Iedereen wordt op een eerlijke wijze op de proef gesteld

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 05 April 12:34

    Het soort leven wat we in het voorbestaan leefde is van invloed op de plaats die wij heden in de sterfelijkheid innemen. In dit verband heeft president Lee de volgende uitspraak gedaan: "Gij zijt allen de zonen en dochteren van God. Uw geest werd, voordat de wereld er was, geschapen en jullie leefde in het voorbestaan als een zelfstandig denkend wezen. U bent gezegend met een stoffelijk lichaam en dat is vanwege uw 'gehoorzaamheid in dat voorbestaan'. U bent nu in een bepaald gezin geboren en maakt deel uit van een bepaalde natie als beloning voor het soort leven dat u leefde voordat u hier op aarde kwam". (CR van oktober 1973, blz. 7.)

                 

     Het lijkt alsof velen die onder zeer gunstige omstandigheden geboren zijn niet erg gehoorzaam zijn en dat komt omdat ieder mens zijn eigen vrije wil heeft. Indien hij niet getrouw en gehoorzaam blijft en zich niet wil bekeren zal hij de gunst en de zegeningen van de Heer verliezen. President Lee heeft hierover het volgende gezegd: "Er zijn er velen die, voordat deze wereld bestond, werden voorgeordend voor een grotere staat dan zij hier voor zichzelf hebben bereid. Zelfs al behoren zij tot de edelen en groten, uit wie de Vader, zoals Hij zelf zei, zijn uitverkoren leiders zou kiezen, dan nog is het mogelijk dat zij hier in de sterfelijkheid niet aan hun roeping voldoen. (CR van oktober 1973, blz. 7.) De wet is dus nog steeds hetzelfde. God zegent de getrouwen ongeacht hun status, ras, afstamming of wat voor uiterlijke hoedanigheid dan ook. Hij is geen aannemer des persoons.

                                         

     We kunnen hier twee belangrijke lessen uit trekken.

Ten eerste. Indien we in ons (eeuwige) leven aan God gelijk willen worden kunnen we niet van criteria uitgaan die geen enkele waarde hebben. Dat betekend dat wij bijvoorbeeld onze vrienden niet moeten kiezen op grond van wereldse kleding, manieren of rijkdommen. Indien we werkelijk naar onze eigenschappen, die naar Godsvruchtige getuigenis zouden willen streven dan zou dat een ommekeer teweegbrengen in onze verhouding met onze medemensen.

                                

Ten tweede. Het heeft te maken met onze eigen ideeën over onszelf. Bijvoorbeeld. Een meisje dat volgens de normen van de cultuur waarin ze leeft tamelijk onaantrekkelijk is kan zich afvragen waarom God haar dit heeft aangedaan. Waarom haar geest niet naar een aantrekkelijker lichaam gezonden had kunnen worden. Indien ze enig inzicht had in Gods liefde en zijn onpartijdigheid, zou ze weten dat de uiterlijke verschijningsvorm er voor Hem niet toe doet. Bovendien zou ze dan weten, dat, indien haar eeuwige vooruitgang werkelijk werd tegengehouden door dat lichaam wat haar gegeven is, dan zou een echte liefhebbende Vader dit nooit hebben toegestaan. Indien zij zijn wetten onderhoudt zal ze elke zegen ontvangen die de Heer maar geven kan.

                                   

     De melaatse die Christus geloofde was beter af dan de farizeeër die Hem verwierp. De hoer die zich bekeerde en Hem volgde stond meer in de gunst dan de apostel die Hem ging verraden. In sommige opzichten kan schoonheid een grotere uitdaging zijn dan lelijkheid. Het leven is ingewikkeld genoeg om ieder mens te beproeven. Het doet er weinig toe of men de proef ondergaat in de vergulde hallen van een paleis of in een smoorhete modderhut in de woestijn en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.