Aan haar een broertje dood

Door Weltevree gepubliceerd op Thursday 12 March 17:21

Moeders nieuwe kant

Gezamenlijke intense belevingen scheppen banden die niemand meer verbreken kan en soms zelfs de dood overleven. Ma had zich voorgenomen er het beste van te maken nu ze toch had besloten om het hele ziekenhuistheater te ondergaan en liet zich van een heel andere kant zien. Waardig, sterk en zeker van haar zaak. d31ca24138dd7f7174e6e7e29b146d50_medium.

Alle onderzoeken, de operatie en het gedoe met thuiszorg liet ze over zich heen komen zonder klagen en toen het haar begon uit te vallen reageerde ze niet zoals ik had verwacht. Ze wilde dat ik één van mijn leerlingen, die kapster was, vroeg om haar kaal te komen scheren. "Maar pas nadat we een mooie pruik hebben aangeschaft."
Natuurlijk had Tinie als kapster zo'n ingrijpende klus wel vaker moeten doen, "maar dat zijn minder intieme klanten," overwoog ze in eerste instantie weifelend. Hoewel ze het altijd een eng klusje vond wilde ze er gelukkig, na goed nadenken, wel aan meewerken, al bleef ze het extra moeilijk vinden omdat ze mijn moeder en mij al zo lang kende, zei ze. Een pak van mijn hart. Ik had het zelf echt niet gekund zonder over een onneembare drempel te hebben moeten worstelen.

Die intense heksenkring met de mij zo vertrouwde Tinie, ma en mij zal ik nooit vergeten. Zij voelde als een grote steun, de kleine Tinie, toen we die bewuste avond na het eten de katoenen, herfstkleurig gedessineerde, gordijntjes in het keukentje sloten en de lamp aan het plafond ons samenzwerende drietal schemerig verlichtte. Ik haalde een stoel uit de kamer en ma zette zich daarop schrap. We mochten nu geen woord meer zeggen, zei ze korzelig kortaf, toen Tinie de kapmantel omknoopte. 
“Geen medelijden. Wat moet dat moet, klaar af,” bromde ze en bestudeerde daarna de vloer zonder hem te zien.

Gewoon kaal

Het liefste had ik gedurende het hele confronterende ritueel mijn tranen de vrije loop gelaten. Dat het mijn leerling was, die al twaalf jaar schilderles bij mij had, hielp me zo sterk te zijn als ma het graag had. Tinie haalde hoofdschuddend maar vakkundig haar kleine handen door moeders mooie haar en vroeg voorzichtig of ma het echt wel zeker wist, “want het is nog zo prachtig vol en gezond.”
“Ja, ik wil niet iedere morgen plukken op mijn kussen vinden. Beter meteen door de zure appel heen bijten. Wat moet dat moet.” 
Toen de tondeuse toch nogal plotseling scherp begon te zoemen keek Tinie me nog eens nadrukkelijk aan met treurig samengetrokken wenkbrauwen en bibberende lippen, alsof ze zeggen wilde: het is dat je moeder het wil, maar anders...
Het was alsof de lucht in het krappe schemerige keukentje stilstond, net als de klok en mijn hart, voordat ze zuchtend langzaam haar hand naar mijn moeders hoofd bracht. De eerste kale baan die door die dikke haardos getrokken werd deed me letterlijk zeer in de borst. Het had er teveel van weg dat mijn moeders hoofd werd gemaaid. Nu was er géén weg meer terug. Ik zou dolgraag heel hard krijsen, maar klemde de kaken op elkaar. De tondeuse groef zich snerpend een volgende voorn door wat altijd, levenslang, mijn moeders grote trots was geweest.

Met ingehouden adem, dichtgeschroefde keel en strakke knuisten moest ik heel veel moeite doen om niet toch te janken, vooral toen ik zag hoe dat stevige peper- en zoutkleurige haar traag in dikke plukken van de kapmantel gleed. Ik gluurde even naar Tinie die ook tranen in haar ogen had, maar mijn moeder gaf geen krimp. Hoe graag zou ik een arm om haar heen hebben geslagen ware het niet dat ik altijd al geweten had dat ma lichamelijk contact niet kon verdragen.
Binnen vijf minuten was het klaar. Tinie paste haar daarna de pruik, vond het een hele mooie en verstelde de klipjes iets, terwijl ik slikkend de rijke de oogst op het blik veegde. Daarna waren we allemaal hevig toe aan de sterke bak koffie die inmiddels doorgedruppeld was. Mijn moeder bewonderde zichzelf even in de grote halspiegel, haalde de schouders op, mompelde dat het met pruik óók geen gezicht was en zei toen hardop: “Niet zeuren. Wat moet dat moet.”

Smakeloos

In haar mond ontstonden spontaan blaren na de chemo en het eten smaakte nergens meer naar. Hoewel ik alles met echte boter en slagroom klaar maakte vermagerde ma meteen al na de tweede kuur. Ze zwom al snel uit al haar perfect passende zuiver scheerwollen mantelpakjes, de vlotte zomerjaponnen en keurige rokken, die ze altijd zo trouw voor zichzelf had gemaakt. Energie om achter de naaimachine te kruipen en al die kleren in te nemen had ze echter niet, dus moest er andere kleding komen, vond ze en gaf me de portemonnee mee.
“Maar niet te duur, want straks, als die kuren voorbij zijn, kan ik mijn eigen spulletjes vast weer aan.” Op de bonnefooi zocht ik bij Zeeman enkele fleurige gebloemde rokken met bijpassende T-shirts uit waarvan ik dacht dat zij ze misschien wel aardig vond en had er een hard hoofd in. Ma kon zich zo ergeren aan welke kleding ik doorgaans droeg, maar alweer verraste ze mij. Ze onderzocht meteen nauwkeurig de zoom, naden en elastische band van de rokken en was er tevreden over, zei ze goedkeurend. Ik kon me amper voorstellen dat deze moeilijke opgave naar haar volle tevredenheid was volbracht.
“Prima hoor, maar ik doe er natuurlijk wel één en ander aan. Ik weet, denk ik, ook al wat,” zei ze opgewekt en ik vroeg waarom ze zich daar nog druk over zou maken als het maar voor enkele maanden was.
“Niemand hoeft te zien dat ik in spul van die goedkope winkel loop.”

De week daarna nam ik bewonderend mijn petje voor haar. Ze zat in de achtertuin vrolijk model te spelen in haar nieuwe outfit en liet me met een zekere trots zien hoe kunstig ze alles had vermaakt. Onherkenbaar. Aan de mouwtjes was een bies van de gebloemde rok gezet en de hals had plotsklaps een leuk kraagje. Het pakje oogde inderdaad ineens drie keer duurder. Van de rok met de kleurige abstrakte figuurtjes had ze ook al een ander setje gemaakt, dat opgevouwen op de tuintafel lag. 

Sprakeloos

Ze klaagde ook nooit als ze dagen van de kaart was door die chemo, maar die pruik bleef ze heel erg vervelend vinden, een lastige dampende muts en vaak zette ze hem thuis ook af. Mijn dochter en ik waren er snel aan gewend dat ze ook bijna geen wenkbrauwen meer had en we probeerden goedgemutst de goede stift te vinden om een beschaafd lijntje op haar kale voorhoofd te schilderen.

Op zekere dag trof ik haar overstuur aan toen we weer bij haar zouden logeren.
“Ik kon er niets aan doen, echt waar niet, Syl. Ik was het gewoon vergeten.”
“Wat ma?”

“Ach, die rotpruik. Ik heb de deur open gedaan zonder erbij stil te staan dat ik dat ding niet op had. Ja, ik wil dat benauwde gevoel niet altijd op mijn kop in mijn eigen huis. Dat snap je toch wel?" Ik knikte.  We waren al helemaal aan haar kale hoofd gewend.

"Dat ding jeukt en het voelt zo opgesloten.”
“Nou en? Dan sta je kaal aan de deur, dat geeft toch niets? Wie je zo ziet denkt vast dat jij een fan bent van Shuger Lee Hooper.” Ze keek vernietigend. Dit grapje viel verkeerd.
​“Haha, jouw kale hoofd zijn andermans zaken toch niet, ma? Jij bent hier de baas!“
"Oh ja? Oh nee! Het stond hem anders helemaal niet aan, ” riep ze kwaad en ik wachtte, maar ze zweeg. Dacht ze dat het me nu wel duidelijk was? 
"Wie stond het niet, ma?”

“Je broer. Hij snauwde dat ik hem nooit meer zo aan het schrikken moest maken. Het is al erg genoeg dat jij ziek bent, zei hij woedend en ik hoefde het niet nog eens te wagen om hem dat kale hoofd te laten zien.” Ik zat met open mond te kijken naar haar ogen die nu toch lieten zien hoe verdrietig ze erover was. Hoewel ik van Broer niet veel meer vreemd vond, had ik aan deze idiote mogelijkheid niet gedacht.

“Ma, trek je er niets van aan. Laat de emotioneel gehandicapte droplul lekker lullen. Hij snapt niet hoe hij met deze dingen om moet gaan. Het liefste zou hij het volkomen ontkennen. Hij denkt vast dat je geen rekening met hem houdt? Je hebt zoiets engs als kanker en hoe durf je hem nu ook nog zomaar met je kale knikker treiteren? Dat is echt te confronterend voor hem. ”
“Huh, treiteren?”
“Ja, hij lijkt heel erg op jou. Jij vindt het immers bij anderen ook niet fijn als je met hun ziekte wordt geconfronteerd? Van alles wat niet is zoals het hoort wordt hij gespannen en ja, dan laat hij zich zo maar gaan,” legde ik uit en geloofde dat dit wel aansloeg.

Natuurlijk verwachtte ik hierna meer van dergelijke onbegrijpelijke reacties. Niets leek me ondenkbaar bij mijn broer die mij altijd al de schuld had gegeven van wat mijn ouders deden. Hij moest alle, van jaren opgespaarde wrok, op de valreep mischien via boosheid ontlasten, compenseren? Als jij op een voetstuk wilt staan als oudste zou je toch eens iets aan je innerlijke wanorde moeten doen, dacht ik.

Deel vijf: Woede maakt slapende honden wakker.

Deel één:  Een selectief geheugen

Reacties (24) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
wat egocentrisch ventje is die broer van je!
Jij zal het proces van har afscheren wel meemaken, jij zal er wel voor zorgen dat je 'gepaste' kledij vind (al verwachtte je kritiek)
En hij ... hij stelt zijn wetten ...sorry, maar hij heeft het van niet ver geërfd!!
Nee, inderdaad, ma en hij zaten op een rare manier verbonden en leken erg op elkaar. Ik was het buitenbeentje, volgde mijn eigen geweten
Geef mij dan maar dat buitenbeentje hoor!!!
Ach ja, maar zolang je het met elkaar moet rooien voor het nut van het algemeen, liet ik me maar niet meer gelden. Ma en ik hadden gelukkig geen oud zeer meer te verwerken.
EN .... een mens relativeert met het ouder worden hé :-)
Heel misschien kan het zijn dat jouw moeder het kind waarvan zij diep van binnen voelde dat zij die het meest tekort gedaan had, voortrok uit (onbewust) schuldgevoel. Haar liefde die ze voor jou voelde, hoefde ze niet te laten blijken, want daarover bestond misschien geen schuldgevoel, sterker, ze ging jou rotter behandelen. Jouw broer heeft daar ook (onbewust) weer ge/mis-bruik van gemaakt en voelde mss diep van binnen ook wel dat hij nooit echt gewenst was of de afkeer die jouw moeder voelde toen hij geboren was. Afkeer is hem met de paplepel ingegoten en verklaard dus ook zijn botte reactie. Maar ja, dat laatste had je zelf al door als ik het goed begrijp.
Nee, hij is altijd voorgetrokken en was toch jaloers op mij. Ma heeft haar schuldgevoel en voorkeur tot drie weke voor haar dood niet begrepen.
Misschien omdat hij aanvoelde dat jij toch belangrijker was voor je moeder, en dat jouw moeder in haar hart wel wist dat zij bij jou wel menig potje kon breken. Dat is later ook wel gebleken, want wie nam de zorg op zich?

Ze wilde hem uiteindelijk toch ook niet kwijt.
En al is het allemaal niet uitgesproken, soms liegen gevoelens er ook niet om.
Klopt... en dan loopt het wel eens heel erg uit de hand ook. Oef...
Wat zul jij je soms uit de toon hebben voelen vallen bij de je moeder en broer. Ze reageerde toch wel erg verrassend.
Ja, ik ben geloof ik wel altijd de vreemde eend in de bijt gebleven en de gesprekken wilden nooit vlotten zodra ik iets aanhaalde dat hen niet aanstond of wat ze onzinnig vonden
Hij heeft het niet van een vreemde volgens mij.
Dat zei ik al tegen ma: Hij lijkt erg op jou.
Een onmenselijke reactie van je broer....
Nee, niet ONmenselijk
Wel kortzichtig en egocentrisch, zonder het onvermogen te vergeven en zich in de ander in te leven.
Daar zijn er heel veel van, zoals je misschien weet.
Hij leek erg op zijn moeder. Weinig spanning aankunnen en uit de slof schieten bij schrik, maar die ontladingen zijn heel hard en onwelvoeglijk.
je schrijven blijft zo pakkend. Het is me wat die wrok en haat, mooi samen gepakt in de woorden innerlijke wanorde ;-)
Dank je wel. Weet je, ik ben kennelijk geboren bij mensen die het vermogen misten om zich in een ander in te leven. Dat zijn emotioneel bange en daardoor egoïstische mensen, die zich op de vreemdste momenten ontladen. Zoals Niek al zei: de één kiest de eerlijke integere weg, de ander moet het via manipulaties en foefjes voor elkaar krijgen om zich prettig te voelen
Een hard gelag, ik heb net als iedereen waarschijnlijk heel wat mensen hun wilde haren door chemokuren zien verliezen.

Lekkere reactie van de broer, je zou hem toch achter het behang plakken!

Herkenbaar en uiteraard weer mooi neergepend.
Ja, maar gelukkig voelde ik me niet verantwoordelijk voor Broers idiote reacties al stond ik regelmatig met gekromde tenen en was blij dat ik geen mes in mijn handen had.
Dat kan ik me voorstellen. Ik had hem wel op kunnen voeren in mijn artikel over fatsoen.
Inderdaad, maar aan dat fatsoen had mijn broer een broertje dood. Ik denk dat hij kampte met passieve agressie, of iets dergelijks