Pakketje pretje

Door Weltevree gepubliceerd op Wednesday 04 March 11:04

Ik ben al twee uur onderweg en snap er niets van.
Het is een piepklein pakje, past met gemak in de zak van de Damstra-bodywarmer. Waarom het niet per post verstuurd kan worden blijft vreemd en de baas was er vanmorgen heel zenuwachtig over. “Je rijdt linea recta naar het adres waar de Tom Tom je heen stuurt, maar die zet je vanavond om zes uur pas aan. Ik heb hem al ingesteld en je verlaat de auto niet voordat je dit hebt afgeleverd. Hier is de route die je tot dan volgt.” Hij drukte me een stapeltje a-viertjes in de hand van de ANWB-routeplanner. Rare gang van zaken. “De wagen is volgetankt. Je hoeft in principe al die tijd de auto niet uit, gebruikt de benzine die ik er in heb gezet en je houd je precies aan de snelheidslimieten. Tanken hoef je pas, let op, nadat je het pakje heb afgeleverd, ”drukte de baas me nog eens extra op het hart vlak voordat ik vanmorgen vertrok.

Daar zit ik dan met achter mij een galmend lege laadbak, die zo koud in de nek blaast dat mijn das strak om de nek getrokken is. In de rechterzak zit dat kennelijk zeer belangrijke niemendalletje, niet groter dan een luciferdoosje, maar dan vierkant. Het is verpakt in goedkoop bruin pakpapier. De sticker met streepjescode past er amper op en toen ik die onder de scan hield vermeldde het venstertje enkel: spoedzending dd-dd 2015

Het is prima weer. Net na de spits draai ik de snelweg naar het oosten op en kan goed opschieten. Het lunchpakket, dat bij vertrek ineens op de passagiersstoel lag, is toch ook heel opzienbarend, realiseer ik me. De baas is normaal niet zo zorgzaam. Meestal moet ik ergens langs de snelweg bij een tankstation iets te snaaien kopen, voor eigen rekening. Heel vreemd. De lege laadruimte, lunchpakket, de brief die ik pas ter plekke mag openen. Een volle jerrycan staat stevig met de rekband vastgesjord tegen de zijkant in het lege laadruim. Op de plaspauzes na, zit ik tot aan Wroclav dus de hele dag in de auto, bedenk ik en begin wat voor me heen te mijmeren.

Ik word niet vaak op buitenlandse ritjes gezet. Die laat de baas meestal aan de vrijgezelle jongens over en nu ik er eens één heb, lijkt het meteen iets geks. Als ik eerlijk ben begin ik me met het kwartier onzekerder te voelen. Al drie uur onderweg, de grens met Duitsland gepasseerd, krijg ik steeds minder vertrouwen in de baas die me hiermee heeft opgezadeld. Hij keek me ook amper aan, bedenk ik ineens. Het leek wel of er iemand hem een pistool in de rug drukte, maar er was niemand anders in het kantoortje dan wij twee.

"Waarom heeft de baas jou gisteren niet gezegd dat dit in de planning zat? Waarom word je op pad gestuurd zonder mobiel terwijl hij er altijd op staat dat jullie bereikbaar moeten zijn? Aan het eind van de week? Terwijl de anderen zaten te lantefanteren in de kantine?"  Nu ik er nog eens goed over nadenk heerste er sowieso een vreemd sfeertje, meteen al toen ik binnenkwam. Alsof iedereen iets wist, behalve ik. Is dit soms een manier om van me af te komen, als enige vrouw in het team koeriers? Nee, ik kan het met iedereen goed vinden en dan had mijn Piet, die de boekhouding doet, er wel iets over losgelaten, toch? De ontvangst van Radio 3FM valt weg en ik druk de radio op een andere zender. Heino, gatsie denk ik, terwijl ik twee lifters laat staan, die ik niet mee mag nemen.

Wat is er zo bijzonder aan het pakje dat dit ritje plotseling is ingelast? Zou Lenie van de administratie, die alle ritten keurig bijhoudt, hier wel iets van weten? Doe ik aan iets mee dat niet door de beugel kan? Zwarte handel? Smokkel? Als het zoveel geld mag kosten moet het wel kostbaar zijn. Of belangrijk, maar voor wie? De ontvanger? De baas? Mijnheer Damstra kan hier toch geen cent meer aan verdienen? De kosten-baten-analyse zegt zelfs mij, die er geen verstand van heeft, dat hij hier geld bij zal moeten leggen, mits…

Nogmaals gaat mijn hand in de zak van de bodywarmer. Het zit er nog, dat rare vierkante pakje. Veilig, diep op de bodem. Hoewel het me strikt verboden is kan ik er natuurlijk wel even in kijken, want stel, straks aan de Poolse grens, blijkt het gevaarlijke waar te zijn. Dan zit ik in de bak voor een vergrijp waar ik niets van geweten heb en hoe bewijs ik dat dan? Er heerst daar toch altijd nog wel iets van het oude Oostblok. Zulke verhoudingen zijn niet zomaar weg omdat ze daar nu met euro’s betalen. "Vooral als het om iets illegaals gaat," waarschuwt het stemmetje waarvan ik weet dat het mijn alter ego is. “Als ze je daarmee pakken ben je mooi de klos. Gooien ze je zonder pardon achter de tralies . Je spreekt de taal niet en zie dan maar eens dat je er uit komt. Dan begin je niets zonder mobieltje. Je kunt Piet niet eens bellen. Hij weet van niets, tenzij Harry Damstra hem heeft verteld dat jij niet thuis slaapt, vanavond."

Ik had niet klakkeloos moeten doen wat de baas zei, had vragen moeten stellen.
"Jij bent weer eens naïef ergens ingestonken, met je vertrouwen in de medemens." Hoe langer ik er over nadenk, hoe vreemder ik alles vind en leg het pakje op de passagiersstoel waar het meteen een dansje uitvoert omdat de weg slechter is geworden. " Haha, het ziet er niet naar uit dat jij het kunt openen zonder dat dit sporen nalaat" is mijn alter ego weer akelig alert en ik moet een plas, ga op zoek naar een parkeerplaats. De baas kan de pot op. Ik zal toch even de auto uit moeten. Aangezien er al snel een parkeerplaats opdoemt steek ik het pakje weer bij me en rits de zak dicht.
Na achter een bosje snel te doen wat moet maak ik het lunchpakket open. Heerlijk, rosbief, kaas, krentenbol, een potje yoghurt met kersen. Zelfs een blikje fris. Toe maar, denk ik, kosten noch moeite gespaard.

Bij de Poolse grens gaat het heel anders dan toen mijn ouders en ik met vakantie een rondreis door Polen maakten. Niets files van een uur. Geen nors snauwende soldaten met indrukwekkende geweren of spiegels aan een stok om onder de wagen te kijken of er verstekelingen onder gebonden zijn. Voor een kaal afbladderend hok met loket licht een stopteken op.
De man erachter schuift het vuile raam omhoog en steekt zwijgend zijn hand naar buiten, pakt het paspoort aan, glimlacht en geeft het zonder vragen te stellen terug. Hij gebaart verveeld dat ik door kan rijden. Dat is toch gek? Ik hoef nergens aan de kant te parkeren opdat men de lading kan controleren? Binnen een minuut zit ik alweer keurig op snelheid en volg de strakke lange rechte weg, die wat glooit. Inmiddels is de lucht bedekt, grijs en natuurlijk staan de hoertjes nog steeds in grote getale bij de pakeerinhammen langs de weg, vlak voordat ik het eerste plaatsje binnenrijd. Het is er niet druk. Van enig oponthoud is geen sprake. Precies volgens schema nader ik Wroclav en zet de navigatie aan, zoals de baas me heeft opgedragen. 

"Volg in Wroclav de weg richting Novosibirsk tot aan de grote markt."
Het verkeer is niet zo chaotisch als ik had verwacht. Ik moet enkel goed op de trams letten die van alle kanten tegelijk aan komen klingelen. De toeristenkoetsjes met glanzende zwarte paarden hebben hier ook voorrang.
"Sla voorbij het raadhuis rechts af, volg de Krakauwstraat en rijdt met de bocht mee naar links. Sla bij de stoplichten links af en rijdt de brug op. Rechts voorsorteren aan het eind van de brug. Sla rechtsaf. Parkeer bij de St Istvan Basiliek. Bestemming bereikt."
De parkeerplaats naast de grote kerk is bijna vol en achteraan parkeer ik mijn zilvergrijze Mercy, die de hele dag probleemloos door heeft geronkt, in het enige vrije plekje. Ineens weet ik het, als in een ingeving: In het pakje zit een relikwie van de heilige Sint Istvan. Dáárom is er zo ingewikkeld gedaan, ik heb een zeer speciale en belangrijke opdracht!

Precies volgens planning open ik met kloppend hart de enveloppe:
"Ga exact om zeven uur de kerk binnen, loop door het middenpad en geef het pakje af."  Ik voel voor de zoveelste keer aan de zak, waarin het heilige vrachtje gelukkig nog zit en stap uit, strek de stramme benen en haal eens diep adem. Ik moet dus naar binnen. Het is vijf voor zeven en ik ga op de brede treden voor de ingang zitten, aangestaard door voorbijgangers met overvolle plastic boodschappentasjes. Ze hebben kennelijk allemaal haast om naar huis te gaan.

Klokslag zeven uur sta ik op om de deur te openen. Het is een immense, met houtsnijwerk versierde, loodzwaren poort in twee delen, die kermend open gaat. Voorbij het portaal, dat vrij donker is, heb ik zicht op de gigantisch grote majestueuze kerk. Helemaal vooraan brandt één grote kroonluchter en ik begin over de gele plavuizen naar voren te lopen. Wat een vreemde klus, denk ik nog, want er zitten kerkgangers in de eerste banken en ik sluip naar voren, probeer geen geluid te maken wat prima lukt op de oude sportschoenen. 

680670ec09a00ae9fb7cd5f9d63e977f_medium.Plotseling, op driekwart van het lange pad, zet het orgel zo hard in dat ik stokstijf blijf staan. Iedereen voorin de kerk kijkt om en plotseling schaam ik me om de legerkleurige bodywarmer, de flodderig uitgezakte werkbroek.
Wat?
Ik krijg het koud. Dan warm…wil wegrennen, maar toch loop ik schoorvoetend door. Is dat Lenie? Wat doet Jan van de planning hier? Waarom zitten er collega’s voorin de kerk? In hun nette pak? Als ik bijna voor het altaar sta, komt mijn eigen Pieter uit de eerste bank. Als hij op zijn knie zakt terwijl het orgel het Avé Maria speelt rollen tranen over mijn wangen. Ik ben verbijsterd van wie hier allemaal aan mee hebben gewerkt. Natuurlijk trek ik het mystieke pakje uit mijn zak.

(Foto van het orgel: Foto's Hugo)

Reacties (14) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen en beoordeeld.
Gelezen en beoordeeld!
Trouwen in een bodywarmer? Origineel!
Het orgel speelde vas iets anders dan een hit van Heino.
Heerlijk verhaal, tot het eind bleef het mysterieus en toen werd het feel-good Hollywood. ☺
Bij elk verhaal dat ik van jou lees, zijn mijn verwachtingen hooggespannen en je hebt me nog nooit teleurgesteld. Ook nu niet. Ik vind het weer een geweldig en knapgeschteven verhaal.
Oempf, dank je wel, dat van jou schittert ook weer als vanuds
Gelezen
Een geweldige van je.
Je hebt toch wel nee gezegd?
Want trouwen dat ..... kom op, dan moet je elkaar zoveel dingen beloven dat je er niet goed van wordt. -))
Trouwen? Ik?
Vast niet.
Heerlijk romantisch, heb je: 'ja, ik wil' gezegd?
Ik stond natuurlijk weer te janken met de bek vol tanden, wat dacht jij dan?