar enthousiasme naar moeder toe te rennen om haar het nieuws te vertellen. Haar moeder had haar enthousiasme echter niet gedeeld. In plaats daarvan had ze een kille blik ontvangen.

‘Dus je bent er trots op dat je nu voor je blanke meesters mag rennen! Dat zij mogen bepalen over jou leven, omdat je huidskleur anders is als die van hen,’ had ze gesnauwd. ‘Ga weg voordat ik mijn waardigheid verlies en de meester smeek je te verkopen!’

Vanaf die dag had Tutie niet eens meer de poging gedaan om toenadering te zoeken tot haar moeder. Ze wilde niet verkocht worden. Weggehaald worden van alles wat ze kende. Het enige wat ze kende. Ze wilde niet weggehaald worden van Nana Lucille, die de enige was die om haar leek te geven.

Ze was een slavin, een negerin, geboren in een wereld waarin men met een donkere huidskleur geen vrijheid kende. Dat maakte haar toch één van hen? Waarom accepteerde ze haar dan niet? Waarom wilde haar moeder niets met haar te maken hebben? Ze was niet de enige lichtgekleurde negerin op deze plantage. Ja, haar huid was lichtbruin. Als koffie met veel melk. Lichter als de rest, maar toch… ze was niet meer. Maar ook zeker niet minder.

 

Schuifelend verplaatste Tutie zich. Stap voor stap. Een drukkend gevoel op haar schouders rustend. Ze wilde niet terug naar het slavenkwartier. Niet terug naar de armoedige hutjes die veel te benauwd en warm waren. Naar de priemende blikken van de landarbeiders, maar ze had geen andere keuze. Ze was nog van te weinig betekenis om in één van de betere slavenhuizen te wonen die op een ander gedeelte van het terrein stonden, vlakbij het grote huis. Slechts aan het zicht onttrokken door de rozenstruiken van de meesteres en de grote bomen die ervoor stonden. Nana Lucille had haar op het hart gedrukt goed haar best te doen, te gehoorzamen aan alles wat haar meester en zijn vrouw aan haar vroegen en nooit haar temperament de boventoon te laten voeren. Tutie luisterde altijd naar Nana Lucille.

‘Daag kind, wat kijk je verdrietig vandaag,’ Nana Lucille zat op een krakkemikkige schommelstoel voor haar hut, een toeziend oog te komen op de kleinere kinderen. Wachtend totdat hun moeders zouden terugkeren van het veld.

Tutie haalde haar schouders op. ‘Ik ben niet verdrietig Nana, maar ik zou zo graag willen dat de meester me een plekje gaf in die andere huizen. Die voor de nette slaven.’

‘Sus sus kind. Wat zijn nette slaven?’ Nana Lucille keek haar afkeurend aan. ‘De meeste van hen zijn net als jou geboren in het slavenkwartier, kind. Vergeet niet waar je vandaan komt, ook als je zo’n nette slaaf wordt. Het kan net zo goed zijn dat de meesteres zich morgen tegen je keert kind.’

Beschaamd boog ze haar hoofd. Ergens in het diepste van haar kinderlijke geweten wist ze dat Nana Lucille gelijk had.

In de tweede week dat ze in het grote huis kwam had ze de meesteres horen schreeuwen tegen het keukenmeisje.

‘Jij dom negerwicht! Ik had je de opdracht gegeven andere aardappels te nemen, deze zijn niet goed genoeg om voor mijn gasten neer te zetten,’ de meesteres was buiten haar zinnen van woede. ‘Vindt je het leuk om je meesteres voorschut te zetten? Geniet je daarvan?’

Het arme meisje had haar hoofd geschut. ‘Nee mevrouw.’

Haar ontkenning leverde haar een klap op in haar gezicht. De meesteres duldde geen tegenspraak. Althans niet van haar slaven.

‘Als ik jou was zou ik uitkijken, voordat je weer op het veld beland,’ had de meesteres gedreigd met haar vinger priemend in de lucht.

Nadat de meesteres de keuken had verlaten was het keukenmeisje, die Kitty werd genoemd, huilend in elkaar gezakt op de dichtstbijzijnde stoel. Euphoria, de kokkin, had haar een strenge blik toegeworpen.

‘Ik kan niet op het veld werken, Euphie. Dat ga ik toch niet overleven,’ had ze gesnikt. ‘Die benauwde hutjes en die stinkende negers wanneer ze terug komen van het land. Het hele slavenkwartier is een vieze stinkende plek.’

‘Sus kind,’ Euphoria klonk als een strenge moeder. ‘Nu klink je net als de missy’s.’

Kitty haalde boos haar schouders op. ‘Het is toch zo. Sinds de dag dat ze dat kind hebben binnengehaald ruik ik constant het slavenkwartier hier. Snap niet dat mevrouw dat zelf niet ruikt. Als ze denkt dat wij vies zijn, laat ze ons wel vijf keer achter elke baden in gloeiend heet water.’

‘Laat dat kind met rust Kitty. Ze is onder dezelfde omstandigheden als haar geboren,’ de kokkin had streng geklonken. ‘Het kind kan er niets aan doen dat ze is opgevallen door haar lichtere huid. Jij en ik weten beide dat ze met haar gemengde bloed gevaar loopt voor de grillen van iedere blanke man die haar schoonheid niet kan weerstaan. Ze wordt gezien als een schoonheid, en je ziet nu al dat ze op een dag een schoonheid wordt. Net als jij bent, Kitty. Je weet hoe het is. De meester heeft veel geld voor je betaald vanwege je huidskleur.’

Tutie had verlegen gekeken. Beschaamd, niet wetende waar de vrouwen het over hadden. Al had ze wel het besef gehad dat het over haar gegaan was.

 

‘Nana, is mijn vader een witte man net als de meester?’ Nana Lucille keek haar met grote ogen.

‘Luister kind en luister goed. Er zijn dingen waar we niet over praten, dit is er één van.’

Tutie’s ogen vulde zich met tranen. Waarom mocht ze niet weten wie haar vader was? Wilde hij haar ook niet hebben? Was hij één van de veldslaven? Misschien één van de huisslaven? Hun huid was over het algemeen lichter dan die van de veldslaven.

‘Niet overstuur raken, mijn lieve kind. Sommige dingen kunnen beter blijven zoals ze zijn,’ dat was het laatste woord wat Nana Lucille eraan verspilde.

Het gesprek van de kokkin en het keukenmeisje bleef door haar hoofd spoken, terwijl ze in slaap probeerde te komen. Misschien was een blanke man wel haar vader en was dat de reden waarom haar moeder niets met haar te maken wilde hebben. Ze had haar moeder gezien met de andere kinderen. De teerzwarte baby’s van de veldslaven. Hun huid de kleur van aarde, of zo bruin als de koffie van de meester. Haar moeder was zo liefdevol met hen. Ze tilde ze op, troostte ze of speelde met ze, terwijl ze op de veranda zat te praten met hen moeders. Dingen die ze nooit met haar had gedaan.

Maar haar had ze geweigerd. Geweigerd om een reden die Tutie niet kende. Nu dacht ze dat het was om haar caramelkleurige huid, haar zachte zwarte krullende haar. Veel zachter als het haar van de andere slavenkinderen. Haar lange lokken die tot haar rug reikte als ze haar haren los droeg. Voor het eerst in haar leven begon ze haar uiterlijk te haten. Iets wat ze nog nooit gevoeld had. Ze was niet genoeg voor de anderen.

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.