Het evangelie botste met de toen heersende maatschappij

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 15 March 16:40

     Vele mensen in de oude Romeinse wereld spraken twee talen. De ene taal was gewoon hun moedertaal en de andere was meestal Koine-Grieks, een taal die in die tijd bijna overal werd gebruikt. Het bestaan van een gemeenschappelijke Griekse taal maakte de snelle verbreiding van de christelijke boodschap mogelijk. Eigenlijk waren de Hebreeuwse geschriften (het Oude Testament) vanuit het Hebreeuws in het Grieks vertaald. Deze vertaling , die bekend staat als de “Septuagint” was hoogst

                                   

waarschijnlijk, in de tijd van Jezus en zijn apostelen, de bijbel van de Grieks sprekende Joden. Paulus moest, om in Griekenland in een of andere stad contacten te kunnen leggen, op de sabbat naar een van de plaatselijke synagoge gaan. Hier trof hij dan gewoonlijk een willekeurig aantal gretige luisteraars aan en hij kon hen dan in het Grieks of in het Aramees toespreken want Paulus sprak beide talen zoals wij kunnen opmaken uit Handelingen 21:37-40.

     Het voornaamste probleem waar het christendom mee te kampen had, was hoe men de boodschap van het evangelie zuiver kon houden en vrij van valse filosofieën die in het keizerrijk alom verbreid waren. Op een gegeven moment brak, door de Griekse filosofie, de weerstand van het christendom. Het christendom raakte toen nauw verbonden met het Griekse denken en deze verbintenis bleek noodlottig voor het eens zo zuivere evangelie van Jezus Christus. De Griekse christelijke bekeerlingen die onderwezen waren in de filosofieën van Socrates, Plato, Aristoteles en andere gangbare scholen vonden de verleiding, om hun nieuw verworven christelijke geloof te vermengen met het Griekse denken, te groot.

                                

De tempels die gewijd waren aan Pallas Athene of Zeus of Diana werden na verloop van tijd middelpunten van de christelijke eredienst maar de godsdienstige handelingen die er verricht werden, waren om die reden niet zuiver christelijk meer maar een mengsel van waarheid met de onjuiste opvattingen die daar toen heerste. Dit vreemde mengsel van christelijke waarheid met heidense filosofieën en gewoonten vormden de grote afval. Zoals Paulus de ouderlingen te Efeze voorspelde, zo gebeurde het ook want hij zei: Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. (Handelingen 20:29-30.)

                               

     Na verloop van tijd stuitte het christendom dus op een negatieve houding van regering gesteunde godsdiensten want het nieuwe christelijke geloof was niet in overeenstemming met de geest van die tijd. De Grieken beschouwden de leerstellingen over de verzoening en de opstanding als “dwaasheid!” (1 Korintiërs 1:23.) Zij dreven de spot met de serieuze pogingen van Paulus om hun hart voor Christus te winnen. (Handelingen 17:32.)

                                       

De Joden vonden het een openlijke bedreiging van hún leerstellingen die nog uit de tijd van Mozes dateerde (Johannes 11:48) en vervolgde velen christenen die in de voetsporen van Christus traden tot de dood toe. (Handelingen 22:4.) Na verloop van tijd gingen zelfs de Romeinen het christendom als een onwettige cultus zien, die nóg de goedkeuring nóg de gunsten van de staat verdiende en zo ontstond er een variabel christendom die niet van Jezus Christus was en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.