De tijd van pruiken en revoluties

Door Paultje gepubliceerd op Friday 22 May 10:35

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Rationeel optimisme en ‘verplicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
  3. Voortbestaan van het ancien regime met pogingen het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
  4. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën – en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel en opkomst van het abolitionisme
  5. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap

 

1. Inleiding

Dit tijdvak duurde van 1700 tot 1800 na Chr. In deze periode werd 'verlicht denken' toegepast op alle gebieden van de samenleving. Je kunt hierbij denken aan godsdienst, politiek en economie. In deze periode was ook de opkomst van het abolitionisme. Nog een ander kenmerkend aspect zijn democratische revoluties in westerse landen.

 

2. Rationeel optimisme en ‘verplicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen

Gebeurtenissen

  • 1776: De econoom Adam Smith schreef als belagnrijkste boek ‘An inquiry into the nature and causes of wealth of nations’.
  • 1670: John Locke schreef in ‘Two treatises of government’ dat wetten voor iedereen gelijk moeten zijn en dat belastingen alleen met toestemming van het volk of zijn vertegenwoordigers mag worden geheven en vrijheid van godsdienst moet zijn.
  • 1762: Jean-Jacques Rousseau schreef ‘Contrat social ou principes du droit politique’ over vrijheid voor de mensen.
  • 1748: Montesquieu schreef ‘De l’esprit de lois’, over de scheiding van de drie machten, wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.

 

Ontwikkelingen

De verlichters van de Renaissance vonden op het gebied van sociale verhoudingen dat vrijheid het belangrijkste was, zoals vrijheid van meningsuiting, drukpers, geloof en handel. Op gebied van godsdienst zagen veel verlichte schrijvers God wel als Schepper van de wereld, maar volgens hen greep God niet in de wereld in. De wereld werd beheerst door natuurkrachten die met het verstand aangetoond en verklaard konden worden. Economisch gezien vonden veel verlichters het belangrijk het eigenbelang na te streven, wat welvaart voor allen zou opleveren. Ook vonden de verlichters dat de natuur moest worden vereerd en dat men andere culturen moest respecteren.

 

Personen

  • Adam Smith: econoom, schreef als belangrijkste boek ‘An inquiry into the nature and causes of wealth of nations’ (1723 – 1790).
  • John Locke: verlichter met politieke ideeën, schreef in het boek ‘Two treatises of government’ dat wetten voor iedereen gelijk moeten zijn en dat belastingen alleen met toestemming van het volk of zijn vertegenwoordigers mag worden geheven en vrijheid van godsdienst.
  • Rousseau: Jean-Jacques. Schreef in ‘Contrat social ou principes du droit politique’ over vrijheid voor de mensen (1712 – 1778).
  • Montesquieu: Schreef ‘De l’esprit de lois’, over de scheiding van de drie machten, wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht (1689 – 1755).

 

Verbanden

Door de Verlichting is er veel veranderd. De verlichters kregen andere ideeën over onderwerpen, die ze vooral met het verstand bekeken nu. In andere tijden, zoals bijvoorbeeld in de Middeleeuwen werd dit niet gedaan. Toen ging iedereen en alles van de kerk uit.

 

3. Voortbestaan van het ancien regime met pogingen het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)

Gebeurtenissen

  • 18e eeuw: Er waren al een aantal verlichte despoten.
  • 1762: Catharina de Grote kwam in Rusland aan de macht.

 

Ontwikkelingen

Er kwamen verlichte despoten aan de macht die meer rekening hielden met de belangen van de bevolking dan andere koningen. Ze hielden wel alle macht in handen maar ze waren bereid een aantal verlichte ideeën uit te voeren.

 

Personen

  • Frederik de Grote koning van Pruisen. Schaftte onder andere de pijnbank af en was een verlicht despoot
  • Catharina de Grote kwam in 1762 aan de macht in Rusland en liet West-Europese architecten paleizen bouwen in Rusland en breidde het onderwijs uit.

 

Verbanden

Er kwamen een aantal koningen aan de macht die niet alleen meer aan zichzelf dachten, zoals bijna altijd was geweest in de geschiedenis, maar ze hielden nu ook meer rekening met de belangen van de bevolking. Dat was nog niet eerder voorgekomen. Deze ‘verlichte despoten’ hielden nog wel alle macht in handen, dat is wel altijd al zo geweest.


4. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën – en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel en opkomst van het abolitionisme

Gebeurtenissen

  • 16e – 19e eeuw: Na schatting werden tien miljoen Afrikanen als slaaf naar Amerika gebracht in deze periode.
  • 1494: Verdrag van Tordesillas, waarbij Spanje en Portugal de niet-Europese bevolking onderling ‘verdeeld’. In de 17e eeuw doorbraken echter andere Europese landen dit door handelsposten in Afrika te veroveren.
  • 1621 – 1734: De West-Indische Compagnie (WIC) had in deze periode het monopolie van de Nederlandse slavenhandel.
  • 1787: Society for the abolition of the Slave Trade werd opgericht in Engeland.
  • 19e eeuw: Het abolitionisme kreeg toen pas succes.

 

Ontwikkelingen

De Europeanen kregen steeds meer invloed over de hele wereld omdat zij grote gebieden koloniseerden en velen onder hun macht hadden. Ze verplichtten mensen producten voor hen te verbouwen zodat die konden worden verkocht in Europa. Zo ontstond ook de trans-Atlantische slavenhandel. Grote aantallen mensen werden met schepen vervoerd naar andere werelddelen om daar te werken op de plantages voor de Europeanen. Er waren zeer slechte omstandigheden voor hen. Er waren ook tegenstanders tegen de slavernij en het handelen van slaven.

 

Personen

  • Thomas Clarkson: abolitionist die kort na het uitbreken van de Franse Revolutie naar Parijs, in de hoop dat hij hulp van het Franse parlement zou krijgen om de slaven te helpen. Hij kreeg deze hulp echter niet.

 

Verbanden

Er is bijna altijd al slavernij in de wereld geweest, zoals bijvoorbeeld in het oude Egypte. Alleen nu was het zo dat de slaven ook werden verhandeld naar andere werelddelen, de trans-Atlantische slavenhandel, en er werden grote plantages aangelegd. Met deze grote omvang van de slavernij ontstond het abolitionisme, het streven om de slavenhandel en slavernij af te schaffen. Dit was ook iets nieuws in de geschiedenis.


5. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap

Gebeurtenissen

  • 1789: De koning riep de Staten-Generaal bijeen omdat hij de edelen en geestelijken meer belasting wou laten betalen.
  • 20 juni 1789: De Eed in de Kaatsbaan, de derde stand roept zich uit tot Nationale Vergadering.
  • 14 juli 1789: Bestorming van de Bastille.
  • 1791 – 1793: Eerste Franse grondwet, gefungeerd op de Verklaring van de rechten van de mens en burger. De koning keurde de grondwet goed uit angst voor nieuwe problemen.
  • Juni 1793: Ongeveer 80.000 Parijzenaars omsingelden het parlementsgebouw en wouden 29 Girondijnen gevangen nemen. Na dit voorval waren de radicalen de baas.
  • 20 juni 1791: De mislukte poging van Lodewijk XVI om met z’n gezin Frankrijk uit te vluchten.
  • 1792: Uitroeping van de republiek in Frankrijk.
  • April 1792: Frankrijk verklaarde de oorlog aan Oostenrijk.
  • 1793 – 1794: Gecentraliseerde eenheidsstaat onder leiding van de Jakobijnen.
  • 1794 – 1799: Tweede Franse grondwet.
  • 1799: Napoleon komt aan de macht.
  • 1797 – 1812: Napoleon veroverde een groot deel van Europa.
  • 1799 – 1815: Frankrijk als keizerrijk.
  • 1815: De slag bij Waterloo waar Napoleon definitief werd verslagen.

 

Ontwikkelingen

De Franse samenleving was onderverdeeld in drie bevolkingslagen, standen. De eerste en de tweede stand, de geestelijken en de adel, hadden het veel beter dan de derde stand en de boeren. Er was dus grote ontevredenheid onder hen, omdat het niet eerlijk was. De koning riep toen de Staten-Generaal bijeen, in 1789, omdat hij de edelen en geestelijken meer belasting wou laten betalen. De derde stand riep zich toen uit tot Nationale Vergadering en besloot dat Frankrijk een grondwet moest krijgen. De koning verbood de Nationale Vergadering en door de soldaten in de stad werden de mensen bang en bestormden ze de Bastille. De boeren gingen landgoederen plunderen en veel edelen vluchtten het land uit. De radicalen begonnen een Terreur en voerden verschillende wetten in. Uiteindelijk kon bijna niemand aan de guillotine ontkomen en er kwam een opstand waarna de radicale leiders werden afgezet. Hierna greep Napoleon de macht en veroverde een groot deel van Europa.

 

Personen

  • Koning Lodewijk XVI: koning van Frankrijk die in de 18e eeuw in zulke grote problemen terecht kwam dat een revolutie het gevolg was. Ter dood veroordeeld in 1793
  • Marie Antoinette: vrouw van Lodewijk, geboren in Oostenrijk.
  • Robespierre: onder leiding van hem begonnen de radicalen een Terreur.
  • Napoleon: jonge officier die in 1799 de macht greep in Frankrijk

 

Verbanden

Het kwam voor het eerst in geschiedenis voor dat er zo’n grote revolutie was. Door de Franse Revolutie werd de kerk en de staat echt van elkaar gescheiden. Hiervoor hadden deze twee altijd nog met elkaar te maken. Ook kwamen er nu rechten voor de mensen, vastgelegd in grondwetten.

 

Vond je dit een goed artikel? Neem dan eens een kijkje bij de andere tijdvakken:

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.