Het foute pepermuntje

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 10 April 16:57

“Jaja, zo, hier zit jij dus, smerig kreng,” krijst hij onverwacht de rust aan diggelen, zodat de doodzieke mensen rond de tafel verschrikt rechtop schieten. Iedereen is overrompeld, niemand  durft zich te verroeren. De absurde gedachte dat hij niemand netjes heeft gegroet zet zich als een anker in mijn brein vast. 

e8b9ccb4b03c4b44ef7eabad87206937_medium.Ze was zo blij hem te zien, schiet het door me heen en verrast kijk ik naar het ding dat daar staat te gillen. Zijn onvoorstelbare woede ontneemt niet alleen mij de adem. Grote bloeddoorlopen ogen hypnotiseren ma, zien niets of niemand anders dan wie hem kennelijk levenslang heeft gemarteld. Zijn handen tot vuisten gebald sidderen tot hij er één in een volkomen zinloos gebaar met eng witte knokkels naar voren stoot, rakelings langs een ineengedoken bewoner. Mijn ogen schieten naar ma die, net als wij allemaal, amper weet wat haar overkomt. Broer zet de handen op de heupen, maakt zich breder en gilt: “Wie denk jij nou eigenlijk wel dat je bent hè?” De schelle toon kan de ruiten in de verre omgeving laten barsten en doet snerpend zeer aan mijn oren.
“Jij, jij, altijd draait alles om jou! Jij denk alleen maar aan jezelf. Nooit aan mij, hoor je mij?” Hij verwacht geen antwoord, haalt enkel adem om zijn onmetelijke haat over de tafel te slaan.
“Nooit vraag jij hoe het met ons gaat, jij vuile egoïste!” Het gebeurt allemaal te snel om te vatten en ik snap niet hoe hij de moed heeft om haar in het openbaar zo vreselijk hard aan te pakken. Met ingehouden adem zitten wij stokstijf verlamd rond de grote vierkante tafel. 

“Hoe durf jij je zo aan te stellen in dat ziekenhuis? Nou? Nou?”
Er komt geen antwoord. Ma kan hem enkel met open mond aan kijken.
“Wat kan mij jouw verrotte ziekte verdomme schelen? Nooit was jij een goede moeder. Alsof die diaree mijn schuld is? Nou? Nou? Wat heb je daarop te zeggen?”
Niets. Niemand reageert, staat op of houdt hem tegen. Ik ook niet, verdorie!
“Hoe durf je mij op laten draven om chauffeur te spelen omdat jij zo nodig naar die stomme vrienden van je moet? Haha. Dat is het toppunt van alles, want dan nog vraag je niet één keer hoe het met ons is.” Jij moet ingrijpen, gilt het in mij, maar ik lijk bevroren op de plek. De mijnheer met de zuurstofslang in de neus lukt het wel om op te staan. Hij wankelt kromgetrokken weg, evenals de jongere vrouw die hier vanwege leverkanker op de dood zit te wachten. Broer merkt niets van dat al.

“Hoe durf jij dan óók nog zomaar een pepermuntje uit de auto te pakken? Zonder mijn toestemming?” gilt hij nog harder. Dat ik al die woorden haarscherp hoor terwijl mijn gedachten normaal doorgaan snap ik niet, maar ik neem het hem zeer kwalijk dat hij niet geïnteresseerd was in haar ziektebeeld, zich al die tijd afzijdig hield en nu wel al zijn gram moet spugen. Door de absurditeit van dat foute pepermuntje keert het gevoel in mijn benen terug. Rustig sta ik op, loop langzaam om de wit weg getrokken vrijwilligster heen en tik hem drie keer zacht op de schouders. 

9e628a99d8011cc6944874c738781a97_medium.

De betovering verbreekt

Totaal overstuur kijkt hij mij verstoord aan, schrikt zelfs. Het was je niet opgevallen dat ik hier getuige van ben, domme droplul?
“Kom je even mee?” vraag ik suikerzoet, fluisterzacht terwijl mijn hart in mijn keel stampt. Hij knikt, loopt mee naar de deur, waar zich mensen hebben verzameld die op de herrie zijn afgekomen. Met mijn kromme wijsvinger lok ik hem mee langs de hal met de mooie trap. In de gang naar ma’ s kamer ben ik verbaasd dat hij zomaar zonder protest meeloopt zonder me van achteren te bespringen. Voor haar bed aan geland vraag ik of hij zo vriendelijk wil zijn de kamerdeur te sluiten. Als een zombie doet hij wat ik vraag, draait zich om en komt rustig op me af. Met een verwrongen rode kop bekijkt hij mij hijgend van onder tot boven alsof hij me nog nooit eerder heeft gezien. Ik ben des duivels, wens echter niet als een viswijf door het hele gebouw hoorbaar te zijn.

“Kijk Broer, zie je dit hier?” sis ik voorzichtig buiten adem en maak een wijd gebaar met mijn arm door de hele kamer.
“Dit is de plek. Hier is ze vandaag naartoe verhuisd! Om te sterven,” fluister ik zo zacht dat hij zijn oor naar mij toe moet draaien. Het is alsof hij wakker wordt.

“Ja, nou en?”
“Wat bezielt jou in Godsnaam? Hoe durf je ma in het bijzijn van al die onbekende mensen zo te grazen te nemen?”
“Dan had ze maar niet....”Oh nee, jochie, dit riedeltje ken ik te goed, stomkop.
“Niets mee te maken. Dat had je met haar af moeten handelen toen het zich afspeelde, boeren kinkel. Jij hebt nooit iets gedaan om jouw ellende met haar netjes en beschaafd op te ruimen. Alle kansen heb je in de afgelopen dertig jaar voorbij laten gaan, flapdrol. Nu komt jouw smerige opgekropte haat te laat. Ik tolereer het niet dat je ma nu nog lastig valt met oude troep, die jij je hele leven lang hebt opgespaard.” Wonder boven wonder laat hij me uitspreken terwijl ik langzaam maar zeker toch steeds harder ben gaan praten.
“Durf jij wel? Iemand die te zwak is om op de benen te staan zo te vernederen? Dat soort persoonlijke zaken bespreek je privé, stom rund. Maar nee, jij moet zo nodig jouw ergernis ten overstaan van allemaal stervende mensen uitschreeuwen? Is het fijner met medestanders erbij of zo?”

“Ach jij, met jou heb ik niets te maken.”
“Nee, haha, dat weet ik al jaren, want met mijn prietpraat kun je niets, maar als je weer iets hebt dat jouw tere zieltje niet verdraagt kom je daarmee bij mij! Hoor jij dat? Ma is bijna dood! Zij is voor dat soort gevechten nu te zwak. Ik ben in de bloei van mijn leven en kan jou aan, maar dat durf je niet, hè smerige lafaard? Jij kunt alleen maar strijden als de ander al ten onder is gegaan, toch? Dan durf je wel hè? Dat snoepje, waar jij zo over valt, had ze doodgewoon nodig! Omdat jij als een waanzinnige rijdt en door die tumoren in haar hoofd wordt ze daar héél misselijk van. Dat soort simpele dingen kun jij je niet voorstellen, maar ik heb jullie nog nooit kunnen betrappen op enig inlevingsvermogen. Omdat jullie alléén maar aan jezelf kunnen denken, stuk verdriet.” Instinctief weet ik dat het nu genoeg is.

“Had je liever gehad dat ma jouw heilige koe onder had gekotst?” sneer ik toch nog even. Hij kijkt me verbaasd aan een schudt zowaar zijn hoofd.
“Goed zo, dan weet je nu hoe ik erover denk. Jij gedraagt je in het vervolg als een beschaafde zoon of je blijft weg.” Ik wacht zijn reactie niet af en loop met grote passen langs hem heen om mijn arme moeder weer op te zoeken. 

Vorig deel: Gesloten boeken

Vervolg:
Op die oude fiets

 

Reacties (24) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Jij hebt veel meer zelfbeheersing dan ik in zo'n situatie zou hebben.
'Met de vlakke hand corrigeren', dat kwam meteen in me op toen ik het las. Gewoon hoppa! Vijf vingers die nog een tijdje nagloeien op zijn wang. Waar iedereen bij was. En dán pas praten.

Onvoorstelbaar...!
Ik was te perplex om meteen adequaat te reageren, zat als versteend aan die tafel
whaw .... dit heb ik in één ruk uitgelezen !!
Het is ZO ERG .. wat een man is dat toch en dan nog al die opgekropte woede eruit schreeuwen in het bijzijn van die anderen ...

Ik kan dit ECHT niet vatten!!
Ik ook nog steeds niet echt
Opgekropte woede die resulteert in pure haat is lelijk en schrikwekkend om te zien. Het eet je vanbinnen op, net als bij je broer.
Als karma bestaat....
Ik geloof wel dat karma bestaat.
Auw!
Deze gaat door merg en been, als ik ergens een hekel aan heb, is het aan schreeuwende mensen, die zijn kansloos bij mij. Wat een hork van een vent zeg!
Ja, hoe gestoord moet je zijn?
Ben je dan zoveel beter dan diezelfde moeder, die je ( niet eens altijd terecht) de schuld van alles geeft?
Hoeveel haat moet je voelen om werkelijk alles aan eerbied, respect voor een ander, zo genadeloos aan je laars te lappen?
Gestoord in de letterlijke zin van het woord denk ik. Reken maar dat die vrouw ook geen deel van leven bij hem heeft/had, maar dat ze het mss niet aan de buitenwereld laten zien. Anders zou ze niet zo volgzaam met hem wegrijden in die auto.
Er zijn wat die twee betreft zeker heel veel boeken gesloten gebleven. Ik zat er enkel erg alleen 'tussen'.
Daar voel je je eenzaam bij.
Onvoorstelbaar!
Ja, zoiets zou ik niet kunnen verzinnen, maar ja, het leven is vaak meer onvoorstelbaar dan je fantasie
Inderdaad. Niemand verdient toch zoiets op - in feite - zijn of haar sterfbed. Ik geloof wel in karma, dus 'broerlief' is er nog niet; ook hij komt een keer in deze kwetsbare positie.
Gelukkig denk ik ook dat er ooit iets zal worden opgelost, al zal ik dat niet meer merken.
Het is om koud van te worden. Compleemet bijna plaatsvervangende schaamte.
Je gunt dat toch niemand?
Ik weet trouwens niet hoe ik aan al die woorden kwam, zo plotseling, maar ze leken klaar te liggen. Kennelijk had ik door alle gemene dingen die er daarvoor al waren gebeurd ( die ik met EmjE uit ten treuren had besproken) toch 'onbewust' voorbereid?
Hij is een nog grotere hufter dab=n iemand kan verzinnen. Goed aangepakt.
Ja, zo iets afschuwelijks komt misschien maar één keer in je leven voor en dat het nou net hier moest gebeuren, bah.