Onzuivere koffie

Door Nonnie gepubliceerd op Friday 13 March 10:45

 

52f20bf71355f01d4b6f5fb634de67cc_medium.

Een vloek was het. Daarvan was professor Krul overtuigd. In eerste instantie leek het heel aantrekkelijk, want tijd, datgene waarvan hij altijd te weinig had, was opeens geen enkel probleem meer. Tegenwoordig had hij tijd in overvloed. De seconden tikten in hetzelfde tempo als ze altijd hadden getikt. Na zestig tikken was een minuut voorbij en met 3.600 tikken was hij weer een uur verder, alweer een uur dichter bij de dood, zoals hij tegenwoordig placht te doemdenken.

Soms zou hij de klok willen terugdraaien naar dat ene moment op die buurtbarbecue, dat moment dat zijn leven voorgoed veranderde. Zo vaak had hij het scenario in zijn hoofd afgespeeld dat hij zonder enige moeite weer terug was op die warme broeierige nazomerdag. Er was onweer voorspeld, maar de buurtbewoners wilden er niks van weten om de barbecue te verplaatsen naar een andere dag. De enorme hoeveelheden vlees waren immers al ingeslagen en alle gezinnen rondom het pleintje verheugden zich op het gezellige samenzijn. Toen de lucht nog strakblauw was werden de barbecues opgesteld aan de rand van het grasveldje, waar ook de lange tafel met stokbrood, salades en sausjes te vinden was en het grote feest kon beginnen. Voor de gelegenheid had mevrouw Krul, die overigens net als haar man en de inmiddels volwassen kinderen Krul steil haar had, twee heerlijke cheesecakes gebakken.

‘Wil iemand nog koffie?’ vroeg Ineke, de buurvrouw van nummer 9. Krul hief terstond zijn lege mok op en Ineke kwam met de thermoskan om de oude professor ter wille te zijn. De koffie was nog gloeiend heet, dus hij zette de mok zolang op tafel, terwijl buurman Peter bedenkelijk naar de lucht keek. ‘Het is maar goed dat we bijna klaar zijn, want het kan elk moment losbarsten.’ De blauwe lucht had in korte tijd plaatsgemaakt voor inktzwarte wolken die dreigend en in hoog tempo overvlogen. Het gezelschap was in allerijl begonnen om de spullen binnen te brengen en de professor ontfermde zich over de resterende cheesecake. Op het moment dat hij weer naar buiten liep om nog enkele dingen naar binnen te brengen sloeg een bliksemflits in zijn kop koffie, nog eenzaam op het tafeltje. Het licht was zo fel, dat hij in een reflex zijn ogen sloot. De donderslag liet niet lang op zich wachten en even voelde hij de grond onder zijn voeten schudden. Als bij afspraak begon het vrijwel direct te plenzen en Krul liep snel tussen de druppels door om zijn koffie te pakken. Samen met de buren stond hij even later in de garage te kijken naar het gestaag vallende hemelwater, tevreden dat hij zijn koffie had kunnen redden. Hij bekeek het zwarte vocht, maar zag niks bijzonders, rook eraan en besloot toen om de koffie te proeven. Nieuwsgierig als een wetenschapper nou eenmaal is, wilde hij graag weten hoe koffie met bliksem smaakt.

Daar, dat moment. Hij zag zichzelf staan met die mok in zijn rechterhand, hoorde hoe hij een grapje maakte over het getroffen vocht en hoe iedereen moest lachen. Hij zette de rand van de kop aan zijn lippen. Stop! Stop! Doof en blind was het beeld voor zijn waarschuwingen en hij zette het onzalige plan door om de koffie te proeven. ‘Mmmmm, smaakt uitstekend. Eigenlijk proef je geen verschil. Een heerlijk kopje koffie, Ineke.’ De professor lachte en na een proostbeweging richting zijn buurvrouw leegde hij de kop tot de bodem.

En er gebeurde niks, helemaal niks tot de professor die avond zoals gebruikelijk na een laatste glaasje rode wijn samen met zijn vrouw het bed opzocht. Al snel lag mevrouw Krul te dromen, waarschijnlijk van het succes van haar cheesecake, maar de professor woelde naar links, draaide naar rechts en weer terug en deed die hele nacht geen oog dicht. Rond een uur of vier besloot hij op te staan en de tijd die resteerde tot de ochtend te besteden aan zijn meest recente onderzoek naar de mogelijke inzet van muggen als moordwapens.

Na die eerste nacht volgden er nog enkele die exact verliepen zoals die eerste keer en na verloop van tijd gaf de oude Krul het op en besloot maar helemaal niet meer naar bed te gaan. De professor was een bijzonder slimme man, maar de slaap kon hij niet vatten. Een normale nachtrust was niet meer voor hem weggelegd na die bliksemse koffie, had hij ontdekt. Zijn onderzoek vlotte wonderwel met de inzet van alle nachtelijke uren en door de extra tijd die de professor ter beschikking had liep ook het huishouden op rolletjes. Mevrouw Krul was in haar nopjes.

Mevrouw Krul was de eerste die merkte dat de accu haperde en dat al die nachten zonder slaap hun tol begonnen te eisen. Op een avond tijdens het eten, mevrouw Krul had macaroni uit de oven gemaakt, in combinatie met appelmoes het lievelingskostje van de professor, begon de professor enthousiast te vertellen over zijn onderzoek.
‘Moet je voorstellen, Emma. Het is ons gelukt om een kleine groep muggen te injecteren met het Ebola-virus. De resultaten zijn…’ Zijn mond bleef open hangen en mevrouw Krul keek hem vragend aan, maar het bleef stil aan de andere kant van de tafel. ‘Herman? Herman!’ Geen reactie. Mevrouw Krul stond op, ging naast hem staan en schudde hem aan zijn mouw.
‘Herman!’ Haar stem sloeg over, maar er kwam geen respons. Toen deed mevrouw Krul iets waarvan ze nooit had gedacht dat ze het zou doen. Met haar vlakke hand raakte ze met een kletsend geluid de wang van de professor.
‘Sorry, waar was ik?’ Alsof er niks was gebeurd, vervolgde de professor zijn verhaal. De eerste keer was de arme mevrouw Krul enorm geschrokken, maar toen dit ritueel regelmatig terugkeerde, raakte ze eraan gewend om de professor met een ferme tik terug te brengen tot de werkelijkheid. De professor hield er blozende wangen aan over.

Toen Julia, de oudste dochter, een keer op de koffie kwam met haar kersverse echtgenoot en ze allemaal gezellig door elkaar aan het babbelen waren, stond de professor plotseling met een ruk op.
‘Weg jij!’ schreeuwde hij tegen zijn schoonzoon en begon de arme jongen herhaaldelijk op zijn borst te timmeren.
‘Pap, wat doe je?’ Julia was opgestaan en pakte haar vader bij zijn arm, zodat hij zijn agressieve gedrag moest staken. De professor draaide zich naar zijn dochter met een vragende blik.
‘Waarom doe je dat nou? Ik had hem bijna.’
‘Waar hèb je het over?’ Zijn dochters blauwe ogen keken hem niet-begrijpend aan.
‘Die schorpioen, die over Erik heen liep. Waar is hij gebleven?’ Zijn ogen achter het ronde brilletje speurden de hele kamer af.
‘Mam?’ Julia keek hulpzoekend naar haar moeder, maar die schudde slechts haar hoofd.

Op een dag kwam de professor vroeg van zijn werk, omdat zijn collega’s hem naar huis hadden gestuurd. Zijn promovendus had hem heel raar aangekeken, toen hij na een beleefd ‘goedemorgen’ vroeg, waarom hij zijn hoofd niet gewoon op zijn nek droeg, zoals gewone mensen dat doen. Verbaasd had de promovendus de professor gevraagd hoe hij zijn hoofd dan meedroeg. ‘Nou, onder je arm’, kreeg hij doodgemoedereerd als antwoord, dat tevens gericht was aan zijn linkerarm.
Na het incident met de jeukende sokken, waarbij de professor ten overstaan van de opdrachtgever zijn sokken had uitgetrokken en met een gebaar van walging van zich afgegooid, waarbij hij de neus van de opdrachtgever ternauwernood miste, was dit voor de collega’s de druppel.

Voor mevrouw Krul was de maat ook vol. Dit kon zo niet langer. Gister nog stond de professor in zijn korte broek en een rugzak om met een netje vlinders te vangen in de voortuin, midden in de winter nog wel. Ineke liep net langs en kon een glimlach niet onderdrukken, terwijl ze haar buurman gedag zei. Met een koele blik op de buurvrouw riep mevrouw Krul direct haar man naar binnen en vroeg of hij even kon helpen met het schillen van de aardappels. Terwijl de professor zich met kinderlijk enthousiasme stortte op het mandje piepers, belde ze een psychiater voor een afspraak.

De diagnose van Dr. De Koning was een open deur, die mevrouw Krul ook allang had ingetrapt. Het was zaak om de professor aan de nachtrust te krijgen, zo luidde het oordeel, want alle klachten waren direct terug te voeren op chronisch slaaptekort. Als de oude Krul nooit meer zou slapen, zou dit onvermijdelijk resulteren in het voortijdig overlijden van de professor. Vraag was alleen hoe Krul aan de broodnodige slaap kon worden geholpen. Het stadium van de warme melk met anijs waren ze allang gepasseerd. Ook de chemie hadden ze al meer dan eens te hulp geroepen, maar het had allemaal niet mogen baten. Toen stelde de mentale arts de cruciale vraag: ‘Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen?’ en de professor verhaalde van het bliksemse kopje koffie.
‘Mmmmm, cafeïne met een tic’, mijmerde de psych. ‘Als dat de oorzaak is van dit alles, zou dat ook best de oplossing kunnen zijn. Kennelijk staat u zodanig onder spanning, dat u er niet van kunt slapen. Het lijkt me het beste als we een poging wagen om u te aarden.’

En zo kon het gebeuren dat de zwaar verontruste mevrouw Krul met ongekende passie en precisie de weersberichten volgde. Zodra er onweer werd voorspeld, stond er een volle pot koffie te pruttelen in huize Krul, waar om de haverklap een kopje uit werd geschonken om op het tuintafeltje de bliksem te vangen, maar zoals dat zo vaak gaat met vooropgezette plannen hadden ze weinig geluk met de jacht op de bliksem, want die liet zich niet zomaar vangen in een ordinair kopje leut. Niet voor niks heet een toevalstreffer een toevalstreffer.

Terwijl de koffie met regelmaat maar steeds zonder resultaat stond af te koelen op het tuintafeltje, ging het leven gewoon door. Krul werkte thuis aan een aantal publicaties voor wetenschappelijke tijdschriften en zijn vrouw hield angstvallig een oogje in het zeil.

Op een dag begon de oude schemerlamp te flikkeren. Het was al een oud dingetje, een erfstuk van de grootmoeder van de professor, maar mevrouw Krul was dol op het antieke stuk, dat de professor lang geleden provisorisch had aangepast aan de eisen van de moderne tijd. Mevrouw Krul riep direct de hulp in van haar man. Peinzend bekeek hij het ongedurig knipperen.
‘Oh, ik zie het al.’ De professor boog zich voorover en trok de stekker aan de draad uit het stopcontact. Er volgde een harde knal, waarna de kamer acuut gehuld was in duisternis en stilte, want ook de radio was gestopt.
‘Alles in orde, Herman?’ informeerde Emma bezorgd.
‘Ja, hoor’, klonk de stem uit het donker. ‘Ik denk dat ik even ga liggen.’ De professor voegde de daad bij het woord en legde zich neer op de bank.
Even later hoorde mevrouw Krul de voordeur. Julia en Erik liepen de woonkamer in en bleven stokstijf staan in de deuropening bij het aanschouwen van het tafereel. Mevrouw Krul zat in haar leunstoel en keek bij flikkerend kaarslicht naar haar man, die rustig op de bank lag.
Mevrouw Krul moest glimlachen toen ze de verbaasde gezichten zag.
‘Sssst, papa slaapt.’

 

Meer Nonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (24) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk verhaal, lekker geschreven!
Dank je wel, INfiction.
Gelezen
Dank je wel.
Wat heb je weer een mooi verhaal voor ons geschreven Nonnie! Super!

:0)
Dank je wel, Miesje.
Ik ben blij dat je het mooi vond.
Gelezen.
Merci.
In één woord: ge-wel-dig! ☺
Joepie!
Dank je wel.
Gelezen en beoordeeld!
Fijn, dank je wel.
Mooi
Merci!