De tijd van Grieken en Romeinen

Door Paultje gepubliceerd op Friday 29 May 18:56

Lees hier een zeer uitgebreide samenvatting over de tijd van de Grieken en Romeinen. Het bevat alle jaartallen, gebeurtenissen en personen

 

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken in de Griekse stadstaat
  3. De ontwikkeling van het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
  4. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verbreide
  6. Confrontatie tussen de Grieks-Romeinse en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa
  7. Ontwikkeling van het Jodendom en het christendom als eerste monotheïstische godsdiensten

 

1. Inleiding

Dit tijdvak speelde zich af van 3000 v.Chr. tot 500 na Chr. Dit is het tweede tijdvak van de tien tijdvakken. In dit tijdvak wordt de tijd van de Grieken, gevolgd door de tijd van de Romeinen behandeld. Rond 3000 v.Chr. leerde men het schrift kennen en vanaf toen begonnen zij kennis te verzamelen en begonnen ze zich te ontwikkelen in de wetenschap en de filosofie.

 

2. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken in de Griekse stadstaat

Gebeurtenissen

  • 356 – 323 v. Chr.: de wetenschap in het hele Midden-Oosten kwam tot bloei en de grootste bibliotheek ontstond er.

 

Ontwikkelingen

Vanaf de 6e eeuw v.Chr. begon een kleine groep onder de bevolking anders te denken over het mensbeeld en het heelal. Geleerden geloofden niet meer dat de goden alles bepaalden en het individu werd belangrijker dan de gemeenschap. De nieuwe manier van denken was het zoeken naar antwoorden in de natuur zelf en niet in de godsdienst.

 

Personen

  • Aristoteles: filosoof waarvan de belangrijkste Griekse theorieën over het heelal waren (4e eeuw v. Chr.).
  • Ptolemaeus: wiskundige en astronoom waarvan ook de belangrijkste Griekse theorieën over het heelal kwamen (2e na Chr.)
  • Hippocrates: arts die dacht dat een ziekte niet kwam door de goden en onderzocht zelf hoe een ziekte ontstond en hoe die genezen kon worden.
  • Herodotus: de eerste geschiedschrijver, bekeek gebeurtenissen vanuit meerdere standpunten.
  • Thucydides: geschiedschrijver die niet alleen gebeurtenissen beschreef maar ze ook probeerde te verklaren.
  • Socrates: filosoof die al vragend er probeerde achter te komen hoe de wereld in elkaar zat en wat het beste was.

 

Verbanden

De wereld wordt in deze tijd al gezien door sommige onderzoekers zoals hij echt is, in het tijdvak hiervoor werd gedacht dat de aarde een platte schijf was met hemellichamen daarboven. Er werd nu gedacht en beredeneerd met het verstand, zonder dat er goden aan te pas kwamen. Het leven op aarde was nu ook belangrijker. Voor de Egyptenaren was dit niet zo.


3. De ontwikkeling van het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

Gebeurtenissen

  • 800 v.Chr.: vanaf deze tijd droegen natuurlijke omstandigheden ertoe dat er ongeveer tweehonderd aparte stadstaten ontstonden, polissen.
  • 750 - 550 v.Chr.: tussen deze tijd trokken mensen weg omdat de bevolking in de stadstaten groeide maar er te weinig vruchtbare grond was. Ze stichtten overal in het Middellandse Zeegebied nieuwe nederzettingen, kolonies.
  • 500 v.Chr.: Griekse kolonisten kwamen in opstand tegen de Perzische koning Darius. Dit werd de aanleiding tot de Perzische Oorlogen.
  • 490 v.Chr.: de Perzen vielen voor het eerst, vanuit zee, Griekenland binnen. Dit mislukte.
  • 480 v.Chr.: onder leiding van koning Xerxes vielen de Perzen, opnieuw Griekenland binnen, deze keer over land en vanuit zee. Het Perzische leger veroverde heel Griekenland, behalve de Peloponnesos. De Griekse vloot versloeg echter de Perzische vloot.
  • 479 v.Chr.: ook het Perzische landleger werd verslagen.
  • 431 - 404 v. Chr.: Peloponnesische Oorlog onder leiding van Pericles.

 

Ontwikkelingen

De Grieken ontwikkelden nieuwe gedachten over hoe inwoners van een staat bij het bestuur betrokken kunnen worden, zoals bestuur door alleenheersers (autocratie), bestuursvormen waaraan alleen de aanzienlijkste burgers deelnamen (oligarchie) en bestuursvormen waaraan alle burgers deelnamen (democratie). Door de kolonisatie nam de handel toe en ontstond er een nieuwe bevolkingsgroep, de handelaren. Deze werden vaak even rijk of rijker dan de edelen en wilden ook de macht. Hierdoor ontstonden in veel stadstaten democratieën. Door de toename van handel en nijverheid kwam er ook steeds meer werk. Er werden daarom veel slaven ingevoerd en uiteindelijk was een derde deel van de bevolking slaaf.

 

Personen

  • Edelman Kleisthenes: zorgde voor de invoer van directe democratie (509 v.Chr.).
  • Perzische koning Darius: hiertegen kwamen griekse kolonisten in 500 v. Chr. in opstand en werd de aanleiding tot de Perzische Oorlogen.
  • Perzische koning Xerxes: viel in 480 v.Chr. opnieuw Griekenland aan, maar dit mislukte.
  • Atheense leider Pericles: onder zijn leiding begon in 431 v.Chr. de Peloponnesische Oorlog.

 

Verbanden

Er is een grote ontwikkeling tussen het tijdvak van de jagers en boeren en die van de Grieken en Romeinen. In de Grieks-Romeinse tijd is er een echt bestuur, er zijn oorlogen en stadstaten. Zoiets was er nog niet in de tijd waarin jagers en boeren leefden.

 

4. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

Gebeurtenissen

  • 5e eeuw v.Chr.: de Gouden Eeuw. In deze tijd werd de beeldhouwkunst gekenmerkt door vrijstaande beelden, bewegingen en een natuurlijke weergave van het lichaam.

 

Ontwikkelingen

Een Griek werd goed opgeleid, het was belangrijk goed handel te kunnen drijven, te kunnen deelnemen aan de democratie en aan sport en muziek. Kunst was ook belangrijk geworden in de Griekse cultuur, het was gekenmerkt door vrijstaande beelden, beweging en een natuurlijke weergave van het lichaam. Bij de bouwkunst waren juiste verhoudingen ook heel belangrijk.

 

Personen

  • Polycletus gebruikte in zijn beeldhouwkunst een vaste verhouding: het hoofd was precies één zevende van het lichaam.

 

Verbanden

Onderwijs, sport, politiek, beeldhouwkunst, en bouwkunst waren belangrijker geworden dan in het tijdvak hiervoor. Toen werd daar nog helemaal niet aan gedacht, men was alleen bezig met genoeg voedsel bij elkaar krijgen om te kunnen overleven. In de Grieks-Romeinse tijd was hier wel tijd voor.


5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verbreide

Gebeurtenissen

  • 338 v.Chr.: Griekenland werd veroverd door koning Philippus van Macedonië.
  • 334 v.Chr.: Alexander viel de oude vijand van Griekenland aan om zo alle Grieken achter hem te hebben staan. Negen jaar later had hij het Perzische Rijk in zijn macht.
  • 800 v.Chr.: Etrusken, een volk uit het Midden-Oosten veroverden een groot deel Italië, waar Rome lag, en leefden van de landbouw. Uiteindelijk ontstonden steden door handel.
  • 500 v.Chr.: aantal inwoners van de steden kwamen in opstand tegen Etrusken, ook in Rome.
  • 500 – 275 v.Chr.: de Romeinen veroverden heel Italië.
  • 44 v.Chr.: geslaagde moordaanslag op Caesar door enkele senatoren.
  • 212: iedereen in het Romeinse Rijk krijgt burgerrecht.[/LIST]

 

Ontwikkelingen

Na de verovering van het Perzische rijk door Alexander de Grote trokken veel Grieken naar het Midden-Oosten. Daar werd de Griekse cultuur verspreid. Na zijn dood viel het rijk in uiteen. Ondertussen hadden de Etrusken Italië veroverd en werd het een republiek. Caesar trok met zijn leger naar Rome om de macht te krijgen, maar werd vermoord. Toen kreeg Augustus de macht, die in opstand kwam tegen de senaat na de dood van Caesar. Het Romeinse Rijk werd een keizerrijk en hij werd de eerste keizer. De Pax Romana ontstond. Zo werd een groot gebied samengebracht onder leiding van een keizer met een eigen cultuur.

 

Personen

  • Koning Philippus van Macedonië: Veroverde in 338 v.Chr. Griekenland.
  • Alexander de Grote de zoon van Philippus: volgde zijn vader op en had in negen jaar het Perzische rijk in zijn macht (365 – 323 v.Chr.).
  • Julius Caesar: bevelhebber die met zijn soldaten naar Rome trok om de macht.
  • Octavianus: achterneef van Caesar, kwam als overwinnaar uit de burgeroorlog na Caesar’s dood. Liet zich later Augustus noemen, werd de eerste keizer.

 

Verbanden

De Griekse cultuur werd verspreidt en er werd een groot rijk gesticht. Dit is niet in het tijdvak hiervoor voorgekomen. Toen was er nog geen saamhorigheid en iemand die zoveel macht en leiding had. Alle mensen leefden apart in kleine groepen, maar in dit tijdvak niet meer.

 

6. Confrontatie tussen de Grieks-Romeinse en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa

Gebeurtenissen

  • 395: dood van Theodosius, het Romeinse rijk werd verdeeld in oost en west
  • 476: het West-Romeinse rijk viel uiteen in Germaanse staten
  • 1453: het Oost-Romeinse rijk werd veroverd door Osmaanse Turken

 

Ontwikkelingen

Germaanse volken trokken het Romeinse rijk binnen en behielden hun cultuur. Ze leefden van landbouw in dorpen en hadden een andere godsdienst en normen, waarden en deugden. In de 5e eeuw werd ook de invloed van Franken steeds groter en de Romeinse invloed steeds minder. Van de Romeinse cultuur bleef uiteindelijk weinig over. Er was een sterk verlangen naar een leider om de plunderingen tegen te gaan, dit werd Clovis. Door de doop van Clovis werd Europa christelijk met een Romeinse traditie. Het christendom doordringt hiermee het Germaanse.

 

Personen

  • Clovis: werd koning van één van de Frankische stammen om plunderingen te voorkomen.

 

Verbanden

Bij dit kenmerkend aspect breekt de Grieks-Romeinse cultuur als het ware af. In het begin van dit tijdvak werd dit juist opgebouwd, dat is dus een groot verschil. Alles waar de Grieken en Romeinen voor hadden gezorgd wordt steeds minder door de jaren heen, en Europa werd christelijk met een Romeinse traditie.


7. Ontwikkeling van het Jodendom en het christendom als eerste monotheïstische godsdiensten

Gebeurtenissen

  • 63 v.Chr.: Palestina werd ingelijfd bij het Romeinse Rijk.
  • 70 na Chr.: verwoesting van Jeruzalem door Romeinse bevelhebbers na opstand van Joden.
  • 4e eeuw: de Romeinse keizers aanvaardden het christendom en er ontstond meer eenheid.

 

Ontwikkelingen

Het christendom en Jodendom ontstond tijdens perioden van overheersing in Palestina. Na de inlijving van Palestina door het Romeinse Rijk vluchtten veel Joden naar andere gebieden in het Midden-Oosten en Europa. Zo werd hun godsdienst verspreid. Van 100 tot 300 was het christendom in veel streken van het Romeinse rijk verschillend. Toen de Romeinse keizers het christendom aanvaardden, ontstond er meer eenheid. Ook door de Pax Romana werd deze godsdienst snel verbreid en veel armen en onderdrukten werden aangetrokken.

 

Personen

  • David en Salomon: onder deze koningen leefden de Joden in een onafhankelijk koninkrijk (1000 v.Chr.)
  • Jezus van Nazareth: leraar in tijd van Augustus en sprak in Palestina over ‘het koninkrijk van God’. Hij werd veroordeeld tot de dood door Pontius Pilatus.
  • Apostel Paulus: leverde belangrijke bijdrage aan het verbreidden van het christendom in het Romeinse Rijk. Werd samen met Petrus door Nero vermoord.
  • Constantijn: stond het christendom als eerste toe in 313, en werd zelf ook christen (306-337).
  • Theodosius: maakte het christendom tot enig toegestane godsdienst in 394.

 

Verbanden

In het vorige tijdvak geloofde het volk in meerdere goden, nu niet meer. Nu is het een monotheïstische godsdienst. Ook veel mensen hadden nu hetzelfde geloof, het christendom werd namelijk door het hele Romeinse rijk verspreid.

 

Vond je dit een goed artikel? Neem dan eens een kijkje bij de andere tijdvakken:

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.