Het mottencarnaval

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 16 March 23:20

Ma had gisteren voorgesteld niet iedere dag meer bij haar te komen koken. Het was wel even wennen, want “jij hebt onderhand geen eigen leven meer! Je lessen ‘s morgens en ’s avonds gaan immers gewoon door! Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat jij er overspannen van wordt om altijd voor mij klaar te staan. Ik heb je straks nog véél meer nodig. Zolang het niet te urgent is…”

”Ma, het is geen extra moeite. Ik moet thuis immers ook voor M**** en mij koken.”
“Ja maar, ik wil ook wel eens op mezelf zijn,” zei ze kordaat en ik zag met verbazing dat het weer één van haar doorzichtige smoesje was.
“Oké, jij mag het zeggen, ma. Ik maak het je graag naar de zin. Laten we het dan in iedere geval iets minderen, goed?”
“Ja, doe maar... om eh, om de dag?” Ik was het gewend dat ze vóór mij dacht, maar nu ze ineens over mijn welzijn inzat was dat zeker onverwacht. Had ze door die onherroepelijke ziekte iets van de overkant gezien, die ze nooit eerder zag?2df72763af2075ad272983dd4ad20ccf_medium.

Mijn eerste vrije mantelzorgdag.

De leerlingen waren van alles op de hoogte en de portretles van die ochtend was zonder noemenswaardige opwinding verlopen. Na de inkoop van tekenmateriaal genoot ik even met een vruchtensapje van de rust voordat mijn kind thuiskwam, toen de telefoon ging.

“Oh Syl, oh Syl het is te erg, echt te erg,” klaagde ma en ik zuchtte onwillekeurig, voorzichtig, naar ik hoopte onhoorbaar. Hoor ik het wel goed? Snikt ze nu echt?
“Wat is er ma?” vroeg ik rustig terwijl de adrenaline door mijn lijf zwiepte.
“Ik kan het je niet door de telefoon vertellen. Het is te erg. Kom je, kom je alsjeblieft gauw hier naar toe?” smeekte ze en ik zuchtte nogmaals. De rust is wel van zeer korte duur geweest, dacht ik wat geërgerd, maar ze had zo wanhopig geleken dat ik daar niet al te veel tijd aan wilde verspillen en meteen in de hulpmodes schoot. ​Ze klonk zoals ik haar nooit eerder heb gehoord. Ik ben dus nog steeds, gelukkig, een weekdier voor hulpelozen met hun overrompelende ongrijpbare emoties.

Vlug krabbelde ik een berichtje voor mijn dochter op een briefje en met twee treden tegelijk stormde ik de trap af om in het afgeleefde donkerblauwe ratelbakje weg te stuiven. Mijn Renault 4 was al een tijd aan vervanging toe. De koppeling slipte en in al die onverwachte, niet dagelijkse, drukte had hij geen grote beurt meer gehad. Ik hield hem aan, maar mijn geliefde ronkerd met de pientere pook zou ik van de hand doen zodra ik niet meer iedere moment voor mams klaar hoefde te staan.
Natuurlijk was ik zenuwachtig, maar het heeft weinig zin om alle twee in paniek te wezen, dacht ik en kreeg in de auto via gecontroleerd diep ademhalen de adrenaline redelijk onder de knie. Ik werd zelfs nieuwsgierig: wat was er nu, na al die andere enge dingen, aan de hand dat ze zelfs duidelijk liet horen hoe overstuur ze was?

adc30f77c56e9f27017a4ee2ab4d9f64_medium.

Toen ik binnen kwam was het nog goed te zien dat ma gehuild had. Even mocht ik haar over de arm strijken, troosten, maar al snel duwde ze me weg en ik begon eerst maar eens met water op te zetten voor een sterk bakje thee.
“Wel ma, vertel het eens,” speelde ik daarna de altijd rustige weloverwogen dochter.
“Oh Syl. Het is zo erg. Ik wist het wel, had er al een hard hoofd in, maar ja. Kwist het wel. Normaal houd ik dat soort dingen echt allemaal nauwkeurig bij. Ik verzorg het goed, maar nou ja, het is toch logisch dat het er, met al die sores van die rotziekte, bij in geschoten is? Dat het er niet van gekomen is?” vroeg ze en ik knikte, al wist ik niet waar het over ging.

“Ik lucht regelmatig. Dat moet ook! Anders loopt het in het honderd. Er is immers veel van zuiver wol, maar dit jaar, nou ja. Het is er niet van gekomen! Te ziek van die chemo en zo. Nou krijg ik dat er óók nog bij. Heb ik zo mijn best gedaan, me tegen heug en meug volgevreten omdat iedereen dat zo wilde. Ik heb me er zo op verheugd, kan het eindelijk aan, maar nou krijg ik deze ramp voor de kiezen! Begrijp ik het goed? Gaat dit om jouw kleren? Ben ik dáárvoor met grote spoed opgetrommeld? 
Ik keek naar mijn oersterke moeder die triest en verslagen tegenover me aan de zo bekende burgerlijke eiken eettafel zat. In het keukentje begon de waterketel te gillen en ze zei, nadat ik de theepot opgeschonken had, dat ik mee naar boven moest komen, “want, oh Syl, je weet echt niet wat je ziet.” Ze opende op de kleine kamer de beide kledingkasten en zei dat ik het zelf maar eens moest bekijken. Het leek daarbinnen echter allemaal in orde.

Tot ze haar rode mantelpakje ruw uit de kast viste en me kwaad op de motgaten wees. Het was inderdaad vreselijk. Ik werd spontaan onpasselijk. De schouders, revers en de mouwen waren ontsierd door diverse grote gaten. "En hier, Syl, kijk dan, de rok is precies middenvoor doorgevreten, die kan ik echt niet meer aan!" Ik kon mijn moeder enkel ontsteld aanstaren. Haar anders zo flitsende heldere ogen stonden zo intens verloren in dat trieste hoofd en wat ze nooit eerder toegelaten had, gebeurde nu. Tranen stroomden ongegeneerd door de honderden diepe rimpels van haar gezicht. Mijn hart brak en de lichamelijke onaanraakbaarheid kon ik ineens niet meer respecteren. Als vanzelf pakte haar vast, trok haar naar me toe en drukte haar stevig tegen me aan. Ik duwde zelfs haar hoofd tegen mijn schouder. Het duurde even, maar uiteindelijk liet ze het toch toe.

“Och moesje toch. Och lieverd,” fluisterde ik keer op keer en ze snikte. Met heel mijn hart hield ik van haar. Méér kon ik niet uitbrengen want ik begreep zo goed dat hier méér ten onder ging dan enkel die paar perfect gesneden kleren. Haar stevige overtuiging, al haar kracht was ondermijnd. Ze was de beste coupeuse in de wijde omgeving. Heel haar leven had ze voor haar naaikunsten geleefd en ons met een habbekrats keurig gekleed door de buitenwereld gelaveerd. Altijd had ze met haar vak bewondering geoogst van klanten. Haar vrouw zijn, het moederschap plus een groot deel van haar gevoel van eigenwaarde had ze aan een onberispelijk uiterlijk opgehangen. Levenslang had ze haar bestaansrecht ontleend aan een perfect verzorgde buitenkant.
Zij was, toen we zo samen voor die kledingkast stonden, niet alleen de directrice zonder inzicht in kindergevoelens. Tevens was ze het dametje waar mijn paps zo trots op was geweest plus de vrouw die de dood in de ogen keek en het leven op haar wijze graag waardig af had willen sluiten. Ma werd de vrouw die altijd haar best had gedaan. Op haar manier. Ik begreep, met heel mijn wezen, dat ze zich, na de manmoedige strijd tegen de vernietigende kanker, de chemo die mijn broer had gewild, misschien wel volkomen beflikkerd voelde door het gemene lot. Hoe hard en meedogenloos is de streek die de natuur jou via die horde rotmotten op de valreep geleverd heeft. Oneerlijk, onechtvaardig en misselijkmakend. Even stonden we in dat kleinste kamertje van het huis, waar ik als puber geslapen had, waar mijn kind nu meestal sliep, stil tegen elkaar aan. Even maar. Net lang genoeg om te beseffen dat leven niet altijd makkelijk maakbaar is. 

Al snel werd onze saamhorigheid te benauwend voor haar. Ze duwde me weg en plukte boos de andere gehavende kleding uit de kast, smeet alles op het bed en toen zag ik ook pas echt goed hoe groot de ravage was. Dat had zij kennelijk allemaal al in haar dooie eentje ontdekt, vóórdat ze in paniek aan de telefoon hing. Ineens vond ik het toch erg moedig dat ze me geroepen had, de commandante die niet klein te krijgen was

De insecten hadden werkelijk op grootse wijze carnaval gevierd met moeders smetteloze chique garderobe. ​Er was geen enkel kledingstuk dat niet onder de vraatzucht van de nachtvlinders geleden had. Het voelde voor mij of de voorzienigheid haar moedwillig had ontdaan van haar zekerheden. Van haar levenslange onaanraakbare, gemaakt sterke, maar daardoor ook kwetsbare imago.
“Kom ma, we gaan naar beneden voor een kopje thee en dan zullen we eens kijken hoe we dit op kunnen lossen,” zei ik  moedwillig rustig. Precies zoals zij dat zelf gezegd zou kunnen hebben als het mij overkomen was. We hadden nog maar weinig tijd voordat Broer zijn wekelijkse donderdagmiddag opwachting zou maken. Voordien wilde ze natuurlijk graag gewoon sterk kunnen zijn, zonder enge emoties, zoals hij haar graag zag.  

Vervolg: Deel twee van het mottencarnaval 

Reacties (18) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Aangrijpend en aandoenlijk geschreven, kwam echt binnen, de emoties van jouw moeder, een breekpunt.
Dank je wel
Zo heeft iedereen denk ik wel iets waardoor het breekt.
Zeker weten, maar niet iedereen schrijft het zo mooi op als jij...
ik dacht eerst 'ach mens, het zijn maar die kleren?!'
Maar hoe meer ik verder las, hoe meer ik besefte wat dit allemaal betekende voor haar. Dit was kapot, weg, verleden tijd ... maar voor haar ZO belangrijk !!
En dan zou die Broer komen .. wetend dat hij er weer RAAR zal op reageren!!
Dan heb ik het gelukkig nauwkeurig weergegeven zoals ik het ervaren heb. Het was echt dieptriest
Kijk, voor mij zijn kleren niet zo belangrijk, maar voor haar.... sjonge, als je gevoel van eigenwaarde er van af hangt en je waardigheid? Als je dat allemaal weet heb je niet veel inlevingsvermogen nodig om te snappen wat er voor haar allemaal kapot gevreten was.
Door de manier waarop je het beschreef voel ik ZO goed aan welke impact het heeft op je moeder!

Van inlevingsvermogen gesproken .. als mijn dochter naar een diep dal zakt, kunnen we haar helpen door eens naar de stad te gaan, een etentje of koffie en vooral winkelen. En het hoeft daarom helemaal niet duur te zijn.
Wat voor mij VEEL minder belangrijk is, is voor haar een redmiddel ... een nieuw truitje, rokje, broek ...
Iemand anders begrijpt dit niet .. IK WEL!
Het gaat om acceptatie en je realiseren dat we allemaal anders in elkaar zitten. Helpen kan ook alleen als je je op die ander instelt.
Zo 'IS' het!
En de tijd dat ik dit uitlegde aan een ander is voorbij - ik ken MIJN kind!
Anerea heeft precies omschreven wat ik ook denk:
"het is naar een kleinigheid maar toch een teken dat het leven nooit meer werd zoals het was"
Dat had ik ook, toen mijn moeder 25 jaar geleden haar auto verkocht en vervolgens (met tranen in haar ogen) haar rijbewijs in kleine stukjes knipte. En mijn moeder was niet eens ziek. Ik had in 1e instantie zoiets van: huilen om een auto?? Maar idd: een vrouw die altijd zelfstandig en onafhankelijk is geweest, in een tijd waarin dat beslist niet zo vanzelfsprekend was als voor onze generatie, sluit op zo'n moment een tijdperk af dat nooit meer terugkomt.
Klopt, Soberena. Wat voor mij niet belangrijk was, kon voor mijn moeder echt bijna onverteerbaar zijn en zeker in deze fase. Ze had zich er zo op verheugd weer in haar 'eigen' kleren te passen en had er echt dagelijks al dat vette eten voor naar binnen zitten stouwen. Ik ben zo blij dat ik veel met haar heb opgetrokken in die tijd. Daardoor kijk ik er, denk ik, ook echt met veel liefde op terug
Ontroerend
Ja, ik denk er ook nog wel eens met ontroering aan.
Ik kan me zo goed voorstellen dat je moeder op die manier reageerde. Want het lijkt maar een kleinigheid maar het is toch een teken dat het leven nooit meer werd zoals het was. En ze wilde er vast voor die zoon van haar goed uit zien. Het was duidelijk de druppel die de emmer deed overlopen.
Klopt, ineens stortte haar kaartenhuis in.
De rillingen liepen over mijn rug bij het lezen. De sture vrouw in zak en as om haar kapotte kleren.... Ze liet zelfs een knuffel toe, al was het maar voor even.
Ze is duidelijk veranderd in de laatste fase van haar leven - dit herken ik. Toch vecht ze er in zekere mate tegen.
Dank je wel. Dan heb ik het gelukkig beschreven zoals het was, om inderdaad rillingen van te krijgen
Een tragische situatie, liefdevol beschreven.
Dank je wel. In die laatste fase kwamen eindelijk de emoties los, gelukkig